Zoeken
  1. Zorgplicht verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering: mededelingsplicht over uitlooprisico

Zorgplicht verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering: mededelingsplicht over uitlooprisico

Bij vonnis in kort geding van 12 februari 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:507) heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland verzekeraar MediRisk gelast in onderhandeling te treden met de curatoren in het faillissement van de Stichting Ruwaard van Puttenziekenhuis te Spijkenisse (“het RVP”) over de verzekering van het uitlooprisico onder de polis die tussen hen heeft gelopen tot 1 juli 2013. In het licht van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de uitspraak, is dat opv...
Artikel | 25 februari 2014 | Annet van Duijn
Bij vonnis in kort geding van 12 februari 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:507) heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland verzekeraar MediRisk gelast in onderhandeling te treden met de curatoren in het faillissement van de Stichting Ruwaard van Puttenziekenhuis te Spijkenisse (“het RVP”) over de verzekering van het uitlooprisico onder de polis die tussen hen heeft gelopen tot 1 juli 2013. In het licht van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de uitspraak, is dat opvallend te noemen.

Claims made

De polis van het RVP bij MediRisk kent de dekkingsgrondslag claims made. Aanspraken die voortvloeien uit een handelen of nalaten zijn alleen gedekt wanneer dat handelen of nalaten plaatsvond tijdens de looptijd van de verzekering, terwijl die aanspraken ook tijdens die looptijd moeten worden ingesteld. Daardoor ontstaat niet alleen een zogenaamd inlooprisico, maar ook het (in casu relevante) uitlooprisico: als het handelen of nalaten plaatsvond tijdens de looptijd van die verzekering, maar de aanspraak pas nadien geldend wordt gemaakt, bestaat geen dekking.

Het uitlooprisico

Het uitlooprisico kon in het onderhavige geval worden meeverzekerd op Rubriek F van de polis bij MediRisk. In dat geval zou na het beëindigen van de verzekering anders dan op verzoek van de verzekeringnemer een aanbod gelden tot het verzekeren van het uitlooprisico tegen nader te bepalen premie en condities.

Het RVP heeft er evenwel voor gekozen Rubriek F niet mee te verzekeren.

Faillissement van verzekerde en prepack-periode

De polisvoorwaarden kennen daarnaast een (gebruikelijk) beding op grond waarvan de verzekering eindigt in geval van faillissement van de verzekeringnemer en wel op de datum waarop het faillissement wordt uitgesproken.

De verzekeringnemer is op grond van diezelfde polisvoorwaarde verplicht MediRisk onmiddellijk van een faillissement in kennis te stellen. Dat heeft het RVP in het onderhavige geval niet gedaan, terwijl het daartoe voldoende gelegenheid had. Aan het faillissement is namelijk een prepack voorafgegaan: de latere curatoren zijn begin juni 2013 aangesteld als stille bewindvoerders om een eventuele doorstart uit insolventie voor te bereiden.

Curatoren lijken zich tijdens de prepack-periode niet gerealiseerd te hebben dat de verzekeringssituatie in kaart diende te worden gebracht en hebben ook geen melding aan MediRisk gedaan van het faillissement op 24 juni 2013. Uit de uitspraak blijkt dat de directrice van MediRisk zelf contact heeft opgenomen met een van de bestuurders van het RVP om te wijzen op de polisbepaling waarin is bepaald dat de verzekering eindigt op de dag waarop het faillissement wordt uitgesproken.

Daarop hebben curatoren direct contact gelegd met MediRisk, aangegeven dat het RVP een doorstart zou maken en dat het RVP derhalve een tijdelijke verlenging van de dekking nodig zou hebben. MediRisk is (morrend, maar na een afweging van de belangen van de patiënten, haarzelf en haar leden – MediRisk is een Onderlinge) akkoord gegaan met een verlenging van de dekking, eerst tot 29 juni en later tot 1 juli 2013. Daarbij is als expliciete voorwaarde gesteld dat curatoren dienden in te stemmen met de beëindiging van de betreffende polis per 1 juli 2013, hetgeen ook is gebeurd.

Vaststaat dat het uitlooprisico door geen van beide partijen ter sprake gebracht.

Wel is door MediRisk voorzien in eerst een voorlopige dekking en daarna een definitieve verzekering voor de nieuwe entiteit. Volgens curatoren is dat gebeurd teneinde een “onafgebroken dekking” te bewerkstelligen.

