Zoeken
  1. Wegbeheerder niet aansprakelijk voor weggestraalde belijning op wegdek

Wegbeheerder niet aansprakelijk voor weggestraalde belijning op wegdek

De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft op 23 februari 2012 een uitspraak gedaan waarin de vraag aan de orde is gekomen of de wegbeheerder aansprakelijk is voor een ongeval van een motorrijder.Op 16 maart reed een leerling van een rijschool een oprit van een rijksweg op. Deze leerling is ten val gekomen. Als gevolg hiervan is de motor beschadigd geraakt en dientengevolge vordert de rijschool van de staat als wegbeheerder een schadevergoeding.De rijschool legt aan voornoemde vordering ten grondsla...
Auteur artikelSanne Rutten (uit dienst)
Gepubliceerd20 maart 2012
Laatst gewijzigd20 maart 2012
Leestijd 
De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft op 23 februari 2012 een uitspraak gedaan waarin de vraag aan de orde is gekomen of de wegbeheerder aansprakelijk is voor een ongeval van een motorrijder.

Op 16 maart reed een leerling van een rijschool een oprit van een rijksweg op. Deze leerling is ten val gekomen. Als gevolg hiervan is de motor beschadigd geraakt en dientengevolge vordert de rijschool van de staat als wegbeheerder een schadevergoeding.

De rijschool legt aan voornoemde vordering ten grondslag dat de leerling ten val heeft kunnen komen doordat hij op de oprit met de motor in het spoor van een groef in het weggedeelte is geraakt. De rijschool is dan ook van oordeel dat het wegdek door de groef niet voldeed aan de eisen die weggebruikers, zeker motorrijders, daaraan mogen stellen. Hierdoor is een gevaarlijke situatie ontstaan volgens de rijschool. De rijschool vindt daarom dat de staat op grond van artikel 6:174 BW jo. artikel 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade aan de motor.

De rechtbank acht de staat niet aansprakelijk. Allereerst overweegt de rechtbank dat de toestand van de weg zelf niet gebrekkig was. Er was namelijk geen sprake van een groef, maar slechts van contouren van een weggestraalde belijning. Verder verkeerde de weg in goede staat van onderhoud. Volgens de rechtbank is de eventuele mogelijkheid dat de contouren van de weggestraalde belijning een schrikeffect op (sommige) motorrijders kan hebben, onvoldoende voor het oordeel dat de weg niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. De staat is daarom niet aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW.

Evenmin is de staat op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk. Van de staat kan namelijk niet zonder meer verlangd worden dat zij uit zichzelf mogelijke psychologische effecten op weggebruikers van weggestraalde belijning op een wegdek onderkent en daarnaar handelt.

De rijschool heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat bekend was met het genoemde psychologische effect van de weggestraalde belijning op het wegdek. Zie in dit verband  hetgeen de rechtbank heeft overwogen in r.o. 3.11:

Onvoldoende is evenwel onderbouwd dat de Staat, vóór het onderhavige ongeval, met het genoemde psychologisch effect van de weggestraalde belijning op dit wegdek en het mogelijk als gevolg daarvan ontstaan van een ongeval rekening heeft behoren te houden. Zij was daar tevoren niet op gewezen. Van de zijde van [[de Rijschool c.s.]] is wel verklaard dat zij al voor het onderhavige ongeval de ervaring hadden dat de oprit een "lastig punt" vormde voor motorrijders, maar kennelijk betrof het niet een zo lastig punt dat zij RijkswaterStaat daarover hebben ingelicht dan wel dat zij niet meer met een leerling op een motor daarlangs reden.”

De rechtbank voegt hier nog wel aan toe dat de staat wellicht wel aansprakelijk was geweest als het (mogelijke) psychologisch effect ervan duidelijk was en door de staat had behoren te worden onderkend en de waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg daarvan dermate groot was dat de Staat naar maatstaven van zorgvuldigheid maatregelen had behoren te treffen ter voorkoming van een dergelijk ongeval.

De vorderingen van de rijschool, zowel die op grond van artikel 6:174 BW als die op grond van 6:162 BW, worden door de rechtbank afgewezen.