Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De nieuwe e-commerce regels: wetsvoorstel en toelichting

De nieuwe e-commerce regels: wetsvoorstel en toelichting

In eerdere berichten informeerden wij u reeds over de aanstaande wijzigingen op het vlak van de e-commerceregels. Recentelijk is er wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer waarmee een start wordt gemaakt om de Europese richtlijn waarin deze regels over verkoop op afstand staan om te zetten in wetgeving. Ook is er een uitvoerige memorie van toelichting op het wetsvoorstel beschikbaar waarin wordt uitgelegd hoe het wetsvoorstel moet worden uitgelegd in het licht van de huidige nationale en E...
Auteur artikelJoost Becker
Gepubliceerd02 mei 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
In eerdere berichten informeerden wij u reeds over de aanstaande wijzigingen op het vlak van de e-commerceregels. Recentelijk is er wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer waarmee een start wordt gemaakt om de Europese richtlijn waarin deze regels over verkoop op afstand staan om te zetten in wetgeving. Ook is er een uitvoerige memorie van toelichting op het wetsvoorstel beschikbaar waarin wordt uitgelegd hoe het wetsvoorstel moet worden uitgelegd in het licht van de huidige nationale en Europese regelgeving en jurisprudentie. In dit bericht bespreken wij deze stukken op hoofdlijnen.

Wegens de lengte van het wetsvoorstel en de toelichting is het onmogelijk volledig te zijn in deze berichtgeving. Toch is komt hieronder een groot deel van de relevante regelgeving aan de orde en worden vele facetten van de aanstaande business to consumer wetgeving besproken.

Implementatie richtlijn

Het wetsvoorstel is een gevolg van de voor Nederland verplichte implementatie van de Richtlijn consumentenrechten. Het toepassingsgebied van die richtlijn ziet onder meer op alle overeenkomsten die tussen handelaren en consumenten worden gesloten op afstand, via onder andere internet en telefoon. Dit wetsvoorstel en de toelichting voorzien in een eerste stap in de implementatie van de richtlijn.

Volgens de toelichting zal de Consumentenautoriteit de regels gaan handhaven in de vorm van publiek toezicht op de voorschriften uit het onderhavige wetsvoorstel (De Consumentenautoriteit wordt eind dit jaar / begin volgend jaar omgedoopt tot Autoriteit Consument en Markt (ACM)). In het wetsvoorstel ter oprichting van de AMC worden boetes geüniformeerd zodat de hoogte van de op te leggen boete voor alle bestuursrechtelijke handhavingen op het gebied van consumentenbescherming maximaal € 450.000,-- per overtreding gaat bedragen.

Individuele consumenten kunnen handelaren aanspreken op naleving van de normen uit het onderhavige wetsvoorstel en daartoe vorderingen bij de rechter indienen. Zij kunnen onder meer schadevergoeding vorderen en afgesloten overeenkomsten vernietigen of ontbinden indien de regels niet juist worden nageleefd door handelaren.

Enkele definities

Overeenkomst op afstand

De overeenkomst op afstand wordt in het nieuwe wetsvoorstel in overeenstemming met de richtlijn als volgt gedefinieerd:
“de overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand”

Het toepassingsgebied van het wetsvoorstel is zeer ruim. Zo valt de handel en verkoop via internet, sms en telefoon onder het begrip overeenkomst op afstand.

Informatieverschaffing via “duurzame gegevensdragers”

Volgens het wetsvoorstel moet de consument middels een duurzame gegevensdrager worden geinformeerd over verschillende zaken, zoals de bevestiging van ontbinding van een op afstand gesloten overeenkomst. Ook de verplichte informatie, die aan de consument moet worden verstrekt, wordt via een duurzame gegevensdrager verschaft. Wat is een duurzame gegevensdrager?
"ieder hulpmiddel dat de consument of de handelaar in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt"

Volgens de considerans bij de richtlijn kunnen ook e-mails als digitale gegevensdragers worden gezien, naast papier, usb-sticks, cd-rom's, dvd's, geheugenkaarten en harde schijven.

