Zoeken
  1. De onaantastbaarheid van de vaststellingsovereenkomst?

De onaantastbaarheid van de vaststellingsovereenkomst?

De vaststellingsovereenkomst is een bijzondere overeenkomst die geregeld is in artikel 7:900 BW. Met een vaststellingsovereenkomst proberen partijen zekerheid te verkrijgen ten aanzien van feiten en omstandigheden waarover getwist werd of onzekerheid bestond. Daarmee wordt beoogd een geschil te beëindigen of te voorkomen. In het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 26 februari 2014 (NJF 2014/161) kwam aan de orde of deze vaststellingsovereenkomst met een beroep op dwaling kon worden aangeta...
Artikel | 23 april 2014 | Bart van Meer
De vaststellingsovereenkomst is een bijzondere overeenkomst die geregeld is in artikel 7:900 BW. Met een vaststellingsovereenkomst proberen partijen zekerheid te verkrijgen ten aanzien van feiten en omstandigheden waarover getwist werd of onzekerheid bestond. Daarmee wordt beoogd een geschil te beëindigen of te voorkomen. In het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 26 februari 2014 (NJF 2014/161) kwam aan de orde of deze vaststellingsovereenkomst met een beroep op dwaling kon worden aangetast.

In deze zaak waren de eisers (de nabestaanden van) de slachtoffers van een ongeval met een vliegtuig van Martinair, dat op 21 december 1992 op het vliegveld van Faro (Portugal) heeft plaatsgevonden. Op basis van verschillende onderzoeken sluiten de eisers met Martinair een vaststellingsovereenkomst. Achteraf stellen eisers zich op het standpunt dat Martinair een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven, waardoor eisers gedwaald hebben bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Martinair wordt verweten dat zij onjuiste mededelingen heeft gedaan over de toedracht van het ongeval, terwijl er bij Martinair zekerheid bestond over de schuldvraag en de toedracht van het ongeval. Hoewel Martinair over die informatie beschikte heeft zij die informatie niet met eisers gedeeld.

De rechtbank overweegt dat een beroep op dwaling betrekking heeft op een bijzonder soort overeenkomst, namelijk de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst beoogt een geschil te voorkomen of te beëindigen buiten de rechter om. Zij probeert voorts zekerheid te verkrijgen ten aanzien van feiten en omstandigheden waarover getwist werd of onzekerheid bestond. In de vaststellingovereenkomst is dit ook uitdrukkelijk als zodanig benoemd. Er wordt immers in bepaald dat tussen partijen een  geschil is ontstaan omtrent de aard en omvang van de aansprakelijkheid van het ongeval en over de als gevolg van het ongeval geleden en te lijden schade en dat de betreffende passagiers dan wel nabestaanden voornemens waren een procedure te starten die zij door middel van een vaststellingsovereenkomst wilden beëindigen.

De rechtbank overweegt dat de aard van de vaststellingsovereenkomst, namelijk dat daarmede een geschil tot een einde wordt gebracht, met zich meebrengt dat de rechter bij de toepassing van de dwalingsregeling terughoudendheid dient te betrachten. Een beroep op dwaling wordt niet gehonoreerd wanneer de dwaling betrekking heeft op omstandigheden waaromtrent onzekerheid of geschil bestond. De vaststelling dient er juist toe om deze onzekerheid of dit geschil te beëindigen. Eisers stellen zich op het standpunt dat zij hebben gedwaald omtrent de oorzaak van het geval. Tussen partijen staat echter vast, zoals ook door Martinair naar voren is gebracht, dat nu juist over de oorzaak van het ongeval en de schuldvraag onzekerheid bestond en dat hierover het geschil ging. Gelet op het karakter van de vaststellingsovereenkomst kan een beroep op dwaling om die reden in beginsel niet slagen.

De rechtbank overweegt echter wel dat, gelet op hetgeen Martinair wist of behoorde te weten omtrent de feiten en omstandigheden waarover het geschil bestond, zij eisers over hetgeen zij wist had moeten inlichten, bij gebreke waarvan een beroep op dwaling toch gegrond zou kunnen zijn. Het probleem in deze zaak is echter dat eisers onvoldoende gemotiveerd hebben dat Martinair over één of meerdere relevante gegevens beschikte. Daarom wordt het beroep op dwaling alsnog verworpen.

De conclusie is dat de vaststellingsovereenkomst in beginsel niet kan worden aangetast, maar indien één der partijen feiten en omstandigheden heeft verzwegen, een beroep op dwaling, teneinde een vaststellingsovereenkomst te vernietigen, openstaat. Het is dan wel van belang om de verzwegen feiten goed te onderbouwen.