Zoeken
  1. Hof van Justitie: “Examenresultaten zijn ook persoonsgegevens”

Hof van Justitie: “Examenresultaten zijn ook persoonsgegevens”

Eind december beantwoordde het Hof van Justitie (“Hof”) prejudiciële vragen met betrekking tot het inzien van examenresultaten. Het Hof oordeelde dat schriftelijke antwoorden op een beroepsexamen en opmerkingen van de examinator als persoonsgegeven beschouwd kunnen worden. Niet alleen lijkt het Hof de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven uit te breiden, het roept ook de vraag op of het oordeel in lijn is met een eerdere uitspraak van het Hof. Hieronder analyseer ik het arrest en bespreek...
Artikel | 09 februari 2018 | Dafne de Boer
Eind december beantwoordde het Hof van Justitie (“Hof”) prejudiciële vragen met betrekking tot het inzien van examenresultaten. Het Hof oordeelde dat schriftelijke antwoorden op een beroepsexamen en opmerkingen van de examinator als persoonsgegeven beschouwd kunnen worden. Niet alleen lijkt het Hof de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven uit te breiden, het roept ook de vraag op of het oordeel in lijn is met een eerdere uitspraak van het Hof. Hieronder analyseer ik het arrest en bespreek ik hoe dit arrest zich verhoudt tot het eerdere arrest van het Hof.

Inzageverzoek

In Ierland was een student-accountant viermaal voor een accountancy examen gezakt. Nadat de student voor de vierde maal niet was geslaagd, diende hij een klacht in waarbij hij het examenresultaat betwistte. De klacht werd door de beroepsorganisatie van de accountants/belastingadviseurs (“beroepsorganisatie”) verworpen waarop de student een verzoek tot inzage van zijn persoonsgegevens indiende.

Prejudiciële vragen

Ook het inzageverzoek werd door de beroepsorganisatie geweigerd. De student ging naar de rechter wat uiteindelijk leidde tot prejudiciële vragen aan het Hof. Het Hof diende zich te buigen over de vraag of een examen gekwalificeerd moet worden als een persoonsgegeven waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de verschillende onderdelen van een examen.

Oordeel Hof

Het Hof komt tot het oordeel dat, onder omstandigheden, de door de student geformuleerde schriftelijke antwoorden op een beroepsexamen en de eventuele opmerkingen van de examinator bij deze antwoorden persoonsgegevens zijn.

Hierbij neemt het Hof in overweging dat de inhoud van de antwoorden het niveau van kennis en vaardigheden van de student op een welbepaald gebied weerspiegelt. Daarnaast stelt het Hof dat het verzamelen van antwoorden tot doel heeft een evaluatie van de beroepsbekwaamheden van de student te maken. Verder kan dergelijke informatie gevolgen hebben voor de rechten en belangen van de student. Het Hof staat ook stil bij de aantekeningen van de examinator. Daarover oordeelt zij dat opmerkingen de mening of beoordeling van de prestaties van de student weergeven en ook persoonsgegevens zijn.

Rechten van de student

Interessant is dat het Hof stil staat bij de verschillende rechten van studenten. Zo heeft de student recht op inzage, rectificatie en verwijdering van zijn persoonsgegevens. Het recht op rectificatie ziet niet toe op het rectificeren van examenresultaten, maar op onnauwkeurigheden. Zo moet de student kunnen controleren of de examenkopieën niet zijn verwisseld en of er geen antwoordbladen missen. Ook kan de student verzoeken de examenresultaten na een zekere periode uit te wissen. Dit verzoek kan worden gedaan vanaf het moment dat de examenprocedure definitief is afgesloten. Het Hof merkt wel op dat de hierboven genoemde rechten zich beperken tot de persoonsgegevens. De rechten strekken zich dus niet uit tot de examenvragen.

Tegenstrijdigheid

Het is niet de eerste keer dat het Hof een arrest wijst met betrekking tot de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven. In 2014 oordeelde het Hof namelijk dat een juridische analyse in een asielprocedure (“minuut’) geen persoonsgegeven is. In de minuut stonden onder meer de volgend gegevens: naam, geboortedatum, nationaliteit en afgelegde verklaringen. Opvallend is dat de twee arresten van het Hof op enkele cruciale punten (lijken te) botsen. Hieronder heb ik de verschillen tussen de arresten schematisch in beeld gebracht.

