Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Cessieverbod in de algemene voorwaarden van Ryanair is niet onredelijk bezwarend

Cessieverbod in de algemene voorwaarden van Ryanair is niet onredelijk bezwarend

Recentelijk heeft de Rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven geoordeeld dat het door Ryanair gehanteerde cessieverbod niet onredelijk bezwarend is. Dat betekent dat passagiers hun vordering niet in eigendom kunnen overdragen aan derden zoals claimbureaus.
Auteur artikelJoanne Houwers
Gepubliceerd13 november 2019
Laatst gewijzigd13 november 2019
Leestijd 

Cessieverbod in de algemene voorwaarden van Ryanair niet onredelijk bezwarend

Op grond van de Verordening 261/2004 ("Verordening") hebben passagiers van een vlucht recht op compensatie bij annulering of vertraging. In de afgelopen jaren is er een trend te zien dat passagiers hun vordering tot vergoeding van financiële compensatie aan een claimbureau in eigendom overdragen als gevolg waarvan het claimbureau rechthebbende van de vordering wordt. Vervolgens int het claimbureau de vordering bij de luchtvaartmaatschappij.

Ryanair heeft in artikel 15.4.2 van haar algemene voorwaarden een cessieverbod opgenomen. In dit artikel staat het volgende beschreven: "Alle vorderingen jegens Ryanair die voortvloeien uit de overeenkomst of hiermee samenhangen, kunnen noch mogen aan derden worden overgedragen of in pand worden gegeven noch zijn vatbaar voor overdracht of verpanding".

Artikel 15.4.2 betekent dat een passagier zijn vordering niet in eigendom kan overdragen aan een claimbureau en het vorderingsrecht blijft rusten bij de passagier. Een claimbureau kan (dus) geen rechthebbende worden van de vordering.

Recentelijk heeft de Rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven uitspraak gedaan over de vraag of het cessieverbod van Ryanair onredelijk bezwarend is. Dat is niet het geval, aldus de rechtbank.

Feiten

AirHelp houdt zich bezig met het verzorgen en indienen van claims van passagiers die compensatie van luchtvaartmaatschappijen verlangen. In deze kwestie hadden de passagiers een vlucht geboekt van Eindhoven naar Malaga. De vlucht is met een vertraging van meer dan drie uur in Malaga aangekomen. Passagiers schakelen AirHelp in om de vordering te innen. Zij ondertekenen een volmacht met onder meer de volgende inhoud:

"De klant [= de passagiers, kantonrechter] verklaart hierbij dat AirHelp de volledige eigendom en juridische titel heeft van zijn/haar claim op grond van Verordening (EG) 261/2004 en het Verdrag van Montreal (1999) met betrekking tot de bovenstaande geopereerde vlucht(en) geïdentificeerd door het boekingsnummer op grond van de algemene voorwaarden.

(...)

Indien de opdracht op grond van deze volmacht om welke reden dan ook ongeldig wordt verklaard, zal deze volmacht gezien worden als een machtiging van de klant naar AirHelp, op grond waarvan AirHelp exclusieve bevoegdheid wordt verleend, met volledig recht van substitutie, om:

- de klant wettelijk te vertegenwoordigen tegenover derden met betrekking tot de claim;

(...)

- elke vorm van onderhandelen te initiëren, uit te voeren en te ondernemen van zowel juridische -gerechtelijke en buitengerechtelijke- passende maatregelen om de claim van de klant te innen van de uitvoerende luchtvaartmaatschappij;

- namens de klant betalingen met betrekking tot de claim te innen en te ontvangen."

Volmacht: geen lastgevingsovereenkomst, maar eigendomsoverdracht

Het eerste twistpunt in deze kwestie is de vraag hoe de volmacht dient te worden beschouwd.

Volgens AirHelp dient de volmacht als een lastgevingsovereenkomst in de zin van artikel 7:414 lid 2 BW te worden gezien. Het vorderingsrecht berust volgens AirHelp bij de passagiers. AirHelp handelt in opdracht van de passagiers waarbij zij in eigen naam of naam van de passagiers kan procederen.

Ryanair stelt zich echter op het standpunt dat uit de volmacht duidelijk blijkt dat passagiers de volledige eigendom van de vordering aan AirHelp hebben overgedragen en daarmee overdracht (cessie) van de claim hebben beoogd. Daarbij wijst Ryanair op artikel 1.6 van de algemene voorwaarden van AirHelp waarin volmacht als volgt is gedefinieerd:

"Volmacht: het document, waarmee de cliënt, met inachtneming van de algemene voorwaarden daarin, de eigendom van de claim overdraagt aan Airhelp."

Haviltex- en CAO-norm

De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhoudingen tussen partijen (in deze kwestie: AirHelp en passagiers) geregeld zijn, kan niet alleen worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg. Er dient te worden gekeken naar twee normen: de Haviltex-norm en de CAO-norm.

