De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Bevoegdheid curator tot aanvragen faillissement dochtervennootschap

Bevoegdheid curator tot aanvragen faillissement dochtervennootschap

Indien een rechtspersoon, zoals bijvoorbeeld een besloten vennootschap (B.V.), in staat van faillissement wordt verklaard, benoemt de Rechtbank een curator die belast wordt met het beheer en de vereffening van de failliete boedel, aldus artikel 68 Faillissementswet. In de praktijk komt dit er op neer dat de curator zal trachten de activa van de failliete vennootschap voor een zo hoog mogelijke opbrengst te verkopen.Ook in concernverband kan sprake zijn van een faillissementssituatie. In het a...
Leestijd 
Auteur artikel Dirkzwager
Gepubliceerd 27 april 2012
Laatst gewijzigd 16 april 2018
 
Indien een rechtspersoon, zoals bijvoorbeeld een besloten vennootschap (B.V.), in staat van faillissement wordt verklaard, benoemt de Rechtbank een curator die belast wordt met het beheer en de vereffening van de failliete boedel, aldus artikel 68 Faillissementswet. In de praktijk komt dit er op neer dat de curator zal trachten de activa van de failliete vennootschap voor een zo hoog mogelijke opbrengst te verkopen.

Ook in concernverband kan sprake zijn van een faillissementssituatie. In het algemeen is het vaak de werkmaatschappij (de dochtervennootschap) die failliet gaat, maar het is natuurlijk ook mogelijk dat de holdingmaatschappij (de moedervennootschap) in staat van faillissement komt te verkeren. Tot de activa van die moedervennootschap behoren dan onder meer de aandelen in de dochter. Het is de vraag wat de curator in het faillissement van de moedervennootschap met deze aandelen kan.

Eigen aangifte door Curator
Het Gerechtshof Arnhem heeft over deze kwestie op 23 maart 2012 arrest gewezen (LJN: BW3806). De feiten in deze zaak waren, kort samengevat, als volgt. BCCH (de moedervennootschap) is enig aandeelhouder en bestuurder van Hama Rent (de dochtervennootschap). De grootaandeelhouder van BCCH (met 83%) is ML Investment en de enig bestuurder van BCCH is mevrouw X. Mevrouw X is met andere woorden de enig indirect bestuurder van Hama Rent.

Het gaat financieel slecht met BCCH en op 3 februari 2012 volgt haar faillissement. In de boedel van BCCH treft de curator alle aandelen in Hama Rent aan. De curator roept vervolgens een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders bijeen, waarin de curator namens BCCH als enig aandeelhouder van Hama Rent het besluit neemt om het faillissement van Hama Rent aan te vragen.

ML Investment, de grootaandeelhouder van BCCH, is het niet met deze gang van zaken eens. Volgens haar was de curator niet bevoegd tot het aanvragen van het eigen faillissement van Hama Rent, maar had dat door mevrouw X moeten gebeuren. De rechtbank geeft ML Investment gelijk en vernietigt het faillissement van Hama Rent. De Curator kan zich hier niet in vinden en de zaak wordt voor het Gerechtshof Arnhem voortgezet.

Oordeel hof
Het hof stelt voorop dat het failleren van een rechtspersoon de handelingsbevoegdheid en ook de vertegenwoordigingsbevoegdheid van zijn bestuur niet aantast. Wel verliest de failliete rechtspersoon de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen. Vanaf de datum van het faillissement is alleen de curator nog bevoegd om de failliete boedel te beheren en te vereffenen.

Aangezien de aandelen van Hama Rent in de failliete boedel van de BCCH vallen, is de curator bevoegd om de rechten uit te oefenen die zijn verbonden aan de onder zijn beheer vallende aandelen in de dochter, indien en voor zover zulks past bij een goed beheer van de boedel en daarmee vermogensrechtelijke belangen van de boedel worden gediend. Dus voor zover de financiële belangen van de boedel van BCCH daarmee zijn gediend, kan de curator van BCCH de stemrechten uitoefenen die zijn verbonden aan de aandelen in Hama Rent.

De eigen aangifte van het faillissement van Hama Rent had door de daartoe bevoegde bestuurder dienen te worden verzorgd. De bestuurder van Hama Rent is BCCH en de enig bestuurder van BCCH is mevrouw X. Mevrouw X vertegenwoordigt dus BCCH, die op haar beurt weer Hama Rent vertegenwoordigt.

BCCH is naast aandeelhouder ook bestuurder van Hama Rent. Het hof echter oordeelt dat het uitoefenen van de bestuurstaak bij een dochtermaatschappij (in beginsel) niet tot het beheer over het vermogen van een moedermaatschappij kan worden gerekend. De curator in het faillissement van BCCH heeft dus niet het recht om bestuurstaken bij Hama Rent uit te voeren. Aangezien het verzorgen van de eigen aangifte van het faillissement van Hama Rent de uitoefening van de bestuurstaak inhoudt, is enkel mevrouw X als indirect bestuurder van Hama Rent bevoegd om de eigen aangifte van het faillissement te verzorgen. De curator in het faillissement van de BCCH was daartoe dus niet bevoegd. Het hof laat het oordeel van de rechtbank in stand en het faillissement blijft vernietigd.