1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Het zorgprestatiemodel: ontwikkelingen ambulante dagbesteding

Het zorgprestatiemodel: ontwikkelingen ambulante dagbesteding

In ons vorige blog beschreven wij hoe vaktherapie en dagbesteding in het zorgprestatiemodel onderdeel gaan uitmaken van de verblijfsprestatie. Meer specifiek gingen wij in op de gevolgen voor de ambulante vaktherapie en dagbesteding. Daarbij viel op dat dagbesteding voor ambulante ggz-patiënten per januari 2022 leek te zijn overgeheveld naar de Wmo, maar hieromtrent nog veel onduidelijkheid bestond. We stuitten recent op een aantal merkwaardige ontwikkelingen.
Leestijd 
Auteur artikel Stefan Donkelaar
Gepubliceerd 06 januari 2022
Laatst gewijzigd 06 januari 2022
 

Waar ambulante dagbesteding (ggz) voorheen nog vergoed werd onder de Zvw, wordt dit vanaf 2022 bekostigd vanuit de Wmo. Gemeenten waren echter niet voorbereid op deze overgang en drongen daarom eind 2021 bij Zorgverzekeraars Nederland, de Nederlandse GGZ en het ministerie van VWS aan op een oplossing.

Overheveling ambulante dagbesteding naar Wmo

Opvallend is dat een woordvoerder van het ministerie van VWS eind 2021 nog suggereerde dat er met de invoering van het zorgprestatiemodel niets zou veranderen op het gebied van ambulante dagbesteding, zo valt te lezen in een recent nieuwsbericht: “De verzekerde aanspraken veranderen niet met de invoering van de nieuwe ggz-bekostiging per 1 januari 2022. Geneeskundige begeleiding is verzekerde zorg en dat blijft zo. Ondersteunende begeleiding is en blijft niet verzekerd en valt onder het domein van de Wmo”, aldus de woordvoerder.

Zoals wij in ons vorige blog al signaleerden, is nog onduidelijk waar de grens tussen ‘geneeskundige begeleiding’ en ‘dagbesteding’ precies ligt. Ambulante dagbesteding in de ggz is voor de goede orde niet hetzelfde als ‘ondersteunende begeleiding’ onder de Wmo. Dit onderscheid lijkt door de woordvoerder van VWS gemist te worden. Wat de woordvoerder precies bedoelt met geneeskundige begeleiding wordt verder ook niet duidelijk.

Afspraken over ambulante dagbesteding

Over ggz-cliënten wiens ambulante dagbesteding niet valt onder de ‘geneeskundige begeleiding’ is door het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland, de Nederlandse GGZ en de NZa inmiddels gesproken. Deze groep ggz-cliënten moet zich volgens een recent nieuwsbericht van de VNG gaan melden bij de gemeente.

“Deze cliënten zullen zich vanaf 1 januari 2022 bij gemeenten gaan melden voor een Wmo-voorziening of hebben dat al eerder gedaan. Het is aan gemeenten om, samen met de cliënt, te beoordelen welke voorziening het meest passend is. Om de continuïteit van ondersteuning zoveel mogelijk te waarborgen, zouden gemeenten deze aanvragen waar mogelijk met voorrang kunnen behandelen. In hoeverre dit mogelijk is, hangt af van het aantal cliënten dat een aanvraag doet. Dit aantal verschilt per gemeente.”

De VNG en de Nederlandse GGZ hebben afgesproken dat zorgaanbieders moeten bepalen of bepaalde dagbesteding al dan niet onder de Zvw valt:

“De VNG heeft met de Nederlandse GGZ afgesproken dat de aanbieders het onderscheid beoordelen tussen cliënten die hun dagbesteding uit de Zvw ontvangen en cliënten voor wie de dagbesteding niet onder de Zvw valt. Zij zorgen ervoor dat alleen die laatste categorie zich bij de gemeenten meldt.”

Omdat niet duidelijk is wat precies moet worden verstaan onder ‘geneeskundige begeleiding’, verwachten wij dat hierover het laatste woord nog niet is gezegd.

Bekostiging in overgangsperiode

Voordat bekostiging aan zorgaanbieders via de Wmo daadwerkelijk kan plaatsvinden, dient de gemeente eerst een beschikking af te geven waarin staat vermeld op welke zorg een individuele cliënt recht heeft. Zorgaanbieders moeten nu eerst gaan beoordelen of dagbesteding voor een cliënt onder de Zvw of Wmo valt. Vervolgens moeten de ‘Wmo-cliënten’ nog een aanvraag bij de gemeente doen en moet de gemeente die aanvraag beoordelen. We schatten in dat hier de nodige tijd overheen zal gaan en het dus lang zal duren voordat alle ggz-cliënten hun beschikking hebben ontvangen en zorgaanbieders voor hun dienstverlening betaald krijgen. Over de bekostiging van zorgaanbieders in deze ‘overgangsperiode’ zijn nog geen afspraken gemaakt, aldus de VNG. De bal wordt op dit punt bij individuele gemeentes gelegd:

“De VNG heeft helaas nog geen afspraken kunnen maken met VWS over de bekostiging van de overbrugging van de dagbesteding tot het moment dat de beschikking is afgegeven. Het staat gemeenten vrij om deze afspraken lokaal met de GGZ-aanbieders te maken.”

Bekostiging ambulante dagbesteding onduidelijk

Ondanks de recente ontwikkelingen blijft er dus nog steeds veel onduidelijk over de vergoeding van ambulante dagbesteding. We schatten in dat discussie mogelijk is over de vraag wat er precies valt onder ‘geneeskundige begeleiding’ en wat moet worden geschaard onder ambulante dagbesteding. Het goede nieuws is dat zorgaanbieders dit in eerste instantie zelf mogen kwalificeren.

In onze volgende blog gaan wij verder in op de registratie van zorg.