Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hof van Justitie: camera in gemeenschappelijke ruimtes appartementencomplex (veelal) toegestaan

Hof van Justitie: camera in gemeenschappelijke ruimtes appartementencomplex (veelal) toegestaan

Het Hof van Justitie heeft op 11 december 2019 helderheid gegeven over de vraag wanneer bewakingscamera's mogen worden ingezet.
Auteur artikelMark Jansen
Gepubliceerd12 december 2019
Laatst gewijzigd12 december 2019
Leestijd 

Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 11 december 2019 helderheid gegeven over de vraag wanneer bewakingscamera's mogen worden ingezet.

Camera in gemeenschappelijke ruimte appartementencomplex

Een man is eigenaar van een appartement in een appartementencomplex. De vereniging van eigenaren besluit op een gegeven moment om camera's op te hangen in de gemeenschappelijke ruimte. De man is het hier niet mee eens, omdat dit zijn privacy zou schenden.

Prejudiciële vragen aan HvJEU

De man start een rechtszaak. Deze zaak leidt er uiteindelijk toe dat de kwestie bij het Hof van Justitie belandt. Het Hof van Justitie is de hoogste rechter inzake de uitleg van de privacyregels van de Europese Unie. De uitleg die het Hof geeft is dus voor de hele EU (waaronder Nederland) van belang.

Naast het Hof van Justitie is er overigens ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat - op grond van andere regels - ook uitspraken kan doen in privacykwesties. Dat speelt vooralsnog niet (maar wellicht later wel, als de man volhoudt).

Hof: filmen is een verwerking van persoonsgegevens

Het Hof herhaalt allereerst dat het filmen van mensen en het opslaan van de beelden in principe kwalificeert als een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens. Het Hof wijst er nog wel op dat de verwijzende rechter nog moet toetsen of het systeem in kwestie aan die kenmerken voldoet. Dat lijkt echter een formaliteit. 

Hof: drie eisen aan gerechtvaardigd belang

De grondslag voor het verwerken van beelden van bewakingscamera's is die van het zogenaamde "gerechtvaardigd belang". Het Hof benadrukt dat bij gerechtvaardigd belang geen toestemming is vereist.

Er moet bij een beroep op deze grondslag aan drie criteria worden voldaan:

  1. de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of van de derde(n) aan wie de gegevens worden verstrekt;
  2. noodzakelijkheid van de verwerking van de persoonsgegevens voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang; en
  3. dat de fundamentele rechten en vrijheden van de bij de gegevensbescherming betrokken persoon niet prevaleren.

Het Hof verwijst hierbij naar het Rigas-arrest (maar had ook naar legio andere arresten kunnen verwijzen). 

Hof: gerechtvaardigd belang is een open norm

Het Hof herhaalt verder - net als in vele zaken hiervoor - dat het gerechtvaardigd belang een open norm is. Lidstaten mogen geen extra eisen stellen aan die norm. Iedereen moet het doen met de hiervoor geschetste drie criteria. 

Hof: bescherming eigendom, gezondheid en leven is gerechtvaardigd

Hof concludeert vervolgens dat de bescherming van de goederen, de gezondheid en het leven van de mede-eigenaren van een gebouw, kunnen worden aangemerkt als „gerechtvaardigd belang” (dus eis 1).

Hof: gerechtvaardigd belang mag niet puur hypothetisch zijn

Het Hof overweegt vervolgens dat:

dit belang op de datum van de verwerking bestaand, actueel, en niet van hypothetische aard moet zijn. Bij de beoordeling van alle omstandigheden van het geval kan echter niet noodzakelijkerwijs worden vereist dat de veiligheid van de goederen en personen reeds in het verleden is aangetast.

Er hoeven dus niet eerst slachtoffers te vallen alvorens een camera mag worden opgehangen. 

Hof Hof kopt daarna de spreekwoordelijke bal nog even in door op te merken dat er in de onderhavige kwestie al sprake is geweest van diefstal en vernieling en dat zodoende hoe dan ook voldaan lijkt te zijn aan dit vereiste.

Hof: wel kritisch kijken naar de noodzakelijkheid

Daar staat tegenover dat het Hof ook benadrukt dat de eis van "noodzakelijkheid" wel streng moet worden geinterpreteerd. Hoofdregel is dat privacyinbreuken beperkt moeten blijven. Om die reden moet altijd kritisch worden gekeken of er geen minder verstrekkende oplossingen denkbaar zijn. Ook mogen niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan nodig. 

Verder wijst het Hof er op dat precies moet worden gekeken naar de concrete inrichting van het systeem, waarbij tegelijkertijd ook op de doeltreffendheid wordt gelet. Zo zou overwogen moeten worden of de camera wellicht overdag uit kan, of in bepaalde omstandigheden beelden op voorhand geblurred worden.

Hof: altijd een afweging van de concrete belangen

Bij het verwerken van videobeelden middels camera's is de vraag of daarbij wordt voldaan aan de eisen van het gerechtvaardigd belang. Het Hof benadrukt in het arrest bij herhaling, en in verschillende woorden, dat het bij een dergelijke verwerking altijd aankomt op een concrete afweging van de tegengestelde belangen in kwestie (in dit geval: veiligheid vs. privacy). Die afweging is niet op voorhand in generieke zin te maken

Hof: omstandigheden meewegen bij inbreuk

Bij de vraag of de belangen van de betrokkene prevaleren dient rekening te worden met alle omstandigheden van het geval, waaronder in ieder geval begrepen:

  • de aard van de betrokken persoonsgegevens, in het bijzonder de eventueel gevoelige aard ervan;
  • de aard en de concrete wijze van verwerking van de betrokken gegevens, in het bijzonder het aantal personen dat er toegang toe heeft en de wijze waarop zij die toegang verkrijgen;
  • de redelijke verwachtingen van de betrokkene;
  • of gegevens uit voor het publiek toegankelijke bronnen afkomstig zijn of niet. 

Slotopmerking

Al met al geeft het Hof een vrij duidelijke beslissing. Zolang goed over nut en noodzaak van bewakingscamera's wordt nagedacht, en vervolgens de bewakingscamera's ook proportioneel worden ingericht en gebruikt, staat het privacyrecht niet in de weg aan het gebruik ervan. 

Verder is interessant om te zien dat het Hof - overigens conform bestendige jurisprudentie - benadrukt dat een afweging in het kader van het gerechtvaardigd belang altijd in een concrete situatie moet worden gemaakt en niet op voorhand al kan vastliggen. Saillant is dat de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens juist recent beleidsregels heeft gepubliceerd waar ze bepaalde verwerkingen categorisch uitsluit van de grondslag gerechtvaardigd belang. Dat schuurt op zijn zachtst gezegd met deze (bestendige) rechtspraak van het Hof.