Zoeken
  1. Aanbiedingsplicht

Aanbiedingsplicht BV bij toetreden stichting als aandeelhouder

Veel ondernemingen hebben een aanbiedingsplicht opgenomen in de statuten. Door het opnemen van deze verplichting moet de BV bij het vervreemden van aandelen eerst de aandelen ‘aanbieden’ aan de mede-aandeelhouders. Maar hoe ruim moet het begrip mede-aandeelhouders worden geïnterpreteerd?
Artikel | 11 april 2018 | Bart Lotgerink

Veel ondernemingen hebben een aanbiedingsplicht opgenomen in de statuten. Door het opnemen van deze verplichting moet de BV bij het vervreemden van aandelen eerst de aandelen ‘aanbieden’ aan de mede-aandeelhouders. Maar hoe ruim moet het begrip mede-aandeelhouders worden geïnterpreteerd? Afgelopen maand oordeelde het Hof dat de reikwijdte van het begrip ruimer was dan de onderneming in casu zelf voor ogen had. Het is absoluut van belang om als ondernemer te weten bij welke handelingen de aanbiedingsplicht geldt. Zeker aangezien bij verzuim van de aanbiedingsplicht, het stemrecht van de BV niet rechtsgeldig is.

Casus

X was aandeelhouder in een BV en tevens bestuurder. Hij heeft zijn aandelen echter gecertificeerd. Dit heeft hij gedaan door zijn aandelen over te dragen aan een stichting administratiekantoor. Deze stichting trad hierdoor aan als nieuwe aandeelhouder bij de BV.

In ons huidig recht geldt bij het vervreemden van aandelen de aanbiedingsregeling van art. 2:195 BW. Uit deze bepaling volgt dat mede-aandeelhouders eerst deze aandelen moeten kunnen overnemen, voordat deze aan een derde worden vervreemd. Dit kan natuurlijk wel anders worden bepaald in de statuten.

De BV heeft in deze casus tevens een aandelenbelang van 50% in een andere vennootschap. Dit zorgde voor een onvoorzien probleem. Het geschil gaat namelijk over de vraag of het aandelenbelang in de andere vennootschap ook moest worden aangeboden aan de stichting. De stichting is immers een nieuwe aandeelhouder in de BV.
X wilde met de aanbiedingsregeling bewerkstelligen dat een aandelenoverdracht, bij zijn overlijden, aan zijn broer mogelijk was. Eveneens had de BV niet de bedoeling om bij de aanbiedingsplicht de stichting te betrekken. De BV wilde alleen bereiken dat één van de partijen niet zonder toestemming van de ander plots kon gaan samenwerken met een nieuwe partij.

Naast de vraag of de BV in verzuim was, doordat zij zich niet hield aan de aanbiedingsplicht, speelde nog een ander probleem. Na de aandelenoverdracht aan de stichting heeft namelijk een aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden. Indien de BV daadwerkelijk in verzuim was, had zij op deze vergadering haar stemrecht niet kunnen uitoefenen.

Het Hof

Het Hof stelt dat de bedoeling van de BV bij het instellen van de aanbiedingsplicht niet voldoende is uitgelegd om de interpretatie zodanig te beperken. Het Hof meent dat dit wel het geval zou zijn indien een ‘redelijk oordelend persoon uit de bewoordingen van de onderhavige bepaling [dit] had kunnen en mogen begrijpen’.

Eveneens geeft de uitleg van X geen blijk van een andere bedoeling dan dat sprake is van een aandelenoverdracht aan een andere rechtspersoon. Het Hof haalt dit uit het feit dat de zeggenschap over de BV en het financieel belang steeds in handen van X zelf zijn gebleven.

Kortom, het Hof meent dat sprake is van het toetreden van een rechtspersoon als nieuwe aandeelhouder en dat op de BV een aanbiedingsplicht rustte. Deze aanbiedingsplicht had de BV namelijk in de statuten staan. Nu niet is voldaan aan deze plicht, was sprake van verzuim aan de kant van de BV. Dit brengt met zich mee dat het stemrecht van de BV niet geldig was ten tijde van de vergadering.

In casu zorgde het ongeldige stemrecht niet voor een andere uitkomst van het besluit. In andere gevallen zou dit wel mogelijk zijn. Zeker doordat een eventuele decertificering geen terugwerkende kracht heeft. Dus zelfs als de aandelen weer worden overgedragen van de stichting aan X, blijft het stemrecht ten tijde van het verzuim niet rechtsgeldig.

Voor vennootschappen die eenzelfde aanbiedingsplicht in hun statuten hebben staan, kunnen zodoende vervelende gevolgen kleven aan een aandelenoverdracht aan een stichting als nieuwe aandeelhouder.