Zoeken
  1. Bescherming door het modellenrecht van facelifts

Bescherming door het modellenrecht van facelifts

De registratie van het model voor de nieuwe Volkswagen Beetle strandde destijds door een ouder ingeschreven model van de Beetle zelf. Deze 'facelift' nam daarvan onvoldoende afstand. Recentelijk zijn er weer twee vergelijkbare uitspraken gewezen over bescherming van facelifts van producten.
Artikel | 14 december 2018 | Joost Becker

Bescherming door het modellenrecht

Het modellenrecht is een belangrijk recht van intellectuele eigendom, omdat een registratie snel en goedkoop kan worden verkregen. Met een geldig model kan bovendien worden opgetreden tegen alle voortbrengsels die eenzelfde algemene indruk wekken, en daarnaast tegen namaak. De handhaving van een model tegen inbreukmakers is dus een effectief middel.

Een model kan evenwel alleen als zodanig worden beschermd als deze nieuw is en eigen karakter heeft. Nieuwheid betekent dat er geen eerdere modellen bestaan die identiek zijn. Eigen karakter houdt in dat het model moet verschillen van de algemene indruk die het model wekt ten opzichte van modellen die eerder voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.

'Tangwerking' door eigen oudere modellen

Eerder publiceerde ik een bijdrage over een model van de Volkswagen Beetle, welk model niet in aanmerking kwam voor modelrechtelijke bescherming, omdat een ouder ingeschreven model van de Beetle daaraan in de weg stond. Het latere model werd zelfs nietig verklaard. Volkswagen werd aldus 'in de tang' genomen door haar eigen eerdere model.

Levert een facelift wel een beschermd model op?

Hoe zit het nu precies met deze 'tangwerking' door eigen, oudere, modellen? Wanneer kan een modelhouder daaraan ontsnappen? Is een facelift voldoende? Wanneer is er voldoende verschil?

Beantwoording van deze vragen is zoals gezegd relevant, omdat de aanvrager van een model moet willen voorkomen ‘in de tang’ te worden genomen door reeds bestaande eigen modellen. De eerdere modellen staan dan namelijk in de weg aan een geldige registratie of, sterker nog, een ingeschreven modelrecht voor de 'facelift' kan dan nietig worden verklaard (zie de hiervoor genoemde Volkswagen Beetle-zaak). 

Eerder dit jaar heeft de Kamer van Beroep van het Europees Bureau voor Intellectueel Eigendom (‘EUIPO’) geoordeeld over de Volkswagen Cady.[1] De Kamer stelde vast dat de ‘gefacelifte’ modellen van de Volkswagen Cady niet nietig zijn, nu er volgens haar voldoende verschillen bestaan tussen de modellen waardoor er een andere algemene indruk ontstaat. Daarbij is van belang dat de geïnformeerde gebruiker -volgens deze uitspraak- weet dat automodellen in de loop van de jaren, zowel technisch als esthetisch, moeten worden gemoderniseerd.

Kenmerkend voor de auto-industrie is dat ontwerpen van automodellen noodzakelijkerwijs moeten worden aangepast aan nieuwe esthetische ontwikkelingen en veranderende voorkeuren binnen de maatschappij, aldus de Kamer van Beroep. Zij oordeelde om deze redenen dat, ondanks de overeenstemming in de algemene vorm van de auto, de verschillen in het design – zoals de lengte van het voertuig, de radiatorgrillontwerpen, het raamontwerp, de indeling van de schuifdeur en het koplampontwerp – niet onopgemerkt zullen blijven bij de geïnformeerde gebruiker.

Opvallend is dat dezelfde Kamer van Beroep slechts 8 dagen later heeft geoordeeld dat een ‘gefacelift’ model van Porsche wel dezelfde algemene indruk wekt.[2] Dat de geïnformeerde gebruiker volgens deze uitspraak weet dat automodellen regelmatig worden gemoderniseerd, op zowel technisch als esthetisch vlak, maakt niet dat de kleinste aanpassing aan het ontwerp voldoende is om tot een andere algemene indruk te komen. Hoewel er enkele verschillen tussen de modellen van Porsche zijn, blijft de algemene indruk volgens deze uitspraak hetzelfde, rekening houdend met het feit dat de verschillen voornamelijk betrekking hebben op functies die technisch van aard zijn – zoals de koplampen, de spiegels en de bumper. De andere essentiële kenmerken, zoals de vorm van de auto en de vorm van de deuren en ramen, waren volledig identiek gebleven. 

Conclusie

Kortom: een facelift zorgt niet per definitie voor een nieuw, geldig model. Het vernieuwen van oude modellen blijft riskant als de modelhouder voornemens is die ook te gaan registreren en/of te handhaven. Aanpassingen moeten resulteren in een andere algemene indruk. Het is tevens van belang dat de ontwerper of producent bij het ‘faceliften’ aanpassingen maakt in de essentiële kenmerken. Daarnaast is aan te bevelen pas met het nieuwere model naar buiten te treden als voldoende zeker is dat er bescherming kan wordne ingeroepen voor het model.

In de zaak omtrent de Volkswagen Cady is er overigens ondertussen beroep ingesteld bij het Hof van Justitie.[3] Er is nog geen arrest gewezen.

 

Joost Becker, advocaat intellectuele eigendom

 

[1] Third Board of Appeal EUIPO 11 January 2018, case R 1203/2016-3 (Volkswagen – Rietze)

[2] Third Board of Appeal EUIPO 19 January 2018, R 954/2016-3

[3] HvJ EU 7 mei 2018, zaak T-191/18, C 161/89 en C 161/90 (Rietze/EUIPO –  Volkswagen)