1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Auteursrechtelijk bezwaar van architect tegen wijziging van gebouwen

Auteursrechtelijk bezwaar van architect tegen wijziging van gebouwen

In een recente zaak komt de vraag aan de orde of een architect recht heeft op bezwaar tegen aanpassingen van zijn ontwerp waarmee gebouwen worden gewijzigd.
Leestijd 
Auteur artikel Joost Becker
Gepubliceerd 23 november 2021
Laatst gewijzigd 23 november 2021
 

Nieuw ontwerp

Op het complex van de drinkwatervoorziening in Rotterdam wordt een nieuw hoofdkantoor te gerealiseerd. Het nieuwe ontwerp daarvoor zou op de kop van het dienstengebouw van de dringwatervoorziening worden gepositioneerd, in vier bouwlagen.

De architect van het complex is hierover geïnformeerd. Hij maakt nu bezwaar daartegen in een kort geding procedure, ingesteld door een dagvaarding tegen Evides.

Bouwstop

De architect vordert dat Evides zich onthoudt van aanvang en/of uitvoering van sloop en/of bouwwerkzaamheden aan en/of rondom het dienstengebouw in het kader van realisatie van het nieuwe ontwerp.

Hij voert aan dat er wijzigingen zullen doorgevoerd die de “zuivere architectuur” betreffen, en het belang van behoud daarvan. De architect meent dat hij zich op grond van zijn persoonlijkheidsrechten (link art. 25 Aw) tegen ‘aantasting’ hiervan kan verzetten.

Gebouwen

De rechter maakt een onderscheid tussen de algehele inrichting van het complex enerzijds (waarvan wordt geoordeeld dat dit een kernwaarde, stijl of visie behelst) en anderzijds de individuele, door de architect ontworpen gebouwen waarop auteursrecht en persoonlijkheidsrechten kunnen rusten.

Concreet komt het volgens de rechtbank aan op de vraag of het dienstengebouw zodanig wordt gewijzigd of aangetast dat de architect zich daartegen kan verzetten.

Reputatieschade?

De rechtbank acht reputatieschade (art. 25 lid 1 sub d Auteurswet) niet aanwezig. Wel worden de wijzigingen zoals neergelegd in het nieuwe ontwerp dusdanig geacht dat de architect zich op grond van de redelijkheidstoets hiertegen kan verzeten art. 25 lid 1 sub d Auteurswet:

heeft de bouw van het (Gewijzigd) Principeontwerp wel degelijk effect op (het uiterlijk van) het Dienstengebouw. Het Dienstengebouw wordt in het Gewijzigd Principeontwerp immers verbonden met het nieuwe hoofdkantoor via het aquaduct. Weliswaar steekt dat aquaduct niet meer uit, maar het is bevestigd aan het dak en beïnvloedt reeds daarom (de zichtbaarheid van) de gevel. Daarbij komt de verwijdering van de zonwering. Weliswaar acht [naam architect] die minder ernstig, doch beide elementen versterken elkaar. Tegen die wijzigingen blijft [naam architect] zich, terecht, waarover hierna nader, uitdrukkelijk verzetten. (…)  Per saldo blijft de situatie bestaan dat het Dienstengebouw als gevolg van de bouw van het aquaduct wordt gewijzigd en dat de invloed van de wijzigingen naar voorlopig oordeel niet verwaarloosbaar is.

Ook speelt mee

dat er tussen de gebouwen in het Complex waarop [architect] auteursrechten heeft onderling ruimtelijke verbanden, zichtlijnen en ook voor de hand liggende routeringen voor de gebruikers van de gebouwen bestonden, die door de thans gekozen oplossing worden verstoord. Voor een deel zijn die verstoringen inherent aan de gekozen, door [architect] verfoeide, maar voorshands in dit kader toelaatbare, 17 meter hoge driehoeksvorm, maar niet aannemelijk is dat dat geldt voor de verbinding tussen dat gebouw en het Dienstengebouw.

Daarbij geeft het vonnis aan dat “de nadelen van tegemoetkoming aan de bezwaren van [architect] voor Evides beperkt” zijn. Het ontwerp is nog niet definitief, en het bevoegd gezag moet daarover ook nog oordelen. Omdat Evides op enig moment de architect heeft geraadpleegd, is dus zijn visie ook van voor het uiteindelijke gekozen ontwerp. Van substantiële investeringen is tot dusver kennelijk geen sprake. De architect heeft voorts bereidheid getoond om alternatieven aan te dragen.

Vonnis

De rechter oordeelt nog in het vonnis dat het late moment dat contact is gelegd en de niet optimale deelname aan mogelijkheden tot een wederzijds acceptabel compromis ongunstig hebben beïnvloed. Mede daarom wordt een in tijd beperkt verbod uitgesproken in het vonnis, zodat er ruimte is voor overleg. Het persoonlijkheidsrecht levert in dit geval dus geen absoluut verbodsrecht op.

Joost Becker, advocaat auteursrecht