Digitale inhoud

De nieuwe wet is straks ook van toepassing op de levering van digitale inhoud, gedefinieerd als gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden. De toelichting spreekt over bijvoorbeeld muziek, games, video’s, teksten, software en dergelijke

Informatieverplichtingen

In eerdere berichtgeving hebben wij u al over enkele belangrijke informatieverplichtingen geïnformeerd. Het gaat daarbij onder meer over de volgende verplichte informatie, die op duidelijke en begrijpelijke wijze moet worden verstrekt (de lijst is niet uitputtend):

- de kenmerken van de aangeboden producten en/of diensten;
- de identiteit van de handelaar, zijn adres en telefoonnummer;
- de prijs (inclusief belastingen en extra kosten);
- de betaalwijzen;
- informatie over het recht op ontbinding;
- de kosten van terugzending en het gebruik van bepaalde goederen;
- een herinnering aan de waarborg van wettelijke conformiteit;
- eventuele garanties;
- gedragscodes (indien bestaand);
- informatie over de duur van de overeenkomst;
- allerhande informatie over digitale inhoud;
- en melding van (toepasselijke) buitengerechtelijke klachten- en geschilbeslechtingsprocedures.

Deze informatie moet op een in het oog springende manier en onmiddellijk voordat de consument zijn bestelling plaats worden weergegeven.

Deze informatie moet ook via een duurzame gegevensdrager worden bevestigd, tenzij deze informatie al vooraf op een duurzame drager is verstrekt. Een deel van deze informatie moet nu ook al, op grond van de huidige regels, verstrekt worden.

Naast de algemene verplichtingen dient de handelaar de consument bij digitale inhoud (zie hiervoor) op de hoogte te stellen van de functionaliteit en de interoperabiliteit ervan.

Verder is de handelaar gehouden om de consument de verplichte bevestiging van de gesloten overeenkomst te verstrekken.

De memorie van toelichting meldt dat deze informatie daadwerkelijk aan de consument moet worden verstrekt en de handelaar niet volstaan kan worden met het versturen van een link naar de informatie.

Geen vooraf aangevinkte vakjes meer

Volgens de memorie van toelichting moet “afgeleide instemming” van de consument via vooraf aangevinkte vakjes tegengegaan worden. De toelichting spreek over het volgende voorbeeld:
“Men kan hierbij denken aan het online boeken van een busticket, waarbij ook – tegen betaling – een aanvullende maaltijdservice aan de consument wordt aangeboden en waar alvast het hokje, waarmee de maaltijdservice wordt geaccepteerd, is aangevinkt.”

Deze praktijk is niet langer meer toegestaan. Wel is het toegestaan om een dergelijke aanvullende dienst gratis aan te bieden – en om daarvoor een hokje vooraf aan te vinken. Een andere – wellicht te verkiezen – optie is het vragen om uitdrukkelijke instemming van de consument met de aanvullende dienst.

Er is uitdrukkelijke instemming nodig om consumenten te laten betalen voor aanvullende prestaties. De wetgevers geeft een elektronische handtekening ter accordering als voorbeeld, of het intypen van de woorden “ik ga ermee akkoord” of een andere wijze waaruit de wil van de consument ondubbelzinnig blijkt. Ook een knop die of een hokje dat de consument apart moet aanvinken is voldoende uitdrukkelijk.

Handelen in strijd handelt met deze bepaling heeft als gevolg dat de consument niet gebonden. De consument heeft recht op terugbetaling op grond van het leerstuk van onverschuldigde betaling. De betaling kan door hem worden teruggevorderd.

De knop “bestelling met betaalverplichting”

Volgens het wetsvoorstel dient de handelaar zijn elektronische bestelproces zo in te richten dat de consument een aanbod niet kan aanvaarden dan nadat hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als gebruik wordt gemaakt van een knop, aldus het wetsvoorstel, dan moet ook op goed leesbare wijze de aanvaarding van een betalingsverplichting jegens de handelaar blijken:
“Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingverplichting jegens de handelaar inhoudt. De enkele zinsnede “bestelling met betalingsverplichting” wordt aangemerkt als een dergelijke ondubbelzinnige verklaring.” 

Een overeenkomst die in strijd hiermee tot stand komt, is vernietigbaar.

Volgens de toelichting impliceert de in de richtlijn gebruikte tekst dat indien de consument geen betalingsverplichting aangaat, bijvoorbeeld bij gratis content, al dan niet onder bepaalde gebruiksvoorwaarden of vergezeld van adware, deze informatie over betalingsverplichtingen niet verstrekt hoeft te worden.

