Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Cartoon = onrechtmatige uitlating

Cartoon = onrechtmatige uitlating

Een karikaturaal getekende afbeelding van een in de media bekende advocaat, met daarboven het opschrift "Aangifte tegen louche advocaat" en bij de afbeelding een tekstballon waarin staat: "maar ik ben géén homo" vindt naar het oordeel van de Rechtbank Limburg onvoldoende steun in de feiten en is onrechtmatig.De genoemde afbeelding werd geplaatst in het huis-aan-huisblad De Ster, verspreid door A en C Media en A en C Media Services. De afgebeelde advocaat startte een procedure bij de rechter t...
Auteur artikelEsther Mommers (uit dienst)
Gepubliceerd31 oktober 2014
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Een karikaturaal getekende afbeelding van een in de media bekende advocaat, met daarboven het opschrift "Aangifte tegen louche advocaat" en bij de afbeelding een tekstballon waarin staat: "maar ik ben géén homo" vindt naar het oordeel van de Rechtbank Limburg onvoldoende steun in de feiten en is onrechtmatig.

De genoemde afbeelding werd geplaatst in het huis-aan-huisblad De Ster, verspreid door A en C Media en A en C Media Services. De afgebeelde advocaat startte een procedure bij de rechter tegen beide partijen en ook tegen de tekenaar van de cartoon.

De rechtbank overweegt dat de kernvraag is of deze cartoon wordt beschermd door het recht op vrije meningsuiting. Dit recht omvat, aldus de rechtbank "volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ook het recht, zij het niet onbeperkt, om zich uit te drukken op een manier die voor anderen kwetsend, verontrustend of aanstootgevend is." Bovendien overweegt de rechtbank dat de aard van een cartoon, die een satirisch karakter heeft, meebrent dat daarvoor ruimere grenzen gelden dan voor meningsuitingen met een zuiver serieus karakter.

Met enige toelichting van de tekenaar komt de rechtbank in deze zaak tot de conclusie dat de tekenaar met de cartoon een reactie van de afgebeelde advocaat heeft willen uitdrukken, op de huidige omstandigheden dat er aangifte tegen hem was gedaan door een privédetective. De rechtbank overweegt dat de tekenaar kennelijk heeft willen uitdrukken dat de reactie van de advocaat is dat het hem niet deert dat hij ervan wordt beschuldigd louche te zijn, indien men hem er maar niet van beticht dat hij homofiel is.

De rechtbank citeert uit de Dikke Van Dale dat louche betekent: 'onguur of verdacht'. Naar het eindoordeel van de rechtbank rechtvaardigt de hiervoor omschreven toelichting nog niet dat afgebeelde advocaat wordt omschreven als een louche advocaat.

Ook de door de tekenaar aangevoerde gronden, dat de mate waarin de afgebeelde advocaat de publiciteit in de media zoekt en de wijze waarop hij zich daarin presenteert het aanzien van de advocatuur schaadt, acht de rechtbank in haar oordeel onvoldoende om te spreken van een rechtmatige uiting.
Indien [de tekenaar, red.] een bepaalde groep advocaten, met [eiser] kennelijk als concreet voorbeeld, als op media-aandacht beluste advocaten op spottende en satirische wijze heeft willen portretteren vanwege die eigenschap, dan is het gebruik van het woord louche in dat verband niet op zijn plaats. [...] Door de aanduiding louche, die een ernstig beschuldigend karakter heeft, krijgt deze gestelde spottende en satirische aanduiding ongerechtvaardigd een veel zwaardere lading, die niet past bij de “beschuldiging” van [de tekenaar, red.] dat [eiser] een glamouradvocaat is.

Aan [de tekenaar, red.] kan worden toegegeven dat [eiser] als publiek figuur forsere publicitaire tegenstoten mag verwachten en moet acceptere, te meer nu hijzelf ook verbaal scherp uit de hoek kan komen, [...] maar dat betekent niet dat hij in de onderhavige omstandigheden moet accepteren dat hij wordt gekarakteriseerd als louche.

[Met update in hoger beroep, zie hier.]