Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. BREAKING: Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid over verwijderverzoeken bij zoekmachines

BREAKING: Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid over het 'recht op vergetelheid'

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door zoekmachine-exploitanten in principe verboden is. Ook verlaagt het Hof de drempel voor betrokkenen om een succesvol verwijderverzoek bij zoekmachine-exploitanten in te dienen bij de verwerking van bijzondere persoonsgegevens.
Auteur artikelJeroen Lubbers
Gepubliceerd24 september 2019
Laatst gewijzigd24 september 2019
Leestijd 

In 2014 wees het Hof van Justitie het arrest dat inmiddels bekend staat als Google Spain / Costeja. Wij schreven daar eerder al over. In die uitspraak oordeelde het Hof dat Google, en met haar ook andere zoekmachine-exploitanten, bij het indexeren van websites voor haar zoekmachine aan de regels van het privacyrecht moeten voldoen. Die regels brengen mee dat Google in principe gehoor moet geven aan het verzoek van de betrokkene om links te verwijderen die verschijnen als op de persoonsgegevens van de betrokkene wordt gezocht (dat zal doorgaans de naam zijn).

Betrokkenen / CNIL

Deze nieuwe zaak bij het Hof draait om een aantal verschillende betrokkenen die Google hebben verzocht om bepaalde zoekresultaten te verwijderen die verschijnen als op hun naam wordt gezocht. Het loopt daarbij uiteen van een satirische fotomontage van een politica tot verwijdering van links naar twee artikelen in Franse dagbladen, waarin wordt geschreven over een strafzitting en veroordeling van de betrokkene wegens aanranding van minderjarigen.

Google wijst de verzoeken af en de betrokkenen dienen klachten in bij de CNIL, de Franse toezichthouder. Ook de toezichthouder wijst de klachten af. De Franse bestuursrechter, die hierover vervolgens een oordeel moet geven, stelt in alle zaken gezamenlijk prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Prejudiciële vragen

De eerste prejudiciële vraag die het Hof beantwoordt is in hoeverre de regels omtrent de verwerking van bijzondere persoonsgegevens van toepassing zijn op de exploitant van een zoekmachine die websites indexeert voor haar zoekmachine.

De regels voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, zoals gegevens over de gezondheid, religie en ras zijn streng. Verwerking van dergelijke persoonsgegevens is in principe verboden, tenzij sprake is van een of meer van de wettelijke uitzonderingen. Voorbeelden van die uitzonderingen zijn bijvoorbeeld uitdrukkelijke (vrije) toestemming van de betrokkene, of noodzakelijke verwerking om redenen van zwaarwegend algemeen belang. Zoekmachines verwerken veel bijzondere persoonsgegevens omdat zij webpagina’s indexeren waarop die gegevens zijn opgenomen.

Het Hof beantwoordt de eerste vraag bevestigend. De regels omtrent verwerking van bijzondere persoonsgegevens zijn van toepassing op “elk type verwerking” en op “alle verantwoordelijken die dergelijke verwerkingen verrichten” (r.o. 42). Een andere uitleg van de privacywetgeving zou: “indruisen tegen de doelstelling van deze bepalingen, namelijk het waarborgen van een versterkte bescherming tegen dergelijke verwerkingen die, wegens de bijzondere gevoeligheid van deze gegevens een (…) bijzonder ernstige inbreuk kunnen vormen op de grondrechten op eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens” (overweging 44).

Dus: ook zoekmachine-exploitanten moeten aan de strenge regels voor verwerking van bijzondere persoonsgegevens voldoen. Dit betekent ook dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door zoekmachine-exploitanten in principe verboden is.

Verplichting om verwijderverzoeken toe te wijzen?

Nu we dat weten is de logische tweede vraag of de zoekmachine-exploitant verplicht is om een verwijderverzoek in te willigen indien er bijzondere persoonsgegevens in het spel zijn, en dus de zoekresultaten die daarnaar verwijzen moet verwijderen.

Naar aanleiding van de eerdere Google Spain / Costeja uitspraak was de conclusie dat het ‘recht op vergetelheid’ niet absoluut is. De zoekmachine-exploitant moet een afweging maken tussen de belangen van de betrokkene die een verwijderverzoek doet en de belangen van de gebruikers van de zoekmachine om vrij te kunnen zoeken (het ‘recht op vrijheid van informatie’). Hoewel het Hof toen oordeelde dat de belangen van de betrokkene in principe zwaarder wegen dan de belangen van de gebruikers van de zoekmachine, zien we in de praktijk dat veel verwijderverzoeken toch worden afgewezen omdat zoekresultaten bijvoorbeeld ‘nieuwswaarde’ zouden hebben.