Kosten voor het gebruik betaalmiddelen

Het wetsvoorstel noemt de maximale kosten die gerekend mogen worden voor het gebruik van bepaalde betaalmiddelen van de handelaar. Het gaat dan om betaalmiddelen als Ideal, Paypal, creditcard, overschrijving per bank en dergelijke. Voortaan mag niet meer worden gerekend dan de kosten die de handelaar maakt door gebruik van het betaalmiddel aan de betaaldienstverlener zoals de bank, waarbij het kan gaan om zowel variabele kosten (kosten per transactie) als vaste kosten (bijvoorbeeld de periodiek aan de bank verschuldigde bijdragen voor een betaalsysteem). De handelaar zal zich volgens de toelichting moeten verantwoorden over deze kosten. Rekent de handelaar toch teveel af, dan is kan het teveel betaalde op grond van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd.

Overigens verplicht het wetsvoorstel nog tot het duidelijk en leesbaar aangeven welke betaalmiddelen worden aanvaard door de handelaar.

Verlengde bedenktijd

Het niet vermelden van de juiste informatie over het recht op ontbinding kent verstrekkende gevolgen. De wetgever noemt informatieverschaffing over het recht van ontbinding van de consument essentieel. Zonder opgaaf van redenen mag de consument de overeenkomst ontbinden. Volgens de memorie van toelichting betekent dit:
“dat de consument zich op geen enkele wijze hoeft te verantwoorden over de achtergrond van de ontbinding. [Dit] staat er niet aan in de weg dat de handelaar de consument vraagt naar de achtergrond van de ontbinding, mits ondubbelzinnig blijkt dat de beantwoording niet verplichting is om het recht uit te oefenen.”

De consument krijgt onder de nieuwe regelgeving 14 kalenderdagen bedenktijd (is nu nog 7 dagen) om de online koop ongedaan te maken. Indien geen informatie over het ontbindingsrecht is gemeld, dan zal de consument een veel langere tijd krijgen de koop te herroepen, namelijk tot 1 jaar (is nu nog 3 maanden). 

Over het tijdstip van het ingaan van de termijn van 14 dagen merkt de memorie van toelichting op dat dit bij consumentenkoop eenvoudig is vast te stellen, namelijk in beginsel bij aflevering. Ingewikkelder wordt het indien zowel een zaak wordt geleverd (denk aan een wasmachine), als een dienst (het onderhoudscontract voor de wasmachine). De wetgever geeft aan wat in dat geval geldt:
“Dit houdt in dat voor de levering van een wasmachine met hierbij een onderhoudscontract, de termijn van ontbinding van de overeenkomst zal aanvangen nadat de wasmachine is geleverd. Lastiger zijn de gevallen waarbij de zaak ondergeschikt is aan de dienstverlening – bijvoorbeeld het bestellen van een pakket voor digitale televisie. In dit geval lijkt de termijn voor ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig het regime van de levering van zaken het meeste met de aard en strekking van de richtlijn overeen te stemmen. Immers, de consument kan pas zien hoe de dienst concreet werkt nadat hij de digitale ontvanger heeft geïnstalleerd en de televisiesignalen ontvangt. Ook in de Nederlandse jurisprudentie is een dergelijke uitleg aangenomen (Rb Arnhem 14 juni 2010, LJN BN0733). De uiteindelijke uitleg is voorbehouden aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.”

Voor online bestelde diensten geldt dat de ontbindingstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de consument met de muis klikt op de bestelknop.

Modelformulier voor herroeping

Uit de richtlijn kan worden afgeleid dat online handelaren verplicht zijn een ‘Modelformulier voor herroeping’ op hun website op te nemen wanneer een herroepingsrecht bestaat. Daarin staat een sjabloonmatige tekst die consumenten kunnen gebruiken om hun online afgesloten overeenkomst te herroepen.

Ons inziens verplicht de richtlijn handelaren tot verstrekking van het modelformulier voor herroeping. Het standpunt van de Nederlandse wetgever hierover is echter niet geheel duidelijk. Enerzijds meldt de Nederlandse wetgever in het kader van de informatieverplichtingen dat de richtlijn er ter vergemakkelijking van de uitoefening van het ontbindingsrecht in voorziet dat de handelaar een modelformulier moet verstrekking aan de consument (p. 33 van de toelichting). Anderzijds meldt de Nederlandse wetgever in de toelichting op de wijze waarop het recht van ontbinding van de overeenkomst moet worden uitgeoefend: ‘Lid 4 bouwt hierop voort en ziet op de situatie dat de handelaar de mogelijkheid biedt om via zijn website een verklaring tot ontbinding van de overeenkomst aan te bieden. Een dergelijke faciliteit is overigens geenszins verplicht. De handelaar kan op zijn website bijvoorbeeld het modelformulier tot ontbinding plaatsen of een andere ondubbelzinnige verklaring.’ Hier lijkt de wetgever de verschillende mogelijkheden tot uitoefening van het recht op ontbinding door de consument te verwisselen met de verplichting van de handelaar tot verstrekking van het modelformulier.

