Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Consultatie wetsvoorstel tot aanpassing van de geschillenregeling

Consultatie wetsvoorstel tot aanpassing van de geschillenregeling

Tot 22 november 2019 is het Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure in consultatie.
Auteur artikelKarin Harmsen
Gepubliceerd04 oktober 2019
Laatst gewijzigd07 oktober 2019
Leestijd 

Het wetsvoorstel beoogt uitstoting en uittreding van aandeelhouders te vereenvoudigen en de toegang tot de enquêteprocedure voor aandeelhouders en certificaathouders van beursvennootschappen te verduidelijken. Een link naar de consultatiestukken treft u hier aan.

Geschillenregeling

De geschillenregeling geldt voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) en voor ‘besloten’ naamloze vennootschappen (NV). De regeling ziet op het beëindigen van aandeelhoudersconflicten en bevat vier onderdelen. Ten eerste kunnen aandeelhouders die het belang van de vennootschap schaden uitgestoten worden.[1] Ten tweede kunnen aandeelhouders een vruchtgebruiker of pandhouder met stemrecht op aandelen dwingen het stemrecht over te laten gaan op een ander.[2] Als derde bestaat de mogelijkheid tot uittreding van een aandeelhouder die in zijn rechten of belangen wordt geschaad.[3] Het laatste onderdeel bevat een procedure voor het geval een aandeelhouder uittreedt en daarover overeenstemming is bereikt tussen de aandeelhouders en de vennootschap.[4] Deze procedure voorziet in het vaststellen van een koopprijs voor de aandelen van de uittredende aandeelhouder. [5]

Uitstoting en overgang stemrecht

Een of meer aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatst kapitaal verschaffen kunnen vorderingen tot uitstoting en tot gedwongen overgang van stemrecht instellen. Voordat een aandeelhouder middels de geschillenregeling uitgestoten kan worden, moet de desbetreffende aandeelhouder met zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaden of hebben geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.

Voor de gedwongen overgang van het stemrecht van een pandhouder of vruchtgebruiker geldt deze maatstaf ook, zij het dat bij hem het blijven uitoefenen van het stemrecht in redelijkheid niet moet kunnen worden geduld. Gelet op de wetsgeschiedenis[6] en jurisprudentie[7] is het momenteel zo dat een aandeelhouder of pandhouder/vruchtgebruiker dergelijke schadelijke gedragingen moet hebben gedaan in zijn hoedanigheid als aandeelhouder of pandhouder/vruchtgebruiker.

Dit hoedanigheidscriterium vindt de wetgever niet langer gewenst, omdat dit het onmogelijk maakt om aandeelhouders of pandhouders/vruchtgebruikers uit te stoten die zich wel misdragen maar dat in een andere hoedanigheid doen.[8] Met het wetsvoorstel vervalt dit hoedanigheidscriterium.

Uittreding

Verder past het wetsvoorstel het criterium voor uittreding aan. Onder het huidige recht moet er sprake zijn van een situatie waarbij de aandeelhouder zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. De jurisprudentie legt dit vereiste beperkt uit. Zo zijn bijvoorbeeld ‘bijkomende zwaarwegende omstandigheden’[9] vereist, of ‘serieuze eisen aan het gewicht van de bijzondere bijkomende omstandigheden’.[10] De wetgever vindt deze hoge lat die is ontstaan in de jurisprudentie onwenselijk, omdat de uittreding is bedoeld als een ‘adequate exit voor een beknelde minderheidsaandeelhouder’. Daarom vereenvoudigt het wetsvoorstel de maatstaf tot het criterium dat ‘de andere aandeelhouder(s) zich zodanig in strijd gedragen met hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd’. Dit redelijkheid en billijkheidscriterium vraagt, net als onder het huidige recht, om een belangenafweging door de rechter. [11]

Het voorstel beoogt tevens dat de rechter een vordering tot uittreding niet toewijst als er al een onherroepelijk, voorwaardelijk en redelijk bod is uitgebracht op de aandelen van de beklemde aandeelhouder door de vennootschap of een medeaandeelhouder. Met een redelijk bod wordt bedoeld een aanbod tegen de prijs die de aandeelhouder redelijkerwijs zou hebben ontvangen als hij de uittredingsprocedure had doorgezet. Een reden hiervoor is een versnelling van de procedure. [12]