Het Hof van Justitie maakt het in deze nieuwe uitspraak moeilijker voor Google om een verwijderverzoek af te wijzen. Omdat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens als uitgangspunt verboden is, zal de zoekmachine-exploitant moeten aantonen dat zij een beroep kan doen op één van de wettelijke uitzonderingen. En voor die uitzonderingen geldt dat de betrokkene daar in een aantal gevallen bezwaar tegen kan maken. De zoekmachine-exploitant wordt dan al snel gedreven naar een beroep op de ‘noodzakelijke verwerking om redenen van algemeen zwaarwegend belang’ (artikel 9 lid 2 onder g AVG). Het Hof doet daar zelfs nog een schepje bovenop door de eis te stellen dat de verwerking ‘strikt noodzakelijk’ is:

“Derhalve moet de exploitant van een zoekmachine na de ontvangst van een verzoek tot verwijdering van een link naar een webpagina waarop dergelijke gevoelige gegevens zijn gepubliceerd, op basis van alle relevante elementen van het geval en gelet op de ernst van de inbreuk op de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest verankerde grondrechten van de betrokkene op eerbiediging van het privéleven en op bescherming van persoonsgegevens, om de redenen van algemeen zwaarwegend belang als bedoeld in artikel 8, lid 4, van richtlijn 95/46 of in artikel 9, lid 2, onder g), van verordening 2016/679, en onder eerbiediging van de in deze bepalingen bedoelde voorwaarden, nagaan of de opname van deze link in de resultatenlijst die wordt weergegeven na een zoekopdracht op de naam van deze persoon strikt noodzakelijk blijkt ter bescherming van de in artikel 11 van het Handvest verankerde recht op vrijheid van informatie van de internetgebruikers die mogelijk geïnteresseerd zijn in toegang tot deze webpagina via een dergelijke zoekopdracht” (overweging 68; onderstreping door mijzelf).

En dat is een klap voor de zoekmachine-exploitant. Immers, in veel gevallen zal een betrokkene juist een verwijderverzoek doen als het om bijzondere persoonsgegevens gaat. Het gaat dan bijvoorbeeld om nieuwsberichten over gezondheid en strafbare feiten. Dit betekent dus dat zoekmachine-exploitanten in (veel) meer gevallen een verwijderverzoek moeten toewijzen.

Het Hof benadrukt in overweging citaat ook nog dat het de verantwoordelijkheid van de zoekmachine-exploitant zelf is om de toetsing  uit te voeren.

De vierde vraag (de derde vraag is niet beantwoord) ziet specifiek op strafrechtelijke persoonsgegevens, dus gegevens over overtredingen en strafrechtelijke veroordelingen. Grosso modo gelden voor dit soort gegevens dezelfde regels als voor andere bijzonder persoonsgegevens. Echter, met name bij strafrechtelijke gegevens geldt dat er een (groot) belang van het publiek kan zijn om daarover geïnformeerd te worden. Nieuws over strafbare feiten heeft immers nieuwswaarde. En in andere rechtspraak is al meermaals bevestigd dat het recht op persvrijheid in bepaalde gevallen zwaarder weegt dan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (het recht op privacy).

Het Hof oordeelt dat de zoekmachine-exploitant ook bij strafrechtelijke persoonsgegevens zelf een afweging moet maken tussen de belangen van de betrokkene en de belangen van het publiek. Echter, de toets bij dit soort gegevens lijkt minder streng te zijn dan bij andere bijzondere persoonsgegevens. Het Hof laat immers de woorden ‘strikt noodzakelijk’ weg. Hoewel nu nog niet duidelijk wat de uitwerking daarvan zal zijn, is het te verwachten dat Google voor verwijderverzoeken over strafrechtelijke gegevens (iets) meer beoordelingsruimte heeft.

Andere ordening van zoekresultaten

Maar zelfs als de zoekmachine-exploitant van oordeel is dat verwerking van zoekresultaten met strafrechtelijke persoonsgegevens wel is toegestaan in een concreet geval, dan is ze nog niet off the hook:

“Hieraan moet echter worden toegevoegd dat de exploitant van een zoekmachine, zelfs al mocht hij vaststellen dat dit niet het geval is omdat de opname van de betrokken link strikt noodzakelijk blijkt om de rechten op de eerbiediging van het privéleven en op de bescherming van de gegevens van de betrokkene te rijmen met de vrijheid van informatie van mogelijk geïnteresseerde internetgebruikers, in ieder geval uiterlijk bij het verzoek tot verwijdering van links de resultatenlijst dusdanig dient te ordenen dat het algehele beeld dat hiermee voor de internetgebruiker wordt geschetst een afspiegeling vormt van de actuele gerechtelijke situatie, hetgeen onder meer vereist dat de links naar webpagina’s die daarover informatie bevatten als eerste op deze lijst verschijnen(overweging 78).

Hoe Google dit praktisch zal uitvoeren is nog maar de vraag. Het lijkt mij heel moeilijk, zo niet onmogelijk (of vanuit commercieel perspectief onwenselijk) om voor iedere mogelijke zoekopdracht een inhoudelijk chronologische lijst met zoekresultaten te tonen.