Wij menen dat verstrekking van het Modelformulier op de website de meest veilige optie is om te voldoen aan de verplichtingen uit de richtlijn. Indien dat formulier elektronisch kan worden ingevuld en toegezonden, moet de handelaar overigens onverwijld een bevestiging daarvan sturen aan de consument.

Kosten gemoeid met ontbinding

Er mogen er geen kosten verbonden zijn aan de uitoefening van het recht op ontbinding, tenzij dat is bepaald in het nieuwe regelgevend kader. De gedachte is dat de consument anders ervan wordt weerhouden het ontbindingsrecht uit te oefenen. Volgens de toelichting strekt het wetsvoorstel ertoe de consument te vrijwaren voor enige aansprakelijkheid die samenhangt met de uitoefening van het herroepingsrecht.

Echter, de handelaar moet volgens de nieuwe regels wél informatie verschaffen over de mogelijke kosten die als gevolg van de uitoefening van het ontbindingsrecht ontstaan. Die bestaan uit de verzendkosten van de consument voor het retourneren van de zaken aan de handelaar. Het feit dat de consument de kosten van het terugzenden van zaken zal moeten dragen in geval van uitoefening van het recht van ontbinding, moet dus worden gemeld. Als zaken door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden, moeten de kosten gemoeid met terugzending worden gemeld. Aan deze verplichting kan volgens de toelichting worden voldaan door een prijsopgaaf van een mogelijke vervoerder en de geschatte prijs voor het vervoer. Als deze kosten niet te geven zijn, omdat de handelaar bijvoorbeeld zelf geen terugzendregeling aanbiedt, dan volstaat volgens de toelichting een verklaring dat de consument kosten kwijt is met terugzending, met een redelijke raming van de maximale kosten die gebaseerd zou kunnen worden op de kosten die de handelaar heeft gemaakt voor de levering aan de consument.

De Europese wetgever realiseert zich kennelijk dat de informatie die terzake verplicht vooraf op websites moet worden gemeld omvangrijk is. Daarom is er een formulier bij de richtlijn gevoegd waarmee, indien dit formulier juist wordt ingevuld, aan een belangrijk deel van de informatieverplichtingen – voornamelijk die over het herroepingsrecht – wordt voldaan. De toelichting geeft echter niet aan hoe dit formulier precies moet worden ingevuld.

Gevolgen van ontbinding

Inroeping van het recht de overeenkomst te ontbinden zorgt ervoor dat de overeenkomst wordt beëindigd en er verbintenissen ontstaan tot het ongedaan maken van de prestatie. Bij een consumentenkoop betekent dit dat de consument de ontvangen zaak zal moeten terugsturen en de handelaar hetgeen is betaald zal moeten vergoeden. Bij de levering van diensten ligt het anders. In beginsel hoeft de consument bij ontbinding van dergelijke overeenkomsten geen kosten te vergoeden, tenzij hij – volgens de toelichting – uitdrukkelijk om aanvang van de dienstverlening binnen de ontbindingstermijn heeft verzocht. Dan moet hij de in de overeenkomst bepaalde prijs naar rato van de verrichte werkzaamheden betalen. Er mogen geen andere kosten worden gerekend.

Uitzonderingen op het herroepingsrecht

De belangrijkste uitzonderingen op het hiervoor omschreven herroepingsrecht van de consument betreffen overeenkomsten tot het verrichten van diensten en tot levering van digitale inhoud.

Weliswaar heeft de consument een ontbindingsrecht bij levering van diensten, maar dat vervalt volgens de memorie van toelichting op het moment dat de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de termijn waarbinnen kan worden ontbonden. De consument moet dan wel hebben ingestemd met de uitvoering van de dienst tijdens de ontbindingstermijn. Voorts is als voorwaarde gesteld, aldus de memorie van toelichting, dat de consument uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij afstand doet van het ontbindingsrecht nadat de dienst volledig zal zijn verricht. Dit wijkt af van de wettekst zelf, waarin staat dat de consument uitdrukkelijk vooraf moet instemmen met uitvoering van de dienst, en hij heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de handelaar de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd.

