1. Home
  2. Specialisten
  3. Ralph Tak

Ralph Tak Advocaat Gezondheidszorg

Contact Neem vrijblijvend contact op

Over Ralph Tak

Biografie

Ralph is werkzaam bij de sectie Gezondheidszorg en is bestuursrechtelijk gespecialiseerd. Ralph houdt zich onder meer bezig met conflicten op het gebied van toezicht en handhaving. Daarnaast adviseert hij en procedeert hij voor zorgaanbieders actief binnen het sociaal domein (Wmo en jeugdzorg). Ook houdt Ralph zich bezig met juridische vraagstukken rondom zorgverkoop. Hiervoor is Ralph werkzaam geweest bij de Autoriteit Consument en Markt (en diens voorganger de Nederlandse Mededingingsautoriteit) en een nicheadvocatenkantoor in de zorg.

Functie(s)

2020 Advocaat, Dirkzwager
Zorg Bestuursrecht, Gezondheidsrecht, Mededingingsrecht Dirkzwager - Stella Maris
Van Schaeck Mathonsingel 4
6512 AN Nijmegen

Opleiding(en)

2006 Doctoraal Nederlands recht, Universiteit Utrecht
2011 Grotius Specialisatieopleiding Algemeen bestuursrecht (cum laude)
2014 Brussels School of Competition, Competition Law & Economics (cum laude)

Nevenactiviteit(en)

 

Lid van de Vereniging van Bestuursrecht (VAR)

Lid Raad van Toezicht GGZ Verum

Talen

Nederlands, Engels

Events



Actualiteiten Huurrecht voorjaar 2022

Huurrechtspecialisten Rutger Fabritius en Kristel Verkleij praten u bij over de actualiteiten die zich in 2021/2022 hebben voorgedaan.



Milieuverontreiniging en Aansprakelijkheid

Steeds meer bedrijven hebben dagelijks te maken met vraagstukken rondom de (mogelijke) milieugevolgen van hun activiteiten. Daarbij gaat het ook over juridische aspecten, waaronder aansprakelijkheid voor milieuverontreiniging zoals bodemverontreiniging, geur- en geluidhinder, stikstofdepositie etc.



Delen of opslaan

Kennis geschreven door Ralph Tak

1 filter(s) actief

Expertise

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Sector

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Thema

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Auteur

Selecteer de gewenste filteritems

  • U heeft geselecteerd:
  • Combineren met:
  • Combinatie niet mogelijk met:
Zoekopdracht delen:
Aantal resultaten: 22

De algemene toezichtstaak van de NZa inzake aanmerkelijke marktmacht

Op 15 maart 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zich uitgelaten over een besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) waarin zij na klachten van een GGZ-aanbieder geweigerd heeft onderzoek in te stellen naar de aanmerkelijke marktmacht (AMM) van Zilveren Kruis. Het beroep is ongegrond, maar de uitspraak bevat een aantal mooie overwegingen van het CBb over de algemene toezichtstaak van de NZa inzake AMM. Hierna staan wij stil bij de de AMM-bevoegdheid van de NZa, de standpunten van de zorgaanbieder en de NZa en de overwegingen van het CBb daarover.

Boete van NZa voor overtreding Regeling transparantie zorginkoop

Op 5 januari 2022 maakte de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa) bekend dat zij een bestuurlijke boete heeft opgelegd van in totaal € 38.000 aan de coöperatie VGZ (hierna: VGZ) voor overtreding van de transparantieregels. Volgens de NZa heeft VGZ de wijziging van de tekentermijn in de zorginkoopprocedure voor paramedische zorg niet tijdig bekendgemaakt. In dit blogartikel leggen wij uit wat de transparantieregels inhouden, hoe deze zorgaanbieders beogen te beschermen en op welke wijze VGZ deze regels volgens de NZa heeft overtreden.

CBb oordeelt: maximumtarieven voor geestelijke gezondheidszorg zijn rechtmatig

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft recentelijk geoordeeld dat de maximumtarieven die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) had vastgesteld voor de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg voor 2020 rechtmatig zijn. Enkele zorgaanbieders waren het niet eens met deze door de NZa vastgestelde maximumtarieven en stapten naar de bestuursrechter. Het CBb verklaarde het hoger beroep echter ongegrond.

Inkoopbeleid zorgkantoren aan aanbestedingsbeginselen getoetst

Op 19 oktober 2021 heeft de rechtbank Den Haag zich in een procedure tussen zorgkantoren en GGZ-aanbieders uitgesproken over het inkoopbeleid van diverse zorgkantoren. Op dit beleid, dat op de bedrijfsresultaten van Wlz-aanbieders wordt gebaseerd, zijn de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing. Het inkoopbeleid voldoet aan deze beginselen en houdt stand.

