Zoeken
  1. Bestuurder aansprakelijk voor wanprestatie vennootschap? (2)

Bestuurder aansprakelijk voor wanprestatie vennootschap?

Wij hebben al vaker geschreven over bestuurdersaansprakelijkheid. Wanneer is een bestuurder aansprakelijk voor wanprestatie van een vennootschap?Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de ve...
Auteur artikelSelma van Ramele
Gepubliceerd26 mei 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Wij hebben al vaker geschreven over bestuurdersaansprakelijkheid. Wanneer is een bestuurder aansprakelijk voor wanprestatie van een vennootschap?

Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.

Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Het bovenstaande stond centraal in een recent arrest van de Hoge Raad (Hoge Raad 2 februari 2015 ECLI:NL:HR:2015:246).

De feiten zijn als volgt. De heer X is bestuurder van Crane Services B.V. (Crane). De heer X was een sale and purchase agreement (SPA) met Antea c.s. aangegaan voor de koop van aandelen in Vialle Alternative Fuel Systems B.V. De daadwerkelijke koop van de aandelen zou plaatsvinden door een door de heer X nader aan te wijzen persoon of vennootschap. De heer X heeft uiteindelijk Crane hiervoor aangewezen. In de SPA is een financieringsvoorbehoud opgenomen: de koopovereenkomst kon worden ontbonden als tijdig twee schriftelijke afwijzende verklaringen van mogelijke financiers werden overgelegd. Uiteindelijk kwam de financiering niet rond en deed de heer X een beroep op het financieringsvoorbehoud, zonder schriftelijke afwijzende verklaringen van mogelijke financiers.

Crane is in rechte veroordeeld tot betaling aan Antea van de verschuldigde koopsom. Crane heeft aan deze veroordeling niet voldaan. Vervolgens betrekt Antea de heer X in rechte en vordert vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de niet-nakoming van de koopovereenkomst. Het hof oordeelt dat de heer X als (indirect) bestuurder van Crane door het aanvaarden namens Crane van contractuele verplichtingen waarvoor Crane geen verhaal biedt, het niet verschaffen van de nodige middelen en het niet tijdig en correct inroepen van het financieringsvoorbehoud, onrechtmatig heeft gehandeld jegens Antea en dat de heer X de door Antea geleden schade moet vergoeden.

De Hoge Raad stelt vast dat het hof bij zijn oordeel dat de heer X onrechtmatig heeft gehandeld jegens Antea tot uitgangspunt heeft genomen dat de heer X namens Crane contractuele verplichtingen heeft aanvaard. Zodoende lag ter beoordeling dan ook voor het handelen van de heer X in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder van Crane. Voor aansprakelijkheid voor dergelijke handelen is volgens vaste jurisprudentie vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De Hoge Raad constateert dat uit de overwegingen van het hof niet blijkt dat het heeft onderzocht of de bestuurder ter zake van de benadeling van de verkopende vennootschap inderdaad persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst het geding naar het Hof ‘s-Hertogenbosch voor verdere afdoening.

Concluderend kan worden opgemerkt dat voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder hogere eisen worden gesteld dan in het algemeen het geval is. In het onderhavige arrest wordt dit nogmaals door de Hoge Raad bevestigd.