De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Werkgevers, let op: einde wachttijd vóór 1 juli 2015, dan mogelijk tóch een transitievergoeding verschuldigd! (1)

Werkgevers, let op: einde wachttijd vóór 1 juli 2015, dan mogelijk tóch een transitievergoeding verschuldigd!

Indien de wachttijd van 104 weken vóór 1 juli 2015 is verstreken, kan de werknemer onder bepaalde omstandigheden tóch aanspraak hebben op de transitievergoeding bij de beëindiging van zijn slapende dienstverband. Dit was het geval in de zaak bij de rechtbank Noord-Holland.
Auteur artikelFrank Stout
Gepubliceerd14 januari 2020
Laatst gewijzigd20 januari 2020
Leestijd 

Werknemer is vanaf 7 januari 2013 arbeidsongeschikt. Op 26 januari 2015 is de mate van arbeidsongeschiktheid  vastgesteld op 80-100%. Omdat na een in februari 2015 uit te voeren operatie aanzienlijk herstel werd verwacht, is in een herbeoordeling voorzien. Bij besluit van 14 maart 2017 heeft het UWV uiteindelijk vastgesteld dat ondanks de operatie de mate van arbeidsongeschiktheid van werknemer ongewijzigd was gebleven. Het dienstverband is vervolgens slapend gehouden.

Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in geval van een slapend dienstverband de werkgever op grond van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) in beginsel gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding, indien voldaan aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub b BW.

Standpunten partijen

De werknemer heeft ná de uitspraak van de Hoge Raad de werkgever verzocht om het dienstverband te beëindigen onder uitbetaling van de wettelijke transitievergoeding. De werkgever heeft hier geen gehoor aangegeven, waarna de werknemer een kort geding aanhangig heeft gemaakt.

De werkgever voert verweer en stelt dat de Hoge Raad de vergoedingsplicht heeft gekoppeld aan de omvang van de transitievergoeding op het moment van het einde van de wachttijd, na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Nu het einde van de wachttijd per 5 januari 2015 is verstreken (op dat moment was de werknemer twee jaar ziek), zou de werknemer geen aanspraak hebben op de transitievergoeding bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Op dat moment bestond immers nog geen recht op transitievergoeding, aldus de werkgever.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat de datum van einde wachttijd weliswaar 5 januari 2015 was, maar dat uit  rapportages van het UWV blijkt dat óók na 5 januari 2015 getracht is de werknemer te re-integreren. Pas op 14 maart 2017 heeft het UWV besloten dat de mate van arbeidsongeschiktheid 80-100% blijft. Tot die tijd heeft de werknemer gewerkt. Volgens de kantonrechter is dan ook pas sinds 14 maart 2017 voldaan aan de vereisten uit artikel 7:669 lid 3 sub b BW, te weten: 104 weken arbeidsongeschiktheid én de verwachting dat binnen een periode van 26 weken geen herstel zou optreden. Op grond van de uitspraak van de Hoge Raad had de werkgever dus eerst per 14 maart 2017 de arbeidsovereenkomst kunnen doen beëindigen wegens de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Op dat moment kon de werknemer aanspraak maken op de transitievergoeding en dus wijst de kantonrechter de vordering van de werknemer toe.

Conclusie

Werkgevers doen er goed aan zich ervan te vergewissen dat bij (de beëindiging van) een slapend dienstverband de door de Hoge Raad geformuleerde vergoedingsplicht niet uitsluitend is gekoppeld aan de termijn van twee jaar ziekte, maar op grond van artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub b BW de aanvullende eis staat dat binnen een periode van 26 weken ook geen herstel zal optreden. In die zin niets nieuws, maar een bevestiging van een minder vaak voorkomende situatie die ook onder de reikwijdte van de uitspraak van de Hoge Raad valt. Voor een handig overzicht van de meest voorkomende situaties, verwijzen wij u naar ons stroomschema.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog aanvullende vragen heeft of een concrete situatie graag met ons wilt afstemmen, neemt u dan gerust contact met het team arbeidsongeschiktheid op. Dit team is te bereiken via het telefoonnummer (024) 381 31 21.