Medewerkingsplicht van de IGJ is niet onbegrensd

De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) beschikt over bevoegdheden zodat zij onderzoek kunnen doen naar de naleving van de wetten waarop zij toezicht houden. Een niet onbelangrijke bevoegdheid betreft de medewerkingsplicht. Op grond van de medewerkingsplicht moet een ieder meewerken aan onderzoeken van toezichthouders zoals de IGJ. Het recht stelt echter, zoals een recente uitspraak van de Raad van State in het faillissementsdossier van MC IJsselmeerziekenhuizen illustreert, grenzen aan die medewerkingsplicht.

Aanwijzing van IGJ aan ‘groep zorgaanbieders’ mag niet van kortgedingrechter

Onlangs deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland een interessante uitspraak over een aanwijzing die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) heeft opgelegd aan een zorgaanbieder waar verschillende zorgentiteiten bij aangesloten zijn. De uitspraak van de kortgedingrechter roept een aantal vragen op over de juridisch verantwoordelijkheid van jeugdhulpaanbieders die de feitelijke zorgverlening laten uitvoeren door andere entiteiten binnen hun groep.

Het belang van zorgaanbieders bij pgb-beschikkingen

Binnen het bestuursrechtelijk gezondheidsrecht luisteren de regels nauw. Belanghebbenden moeten tijdig bezwaar aantekenen tegen bestuursrechtelijke besluiten indien zij het niet met die besluiten eens zijn. Besluiten krijgen immers na zes weken formele rechtskracht waardoor het niet meer mogelijk is tegen die besluiten op te komen. Wie als belanghebbende kan worden aangemerkt en vanaf welk moment de bezwaartermijn gaat lopen zijn in dit kader belangrijke vragen. Een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland illustreert hoe belangrijk het is om, ook in het sociaal domein, een goede basiskennis van het bestuursprocesrecht te hebben.

Aanstaande wijziging van het woonplaatsbeginsel jeugdzorg

In de Jeugdwet is geregeld welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp, ook wel het woonplaatsbeginsel genoemd. Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. Wat gaat precies veranderen en waarom?

Zorg inkopen via pgb’s. Wanneer is sprake van een sociaal netwerk?

In de (kersverse) gemeente Eemsdelta heeft het college van B&W een maatwerkvoorziening individuele begeleiding verstrekt aan een cliënt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het betreffende pgb was gebaseerd op het tarief dat de gemeente voor het sociaal netwerk hanteert, een lager tarief dan de kostprijs voor ‘professionele zorg’ betaalt. De cliënt tekent tegen dit besluit bezwaar aan. De cliënt koopt weliswaar bij zijn moeder zorg in, maar zijn moeder is in dit geval tevens een professioneel zorgverlener. In deze uitspraak verduidelijkt de Centrale Raad van Beroep (hierna: Raad) dat een professionele zorgverlener geen aanspraak maakt op het ‘professionele’ uurtarief indien die zorgverlener tot het sociale netwerk van de cliënt behoort.

Tariefdifferentiatie in het sociaal domein

Gemeenten stellen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet de regels vast over de manier waarop de hoogte van persoonsgebonden budgetten worden vastgesteld. In het verleden, zelfs onder de ‘oude’ Wmo, is gebleken dat dit niet altijd op de juiste manier gebeurt. Toch valt ook recentelijk weer op dat een bij een aantal gemeenten onduidelijkheid is ontstaan over de wijze waarop de regels omtrent de hoogte van pgb’s worden gesteld in het sociaal domein. Reden genoeg om in dit blog stil te staan bij een aantal van deze uitspraken. Hoe zat het ook al weer met de regelopdracht aan gemeenten?

Rechter: onrechtmatig beleid zorgkantoren bij inkoop Wlz. Hoe nu verder?

Op 1 oktober 2020 oordeelde de rechtbank Den Haag dat het inkoopkader voor de Wet langdurige zorg van 5 zorgkantoren onrechtmatig was. De rechter heeft de zorgkantoren daarnaast verboden de inkoopprocedures voort te zetten, zolang de zorgkantoren niet kunnen aantonen dat met de gehanteerde tarieven in alle gevallen wordt voldaan aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld. In deze blog bespreken wij voornoemde uitspraak.

Het zorgvuldig nemen van pgb-besluiten door gemeenten op grond van de Wmo

In deze blog bespreken wij het toetsingskader voor besluitvorming op grond van de Wmo aan de hand van een recente casus die zich in de gemeente Oosterhout voor deed. De uitspraak illustreert naar onze mening dat de lat voor het op zorgvuldige wijze nemen van besluiten door gemeenten, hoog ligt.

1 2