Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Belang van tijdig publiceren jaarrekening

Belang van tijdig publiceren jaarrekening

Binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van een B.V. dient het bestuur een jaarrekening op te maken. Deze termijn kan door de algemene vergadering van aandeelhouders eenmalig met ten hoogste zes maanden worden verlengd op grond van bijzondere omstandigheden.Indien de jaarrekening vervolgens niet binnen twee maanden na afloop van de voor het opmaken ervan voorgeschreven termijn is vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders, moet het bestuur de opgemaakte jaarrekening on...
Auteur artikelMarèl Baak
Gepubliceerd16 april 2012
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van een B.V. dient het bestuur een jaarrekening op te maken. Deze termijn kan door de algemene vergadering van aandeelhouders eenmalig met ten hoogste zes maanden worden verlengd op grond van bijzondere omstandigheden.
Indien de jaarrekening vervolgens niet binnen twee maanden na afloop van de voor het opmaken ervan voorgeschreven termijn is vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders, moet het bestuur de opgemaakte jaarrekening onverwijld openbaar maken met de vermelding dat de jaarrekening nog niet is vastgesteld. In ieder geval moet de B.V. uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening openbaar maken.

Het niet (tijdig) openbaar maken van de jaarrekening kan in geval van faillissement van de B.V. leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Dit is ook het geval in de uitspraak van het Hof Arnhem van 29 november 2011, waarin het hof oordeelde dat een overschrijding van de wettelijke termijn van openbaarmaking van de jaarrekening met 28 dagen, leidt tot aansprakelijkheid van de bestuurder voor de schulden van de inmiddels failliete vennootschap. De casus was als volgt.

X B.V. heeft haar jaarrekening 28 dagen te laat gedeponeerd. De curator heeft de bestuurder van X B.V. aansprakelijk gesteld voor het tekort in X B.V. en baseert zijn vordering op artikel 2:248 BW. Dit artikel bepaalt dat indien het bestuur niet heeft voldaan aan tijdige publicatie van de jaarrekening, hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en daarmee wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Het verzuim de jaarrekening tijdig te deponeren zorgt er dus voor dat er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, tenzij de termijnoverschrijding moet worden aangemerkt als een - buiten beschouwing te laten – onbelangrijk verzuim. De omstandigheden van het geval bepalen of een termijnoverschrijding kwalificeert als een onbelangrijk verzuim. De bewijslast ligt bij de bestuurder. De door de bestuurder aangedragen feiten en omstandigheden (verkeerde afstemming met de accountant en de stukken waren in een verhuisdoos beland) laten volgens het hof onverlet dat de bestuurder gehouden was tot tijdige openbaarmaking. De bestuurder had maatregelen moeten treffen om tijdige openbaarmaking te waarborgen. Nu deze onbehoorlijke taakvervulling heeft plaatsgevonden minder dan drie jaar voor de faillietverklaring van X B.V., wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, hetgeen leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Bovenstaande uitspraak bevestigt wederom het belang van tijdige openbaarmaking van de jaarrekening. Een overschrijding van enkele dagen is misschien nog aan te merken als een onbelangrijk verzuim, maar zeker is dat niet. Dus geldt: voorkomen is beter dan genezen, want dat laatste is wellicht niet mogelijk in geval van faillissement.