Nadat de nieuwe entiteit een aantal aanspraken had ontvangen over de vóór 1 juli 2013 liggende periode heeft MediRisk laten weten die niet in behandeling te willen nemen omdat er geen inloopdekking was voor de nieuwe entiteit, terwijl zij curatoren van het RVP heeft laten weten dat er ook geen dekking was onder de polis van het RVP bij MediRisk vanwege het feit dat het uitlooprisico niet was meeverzekerd. Daarop zijn curatoren een kort geding tegen MediRisk gestart.

Verplichting tot onderhandelen over uitlooprisico

Uiteindelijk heeft de Voorzieningenrechter bepaald dat MediRisk binnen vier weken na betekening van het vonnis een aanbod aan curatoren diende te doen voor het verzekeren van het uitlooprisico, ervan uitgaande dat het aanbod gedaan had moeten worden op de kortst mogelijke termijn na het uitspreken van het faillissement van het RVP, waarbij factoren die zich vóór het aflopen van die termijn hebben voorgedaan, mogen worden verdisconteerd in het aanbod en daaropvolgende onderhandelingen. Aanspraken die na die termijn zijn ingediend, mogen evenwel niet worden meegewogen bij het doen van het aanbod.

De mededelingsplicht van de verzekeraar

De Voorzieningenrechter heeft blijkbaar doorslaggevend geacht dat MediRisk het ontbreken van uitloopdekking niet ter sprake heeft gebracht terwijl dat in andere gevallen (entiteitswisselingen van zorginstellingen door bijvoorbeeld een fusie) nooit een bezwaar is geweest voor het onderhandelen over het verlenen van uitloopdekking en plaatst dat in de sleutel van de redelijkheid en billijkheid.

Mijns inziens is de Voorzieningenrechter behoorlijk welwillend geweest ten opzichte van de curatoren in het faillissement van het RVP, waarbij niet uit te sluiten valt dat het belang van de patiënten bij verzekeringsdekking van het ziekenhuis doorslaggevend is geweest.

Natuurlijk valt er wat voor te zeggen dat als MediRisk – onverplicht – wijst op het risico dat de verzekeringsdekking door het uitspreken van het faillissement per direct is komen te vervallen, zij dan ook een mededeling moet doen over het uitlooprisico. Tegelijkertijd is de vraag wat er zou zijn gebeurd als MediRisk wel op dat risico had gewezen. Rubriek F was immers niet meeverzekerd en dan valt op goede gronden te betogen dat MediRisk niet gehouden was een aanbod te doen voor de dekking van het uitlooprisico.

De onderzoeksplicht van de verzekerde

Tegenover de mededelingsplicht van MediRisk staat een onderzoeksplicht van de curatoren van het RVP. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat curatoren zich in het geheel niet hebben bekommerd om verzekeringsdekking, niet hebben gezien dat Rubriek F (over het uitlooprisico) niet was meeverzekerd, niet wisten van de mededelingsplicht bij faillissement van het RVP en de prepack-periode niet hebben benut om zich desnoods door externen over de verzekeringspositie van het RVP te laten voorlichten.

Mijns inziens had van de curatoren als professionele partij mogen worden verwacht dat zij de risico’s inzake de verzekeringsdekking hadden onderkend.

De zorgplicht van de verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering

Hoewel het om een kort gedingvonnis gaat en niet om een bodemprocedure en de omstandigheden van het geval een belangrijke rol hebben gespeeld, waag ik mij toch aan twee algemene opmerkingen die voor de praktijk relevant zijn. 

  1. De zorgplicht van de verzekeraar (bestaande uit een onderzoeks-, informatie- en waarschuwingsplicht) is met name in de precontractuele fase onderwerp van diverse procedures geweest. Met deze uitspraak is de zorgplicht van de verzekeraar ook tijdens de looptijd van de verzekering nader ingekleed: op de verzekeraar rust een mededelingsplicht ten aanzien van het uitlooprisico in geval de verzekering door faillissement wordt beëindigd. 

  2. De mededelingsplicht van de verzekeraar weegt zwaarder dan de onderzoeksplicht van de verzekeringnemer, ook al wordt die vertegenwoordigd door – juridisch onderlegde – curatoren.