Wij vermoeden bij de levering van diensten en digitale inhoud een wijziging in het bestelproces nodig zal zijn, in die zin dat bij de bij bestelknop vooraf een niet-aangevinkt vakje moet komen te staan (en indien dat vakje niet wordt aangevinkt, men niet verder kan in het bestelproces) waarbij de consument door het aanvinken van dat vakje toestemming verleent voor directe uitvoering van de dienst en/of levering van de digitale inhoud en erkent dat hij zijn herroepingsrecht verliest. De memorie van toelichting geeft als voorbeeld het opnemen van een dergelijke verklaring als aparte stap in het bestelproces. Het wetsvoorstel kent immers – in lijn met de richtlijn – de regel dat indien de consument wenst dat de verrichting van diensten aanvangt tijdens de herroepingstermijn, de handelaar de consument daarom uitdrukkelijk verzoekt. Verder is het verplicht dat de consument verklaart afstand te doen van zijn ontbindingsrecht.

Ook dient de handelaar, voor zover van toepassing, de bevestiging van de uitdrukkelijk voorafgaande toestemming en de erkenning van de consument dat hij zijn herroepingsrecht verliest bij digitale inhoud te bevestigen op een duurzame gegevensdrager.

Ten slotte wordt een groot aantal andere uitzonderingen op het herroepingsrecht van de consument gemaakt dat reeds in de huidige regelgeving staat. Zo geldt voor op maat gemaakte producten, bederfelijke waar, verzegelde audio- en video opnamen en computerprogrammatuur waarvan de verzegeling is verbroken géén herroepingsrecht. Volgens de toelichting is de reikwijdte van de uitzondering voor kranten en tijdschriften aanzienlijk teruggebracht: losse kranten of tijdschriften zijn weliswaar uitgezonderd van het ontbindingsrecht, maar dat geldt niet voor abonnementen. Dat betekent volgens de toelichting dat op een via internet of telefoon (of op straat) gesloten krantenabonnementen voortaan het herroepingsrecht geldt.

Kortom, handelaren zullen dus vooraf moeten melden dat de consument geen herroepingsrecht heeft of de omstandigheden waarin de consument zijn herroepingsrecht verliest.

Gevolgen van ontbinding

Wat zijn de gevolgen van een ontbinding? De consument moet bestelde goederen uiterlijk binnen 14 dagen na herroeping  retourneren. De handelaar moet onverwijld en uiterlijk binnen 14 dagen alle betalingen, inclusief leveringskosten die de handelaar in rekening brengt, aan consument vergoeden.

De handelaar mag volgens de richtlijn echter wachten met terugbetaling tot de goederen zijn geretourneerd, of consument heeft aangetoond dat goederen zijn teruggezonden. Vóór die tijd is er, volgens de memorie van toelichting, sprake van een natuurlijke verbintenis. Dat heeft de praktische consequentie dat de handelaar bij terugbetaling voor het moment van ontvangst van de zaken of bewijs van terugzending, niet onverschuldigd presteert, aldus de toelichting. Aan de kant van de consument betekent het dat hij geen beroep kan doen op opschorting totdat hij de zaken heeft teruggestuurd. Komt de consument de gestelde termijn om ontvangen zaken terug te sturen niet na dan kan de handelaar schadevergoeding vorderen.

Deze regels gelden overigens niet als de handelaar zelf heeft aangeboden de zaken op te halen bij de consument.

Kosten van terugzending

Volgens het wetsvoorstel draagt de consument de rechtstreekse kosten van terugzending, tenzij de handelaar heeft nagelaten de consument mee te delen dat hij deze kosten moet dragen. Verzuimt de handelaar om aan deze informatieplicht te voldoen dan is de consument volgens de toelichting de rechtstreekse kosten van terugzending niet verschuldigd en kunnen deze worden teruggevorderd.

Waardevermindering van goederen

Wat geldt als de consument de goederen gedurende de bedenktijd heeft gebruikt? Kan de handelaar daarvoor schadevergoeding vorderen? De consument is alleen aansprakelijk voor waardevermindering indien die verder gaat dan nodig om aard, kenmerken en werking goed vast te stellen. Volgens de toelichting houdt dit het volgende in:
“De consument is voortaan aansprakelijk voor een handelen dat verder gaat dan nodig om de aard, de kenmerken en de werking van de zaak vast te stellen. Dit houdt in dat de consument zorgvuldig met de ontvangen zaak moet omgaan. (…) Als uitgangspunt geldt dat de consument, om de aard, de kenmerken en de werking van de zaken te controleren, deze slechts op dezelfde manier mag hanteren en inspecteren als hij dat in een winkel zou mogen doen (overweging 47 van de richtlijn). Een kledingstuk passen is bijvoorbeeld toegestaan. Wordt een kledingstuk, zoals een rokkostuum, langer gedragen (bijvoorbeeld op een gala), dan gaat dit verder dan noodzakelijk en zal de consument aansprakelijk zijn voor de waardevermindering. De richtlijn voorziet nadrukkelijk niet in de mogelijkheid om het ontbindingsrecht bij verkeerd gebruik van de geleverde zaak te laten vervallen.”

