Zoeken
  1. Woningcorporatie krijgt gelijk in renteswap zaak

Woningcorporatie krijgt gelijk in renteswap zaak

Een woningcorporatie had een aantal renteswaps afgesloten met de bank. Bij de Rechtbank Midden-Nederland werd vervolgens de vraag gesteld of de bank afstand had gedaan van haar recht om zekerheid te verlangen van de woningcorporatie. Vanwege de negatieve waarde van de swaps, had de bank op een later moment namelijk een pandrecht gevestigd op de banktegoeden van de corporatie ter waarde van bijna EUR 10.000.000. Op 11 april 2018 heeft de rechter uitspraak gedaan.
Auteur artikelSierd Spithoven (uit dienst)
Gepubliceerd15 juni 2018
Laatst gewijzigd15 juni 2018
Leestijd 

Geschil tussen de woningcorporatie en Rabobank

Kernvraag in deze rechtszaak is of de bank het recht had om van de woningcorporatie zekerheden te verlangen in verband met de negatieve waarde van de uitstaande renteswaps en of de bank afstand had gedaan van dit recht.

De overeenkomst

De woningcorporatie, Woonpunt, huisvest ongeveer 18.000 huurders in Zuid-Limburg en financiert haar activiteiten deels met vreemd vermogen. Om het risico van de stijgende variabele rente op haar leningen te beperken ('renterisico'), heeft de woningcorporatie bij de Rabobank een aantal renteswaps afgesloten. Daartoe zijn partijen in 2003 een raamovereenkomst overeengekomen (Overeenkomst Financiële Derivaten, of OFD).

Inhoud van de overeenkomst

Op grond van de raamovereenkomst heeft de bank, onder nader aan te geven omstandigheden, de mogelijkheid om aanvullende zekerheden van de woningcorporatie te verlangen in verband met de ontwikkeling van de waarde van de renteswaptransacties. In de bijlage bij de OFD is deze bevoegdheid vervolgens nader uitgewerkt, met als resultaat dat de bank gerechtigd is om alle vorderingen van de woningcorporatie op de bank aan zichzelf te verpanden en dat de klant in sommige gevallen bedragen bij de bank moet bijstorten zodat de klant aan de actuele renteswapverplichtingen kan voldoen.

Op grond van de raamovereenkomst en de bijbehorende bijlagen en algemene voorwaarden zou de bank inderdaad het recht hebben om bij bijvoorbeeld een negatieve (markt)waarde van de renteswaps aanvullende zekerheid te verlangen.

Correspondentie tussen bank en woningcorporatie

Op 29 augustus 2003, enkele dagen na het sluiten van de raamovereenkomst, bericht de bank de woningcorporatie, waarin onder meer het volgende is te lezen:

"Over dekking gesproken; zoals uit het Treasury Inventarisatie Formulier is op te maken, hebben wij een faciliteit voor Woonpunt ingeruimd van € 2.800.000 om rente-instrumenten toe te passen. Dit betekent dat eventueel toekomstige transacties met de Rabobank een maximale obligopositie van dit bedrag mogen vertegenwoordigen. Overschrijding leidt in principe tot bespreking over aanpassing van de obligofaciliteit dan wel een andere inrichting van de rentestructuur. Het obligo is blanco (zonder zekerheidsstelling) beschikbaar gesteld. [onderstreping door auteur] Als enige voorwaarde ontvangen wij graag jaarlijks na het tot stand komen van de jaarrekening een exemplaar hiervan."

ISDA vervangt OFD

Medio 2009 is op initiatief van de bank een andere Engelstalige raamovereenkomst (ISDA) van kracht geworden voor nieuwe rentederivatentransacties. Dit betrof een zogenaamde ISDA Master Agreement, waar ISDA staat voor International Swaps and Derivatives Association. De woningcorporatie vraagt aan de bank of deze overeenkomst gelijk is aan de OFD. De bank beantwoordt de vraag als volgt:

"De ISDA is ter vervanging van de OFD (…) waaronder wij tot heden met elkaar zaken deden. (…) In grote lijnen is de ISDA overeenkomst met een gelijksoortige strekking als de OFD. Alleen kan onder een ISDA colleteral (lees: collateral, toevoeging van de rechtbank) gevraagd worden ter nakoming van de verplichtingen (cash bijstortplicht) In jullie situatie hebben we dat bewust achterwege gelaten (vanwege ervaringen uit de markt waarbij corporaties in den lande die daarmee in de problemen waren gekomen). In ieder geval is het zo dat jullie positie niet slechter wordt onder de ISDA dan onder de eerder getekende OFD voor zover ik dat kan overzien. (…)" [onderstreping door auteur].

Bank vestigt ondanks eerdere uitlatingen een pandrecht

Omstreeks 23 oktober 2014 was er sprake van een aanzienlijke negatieve waarde van de renteswaps. Daarom ging de bank over tot het vestigen van een pandrecht op de vorderingen van de woningcorporatie op de bank. Dit had tot gevolg dat de bank het tegoed op de bankrekeningen van de woningcorporatie ter waarde van EUR 9.965.910,39 in pand hield en niet meer vrijgaf.

Wat wil de woningcorporatie?

De woningcorporatie vordert onder andere dat de bank de verpande bedragen vrijgeeft en dat de rechtbank voor recht verklaart dat de OFD zo moet worden uitgelegd dat de woningcorporatie niet gehouden kan worden zekerheid te stellen ten behoeve van de bank.

Heeft de bank door middel van haar eerdere uitlatingen afstand van recht gedaan?

De rechtbank komt tot de beoordeling dat inderdaad sprake is van een afstand van recht onder de OFD. Die afstand van recht ligt besloten in de brief van de bank van 29 augustus 2003, en de rechter verwijst naar het zinsdeel "het obligo is blanco (zonder zekerheidstelling)". Het begrip obligo staat voor het geheel van bestaande en al overeengekomen toekomstige verplichtingen uitgedrukt in een geldbedrag, aldus de rechter. Dit betekent dat voor de rechter (ook toekomstige) verplichtingen de woningcorporatie dus geen zekerheden behoefde te verstrekken.

De bank heeft derhalve zonder voorbehoud afstand van recht gedaan. Zij kan hier niet eenzijdig op terugkomen door alsnog de banktegoeden te verpanden.

Rechtvaardig?

De gedane afstand van recht is volgens de rechter naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. De bank moet geacht worden te hebben geweten wat zij deed. Zij moet zich hebben gerealiseerd dat haar uitlatingen ook gelding zouden hebben als toekomstige omstandigheden zouden veranderen. De rechter veroordeelt de bank daarom tot het vrijgeven van de banktegoeden.

Tot slot

Onder het Uniform Herstelkader Rentederivaten (UHK) kunnen mkb'ers deels schadevergoeding van de bank krijgen indien aan hen een rentederivaat is verstrekt. Voor woningcorporaties geldt dit in de meeste gevallen niet aangezien ze vaak voldoen aan de voorwaarden voor professionele belegger die in het UHK zijn opgenomen en om die reden buiten de reikwijdte vallen. Zij kunnen slechts via de rechter in sommige gevallen schadevergoeding krijgen.

Klik hier voor het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland van 11 april 2018 (ECLI:NL:RBMNE:2018:1363)

Ons Renteswap team staat diverse semi-publieke instellingen, zoals woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen bij. Indien u eens van gedachten wilt wisselen over deze problematiek, neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op via renteswap@dirkzwager.nl