Toegang enquêteprocedure kapitaalverschaffers beursvennootschappen

Het wetsvoorstel behelst tevens een aanpassing van het enquêterecht. Op basis van de enquêteprocedure kan de Ondernemingskamer op verzoek van een belanghebbende ingrijpen bij een rechtspersoon. Het ontvankelijkheidsvereiste voor kapitaalverschaffers van beursvennootschappen is verduidelijkt in het voorstel. Onder de huidige wetgeving kunnen kapitaalverschaffers van beursvennootschappen met een geplaatst kapitaal van minder dan €22,5 mln. slechts in twee gevallen een enquêteverzoek indienen: (i) als zij minimaal 10% van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen of (ii) als zij aandelen bezitten met een totale nominale waarde van €225.000,- of meer.[13] Als de nominale waarde van een aandeel in de beursvennootschap €0,01 bedraagt, wat steeds vaker voorkomt,[14] zouden verzoekers om die €225.000,- te behalen minimaal 22,5 mln. aandelen moeten bezitten. Dit terwijl de beurswaarde van die aandelen normaliter honderden of duizenden malen hoger ligt. In dat geval zou een verzoeker een veel grotere investering moeten doen om een enquête te kunnen verzoeken dan een kapitaalverschaffer van een beursvennootschap met een geplaatst kapitaal van €22,5 mln. of hoger. Vanaf de €22,5 mln.-grens kunnen kapitaalverschaffers die aandelen of certificaten bezitten met een minimale beurswaarde van €20 mln. namelijk een enquêteverzoek indienen.

Met de huidige wetgeving kunnen vennootschappen die onder de €22,5 mln.-grens zitten dus een drempel opwerpen voor hun kapitaalverschaffers om een enquête te verzoeken. Dit strookt niet met de bedoeling van de wetgever, dus heft het wetsvoorstel het onderscheid tussen beursvennootschappen op.[15] Het nieuwe vereiste geldt voor alle beursvennootschappen en luidt als volgt: kapitaalverschaffers moeten ofwel 1% van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen ofwel aandelen of certificaten bezitten met een waarde van minimaal €20 mln. om ontvankelijk te zijn in een enquêteprocedure.

Vereenvoudigde uitstoot- en uittreedprocedure

Ten slotte wordt een vereenvoudigde procedure voor uitstoting en uittreding voorgesteld. Deze procedure zou gaan gelden in gevallen waarin door de Ondernemingskamer een onjuist beleid of wanbeleid is vastgesteld. In dergelijke situaties is na de wetswijziging de Ondernemingskamer bevoegd, wordt de bevoegdheid van de rechter ten aanzien van samenhangende vorderingen uitgebreid en staat uitsluitend beroep in cassatie open tegen de uitspraak.[16]

Slot

Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat de uitstoting of de gedwongen overgang van stemrecht mogelijk wordt als een aandeelhouder of pandhouder/vruchtgebruiker zich misdraagt in een andere hoedanigheid dan zijn hoedanigheid als aandeelhouder/pand-/vruchtgebruiker. Daarnaast maakt het voorstel het voor een beknelde minderheidsaandeelhouder makkelijker om uit te treden. Als laatste neemt het wetsvoorstel een eventuele ontvankelijkheidsdrempel in een enquêteprocedure voor kapitaalverschaffers van beursvennootschappen weg en versnelt het de geschillenprocedure in gevallen van een onjuist beleid of wanbeleid. Hoe het wetsvoorstel wordt ontvangen zal met name blijken na 22 november 2019, wanneer de consultatieperiode eindigt.

 

[1] Art. 2:336 BW.

[2] Art. 2:342 BW.

[3] Art. 2:343 BW.

[4] Art. 2:343c BW.

[5] Bulten, in: T&C BW, commentaar op afd. 1 Boek 2 BW.

[6] Kamerstukken II 1984/85, 18905, nr. 3, p. 16-17.

[7] Vgl. Hof Amsterdam (OK) 27-10-1994, ECLI:NL:GHAMS:1994:AD2243 (Muller Holding); Rb. Leeuwarden (vzr.) 30 juni 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BN0523 (Swisch Holding B.V./X).

[8] Voorontw. MvT Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling, p. 8-9.

[9] Rb. Zutphen 25 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW7993 (Ruitenberg/STAK Ruitenberg).

[10] Rb. Midden-Nederland 26 maart 2014 (Procap).

[11] Voorontw. MvT Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling, p. 10-11.

[12] Voorontw. MvT Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling, p. 15.

[13] Art. 2:346 lid 1 sub b BW.

[14] Vgl. Q.L.C.M. Bongaerts, ‘Toegang tot enquête voor kapitaalverschaffers – de evaluatie geëvalueerd’, Maandblad voor Ondernemingsrecht 2018/10.5, p. 301-305, p. 302-303.

[15] Voorontw. MvT Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling, p. 18-19.

[16] Voorontw. MvT Wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling, p. 18-19.