In bepaalde gevallen is het volgens de toelichting mogelijk dat een zaak in waarde vermindert, maar dat deze vermindering toch voor rekening blijft van de handelaar:
“Gedacht kan worden aan het geval dat een consument via internet een computer koopt. Zet de consument deze computer aan waardoor automatisch allerlei software wordt geïnstalleerd die zich aan de gebruiker aanpast, dan zal doorgaans de waarde van de computer verminderen: om de computer opnieuw te verkopen zal de software opnieuw geïnstalleerd moeten worden.”

De consument is overigens in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering, indien handelaar heeft nagelaten informatie over herroepingsrecht te verstrekken.

Vergoedingen bij dienstverlening bij uitoefening herroepingsrecht

De richtlijn voorziet in een vergoeding voor de handelaar die vóórdat de ontbinding wordt ingeroepen diensten verricht. Zijn diensten verleend, dan kan de consument naar rato aansprakelijk zijn voor de (kosten van de) verrichte dienstverlening. Wel is vereist dat de consument vooraf over deze kosten wordt geïnformeerd: de handelaar moet de consument op een duurzame gegevensdrager informeren over de verplichting om de pro rato kosten voor de reeds verrichte dienst te betalen. De toelichting geeft een voorbeeld ter illustratie van de werking van deze specifieke regeling betreffende de levering van een internetabonnement met modem:
“Bij een internetabonnement zal de consument dus zorgvuldig met het geleverde modem moeten omgaan, omdat hij anders aansprakelijk is voor de waardevermindering. Voorts zal de consument, mits hij hierom heeft verzocht en over de vergoedingsregeling is geïnformeerd, een vergoeding moeten betalen voor de tijd dat hij van internet gebruik heeft gemaakt tijdens de ontbindingstermijn. Hierbij zou de vergoeding kunnen worden bepaald aan de hand van het aantal dagen dat de consument heeft kunnen internetten, in verhouding tot de prijs die de consument maandelijks verschuldigd is.”

Overigens geldt nog dat bij overeenkomsten die zowel op goederen als diensten betrekking hebben, de voorschriften inzake het terugzenden van goederen gelden voor de goederenaspecten en de vergoedingsregeling voor diensten geldt voor de dienstenaspecten.

De consument draagt zoals gezegd geen kosten voor diensten wanneer hij niet uitdrukkelijk heeft verzocht om diensten die tijdens de ontbindingstermijn zijn verricht. Evenmin is, aldus de memorie van toelichting, een vergoeding verschuldigd indien de handelaar heeft nagelaten om de consument te informeren over de hiervoor besproken (pro rato) vergoedingsregeling. Ten derde behoort de handelaar volgens de memorie van toelichting de consument te informeren dat deze afstand doet van het ontbindingsrecht wanneer de overeenkomst tot het verrichten van diensten volledig tijdens de ontbindingstermijn is nagekomen.

Betreft het levering van digitale inhoud dan draagt de consument géén kosten indien hij er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen voor het einde van de ontbindingstermijn, en indien hij niet heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding of indien de handelaar heeft verzuimd de verplichte bevestiging van de gesloten overeenkomst te verstrekken.

Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand

Aan het slot van de toelichting op het nieuwe wetsvoorstel staan enkele aanvullende bepalingen over de manier waarop gecommuniceerd moet worden. Zo bepaalt het wetsvoorstel dat de handelaar de verplichte informatie verstrekt “op een wijze die passend is voor de gebruikte middelen voor communicatie op afstand en in een duidelijke en begrijpelijke taal”. Het wetsvoorstel verklaart per medium (sms, internet, televisie e.d.) een aantal aanvullende en bijzondere bepalingen van toepassing.

Ten slotte

Het wachten is nu op het verdere wetgevingsproces, dat naar verwachting nog dit gehele jaar in beslag zal nemen. Wij houden u op de hoodte van de relevante ontwikkelingen.