De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De strijd tegen namaakproducten op internetplatformen

De strijd tegen namaakproducten op internetplatformen

In dit blog wordt behandeld wat jij kunt doen op het moment dat een verhandelaar op een internetplatform inbreuk maakt op jouw intellectuele eigendomsrechten door middel van het aanbieden van namaakproducten.
Leestijd 
Auteur artikel Lorena van den Berg
Gepubliceerd 06 mei 2021
Laatst gewijzigd 06 mei 2021
 

Het komt steeds vaker voor dat via internet- en e-commerceplatformen zoals Facebook, Alibaba en Wish.com namaakproducten worden aangeboden. Dit betreffen onder andere producten zoals kleding en elektronica. Als houder van intellectuele eigendomsrechten is het van belang om op te treden tegen de verhandeling van deze namaakproducten. Toch is dat niet altijd eenvoudig, zeker niet als er maar weinig gegevens bekend zijn over de verhandelaar. Als eerste stap is het dus van belang om meer gegevens over de verhandelaar in handen te krijgen. Maar hoe doe je dat?

Inzageverzoek

Op grond van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan iemand die daarbij een rechtmatig belang heeft inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van degene die deze bescheiden ter zijn beschikking heeft of onder zijn berusting heeft. Deze vordering kan zowel in een lopende procedure worden ingesteld als voorafgaand aan een procedure.

Artikel 843a Rv vereist dus dat er sprake is van (i) een rechtmatig belang bij inzage van (ii) bepaalde bescheiden aangaande (iii) een rechtsbetrekking. Daarnaast moet de vordering tot inzage voldoen aan de vereisten en proportionaliteit en subsidiariteit, inhoudende dat er geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de identificerende gegevens te achterhalen.

Wish.com

Onlangs heeft de Stichting namaakbestrijding React (hierna: React) Contextlogic verzocht om bepaalde gegevens van haar gebruikers aan React te verstrekken. React is gelieerd aan de Coöperatie SNB-React die sinds 1991 de belangen behartigt van haar leden bij het handhaven van IE-rechten, waaronder het bestrijden van de verhandeling van namaakproducten. Contextlogic beheert het e-commerceplatform Wish.com. Via Wish.com kunnen consumenten online producten kopen van onafhankelijke verkopers, waarbij Wish de transactie tussen koper en verkoper faciliteert. De rechtbank Amsterdam heeft moeten beoordelen of React heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 843a Rv.

Beoordeling vereisten 843a Rv

React heeft aannemelijk gemaakt dat een aantal adverteerders van Wish.com inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van de door React genoemde leden van de Coöperatie. Aannemelijk is daarnaast ook dat deze specifieke handelaren onrechtmatig jegens (de leden van) React hebben gehandeld. Hierdoor heeft React een rechtmatig belang bij het kunnen beschikken over nadere gegevens van deze handelaren.

Interessant is dat de rechtbank ook heeft geoordeeld dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de identificerende gegevens te achterhalen. React heeft in eerste instantie geprobeerd om samen met medewerkers in China de inbreukmakers op basis van de door ContextLogic overlegde gegevens te benaderen, maar dit heeft niks opgeleverd. Er was namelijk vrijwel steeds sprake van valse namen en/of niet bestaande adressen. Andere mogelijkheden om de identiteit van inbreukmakers te achterhalen, buiten het platform om, lijken vooralsnog volgens de rechter niet te bestaan.

ContextLogic heeft in dat verband nog aangevoerd dat zij wel beschikt over een ‘notice and takedown’ beleid, waarvan React ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt. Dit verweer gaat echter niet op. De rechter oordeelt namelijk dat meldingen op grond van dit beleid ertoe kunnen leiden dat inbreukmakende advertenties van het Wish-platform worden verwijderd, maar zonder dat identificerende gegevens worden verstrekt waardoor het ‘notice and takedown’ beleid onvoldoende mogelijkheid biedt voor React om gegevens in handen te krijgen.

Belangenafweging

Tot slot komt de rechtbank tot een afweging van de betrokken belangen. In dit geval prevaleert het belang van React om de gegevens te verkrijgen boven het belang van ContextLogic om de privacybelangen van haar gebruikers te waarborgen. Volgens de rechter zijn de privacybelangen van haar gebruikers beperkt aangezien het hier gaat om commerciële handelaren die er op grond van het gebruiksbeleid van ContextLogic mee bekend zijn, of behoren te zijn, dat ContextLogic maatregelen kan treffen om inbreuk op intellectuele eigendomsrechten tegen te gaan. Voldoende aannemelijk is bovendien dat dat ook geldt voor buiten Europa gevestigde gebruikers van het Wish-platform.

Geconcludeerd wordt dat React een rechtmatig belang heeft om de beschikking te krijgen over de gevraagde informatie van de gebruikers van Wish.

De gegevens in handen, en dan?

Met de identificerende gegevens die React verkrijgt van ContextLogic kan zij verbodsactie(s) instellen tegen de betreffende gebruiker(s) van het Wish-platform om verdere inbreuken tegen te gaan. Daarnaast kan zij in voorkomende gevallen ook schadevergoeding vorderen. Toch zal het – indien het buitenlandse gebruikers gaat – niet altijd eenvoudig zijn om een verbodsactie in te stellen.

Wordt er door middel van namaakproducten inbreuk gemaakt op jouw intellectuele eigendomsrechten en wil jij daar advies over? Neem dan gerust contact met mij op.

Lorena van den Berg, advocaat intellectuele eigendomsrecht