Bij de Haviltex-norm komt het aan op de bedoeling die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en wat zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Ryanair was geen partij bij de totstandkoming van de volmacht tussen AirHelp en passagiers. Indien een overeenkomst of een regeling naar haar aard bestemd is om de rechtspositie van derden (zoals Ryanair) te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben op de inhoud of formulering van die tekst, dient de zogenoemde CAO-norm toegepast te worden bij de uitleg van die tekst. Bij de CAO-norm is de tekst in beginsel van doorslaggevende betekenis.

Uit het arrest DSM/FOX blijkt dat er tussen beide uitlegnormen een vloeiende overgang bestaat. De gemeenschappelijke grondslag van beide normen is dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens alle omstandigheden van het concrete geval een beslissende betekenis hebben. Daarbij dient de uitleg gewaardeerd te worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid.

De kantonrechter oordeelt dat de bewoordingen van het formulier er geen misverstand over laten bestaan dat de vordering van de passagiers in eigendom wordt overgedragen aan AirHelp. Verder heeft AirHelp in de dagvaarding uitdrukkelijk gesteld dat de passagiers hun vordering hebben overgedragen aan AirHelp en dat directe betaling aan de passagiers Ryanair niet bevrijdt van betaling aan AirHelp.

Geldigheid cessieverbod

Nu duidelijk is dat er sprake is van eigendomsoverdracht van de vordering aan AirHelp, moet er nog gekeken worden naar de geldigheid van de overdracht van de vordering. Ryanair beroept zich op artikel 15.4.2 van haar algemene voorwaarden waarin het cessieverbod is opgenomen. Dit cessieverbod heeft goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke werking. AirHelp stelt zich op het standpunt dat het cessieverbod de rechten van passagiers op ontoelaatbare wijze zou beperken en dat het cessieverbod onredelijk bezwarend is.

Een beding in algemene voorwaarden is op grond van artikel 6:233 aanhef en sub a BW vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Deze bepaling moet, waar nodig, worden uitgelegd overeenkomstig de Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn).

Artikel 3 lid 3 van de Richtlijn verwijst naar een bijlage die een lijst bevat van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Onder q) van deze lijst is opgenomen dat als oneerlijk beding kunnen worden aangemerkt bedingen die tot doel of gevolg hebben: "het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument te beletten of te belemmeren (…)".

De kantonrechter oordeelt dat het door Ryanair gehanteerde cessieverbod niet oneerlijk is, op grond van de volgende redenen:

  • Het instellen van een rechtsvordering door een passagier wordt niet belet of belemmerd omdat een cessie (ongeacht een verbod daartoe in de algemene voorwaarden) per definitie tot gevolg heeft dat de passagier niet langer rechthebbende op de vordering is en dus niet meer een rechtsvordering kan instellen. De passagier draagt bij cessie immers de vordering aan een claimbureau in eigendom over.
  • Het cessieverbod belet of belemmert de passagier (dus) op geen enkele wijze een rechtsvordering tegen Ryanair in te stellen. Ook bij afwezigheid van een cessieverbod is na een cessie het instellen van een rechtsvordering door de passagier namelijk niet (meer) mogelijk.
  • Voor de passagiers is een relatief eenvoudige en goedkope Europese procedure voorhanden (namelijk de Europese Procedure voor Geringe Vorderingen) waarbij zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een – al dan niet juridische geschoolde – gemachtigde. Hoe dan ook wordt door het cessieverbod het instellen van een rechtsvordering door de passagier niet belet of belemmerd; hij is en blijft in alle opzichten volledig vrij om dan – al dan niet met behulp van derden – te doen.
  • Verder dient het belang van Ryanair te worden meegenomen. Gelet op het zeer grote aantal claims dat zij behandelt, heeft zij er een gerechtvaardigd belang bij dat zij door het cessieverbod weet wie haar wederpartij is en aan wie zij de financiële compensatie moet voldoen, zodat zij zich niet bij iedere afzonderlijke claim hoeft te verdiepen in de vraag of zij dient te betalen aan een gemachtigde, een cessionaris, een lasthebber of, toch, aan de passagiers zelf.

Nu volgens de kantonrechter aan het cessieverbod goederenrechtelijke werking moet worden toegekend, staat het cessieverbod in de weg aan de geldigheid van de overdracht.

Conclusie

De kantonrechter heeft geoordeeld dat het door Ryanair gehanteerde cessieverbod niet onredelijk bezwarend is. Zo belet of belemmert het cessieverbod de passagiers op geen enkele wijze een rechtsvordering in te stellen, is er voor de passagiers de relatief eenvoudige en goedkope Europese Procedure voor Geringe Vorderingen voorhanden en kunnen zij zich desgewenst laten bijstaan door een juridisch geschoolde gemachtigde. Bovendien heeft Ryanair er een gerechtvaardigd belang bij dat zij door het cessieverbod weet wie haar wederpartij is en aan wie zij de financiële compensatie moet voldoen.

In deze procedure werd Ryanair bijgestaan door Joanne Houwers.