 























Minuut-arrest Examenresultaten-arrest
Evalueren betrokkene Par. 40 (…) vormt een dergelijke juridische analyse immers geen informatie over de aanvrager van de verblijfstitel, maar hooguit, voor zover die analyse niet beperkt blijft tot een zuiver abstracte uitlegging van het recht, informatie over de beoordeling en de toepassing van dat recht door de bevoegde autoriteit op de situatie van de aanvrager, waarbij die situatie met name wordt vastgesteld middels de hem betreffende persoonsgegevens waarover die autoriteit beschikt. Par. 38-39 Vervolgens heeft het verzamelen van de voormelde antwoorden tot doel een evaluatie te maken van de beroepsbekwaamheden van de kandidaat en diens geschiktheid om het betrokken beroep uit te oefenen.

Tot slot kan het gebruik van deze informatie, dat met name leidt tot het al dan niet slagen van de kandidaat voor het betrokken examen, gevolgen hebben voor zijn rechten en belangen, aangezien het bijvoorbeeld zijn kansen om in aanmerking te komen voor het gewenste beroep of de gewenste functie kan bepalen of beïnvloeden.

 
Overzicht vs. kopie document Par. 60 Om daaraan te voldoen, volstaat het dat aan die aanvrager een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm, van deze gegevens wordt gegeven, dat wil zeggen in een vorm die deze aanvrager in staat stelt kennis te nemen van die gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met deze richtlijn, opdat hij eventueel de hem bij die richtlijn verleende rechten kan uitoefenen.

 
Par. 61 Bovendien bepaalt artikel 15 van verordening 2016/679, dat het recht van inzage van de betrokkene regelt, in lid 4 ervan dat het recht om een kopie te verkrijgen van de persoonsgegevens geen afbreuk mag doen aan de rechten en vrijheden van anderen.
Doel richtlijn Par. 46 In die omstandigheden zou met de uitbreiding van het recht op inzage van de aanvrager van een verblijfstitel tot die juridische analyse in werkelijkheid niet het doel van deze richtlijn worden gediend, dat erin bestaat de bescherming van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die aanvrager te waarborgen met betrekking tot de verwerking van hem betreffende gegevens, maar het doel dat erin bestaat hem een recht van toegang tot bestuurlijke documenten te verzekeren, waarop richtlijn 95/46 echter niet ziet. Par. 56 (…) moet worden vastgesteld dat het verlenen van een recht op toegang tot die antwoorden en opmerkingen krachtens artikel 12, onder a), van deze richtlijn, het doel van die richtlijn dient, dat erin bestaat de bescherming te garanderen van het recht op persoonlijke levenssfeer van de kandidaat in verband met de verwerking van zijn (…).

 

Evalueren betrokkene

In het minuut-arrest stelt het Hof dat de juridische analyse als zodanig geen persoonsgegeven is. De juridische analyse zou in abstracto een juridisch kader vormen voor de oordeelsvorming over de betrokkene. Dit oordeel leidt ertoe dat  de betrokkene op grond van de privacywetgeving geen recht op inzage heeft. De betrokkene krijgt dus geen inzage in het oordeel van de vreemdelingendienst.

In het examenresultaten-arrest oordeelt het Hof dat examenresultaten als persoonsgegevens gekwalificeerd moeten worden. Het Hof licht dit toe door te stellen dat examenresultaten onder meer informatie over de beroepsbekwaamheid van de student bevatten. Nu de examenresultaten als persoonsgegevens worden aangemerkt, heeft de student ook recht op inzage van de examenresultaten met inbegrip van de aantekeningen van de examinator. In zowel de juridische analyse als in de examenresultaten komen gegevens voor die iets zeggen over de situatie van de asielzoeker dan wel van de student. Welke omstandigheid het examenresultaten-arrest anders maakt dan het minuut-arrest is mij niet duidelijk.

Overzicht vs. kopie document

In het minuut-arrest bespreekt het Hof de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan het inzagerecht. Zo moeten de gegevens in begrijpelijk vorm worden verstrekt en moet de verantwoordelijke informatie toevoegen over de oorsprong van de gegevens. Volgens het Hof kan worden volstaan met een overzicht van de gegevens. De verantwoordelijke is dus niet verplicht om een kopie van de originele documenten te verstrekken.

Het Hof slaat in het examenresultaten-arrest juist een andere weg in door te overwegen dat de student toegang moet hebben tot zijn geformuleerde schriftelijke antwoorden en de eventuele opmerkingen van de examinator. Ondanks dat het Hof niet aangeeft op welke wijze inzage moet worden verschaft, lijkt het erop dat het examen, met uitzondering van de examenvragen, in zijn geheel dient te worden overlegd. De student moet namelijk toegang hebben tot zijn volledige antwoorden en de mogelijke opmerkingen. Het Hof geeft, zonder verdere toelichting, ook aan dat schriftelijke examens informatie over het handschrift van een student bevatten. Indien moet worden uitgegaan van de situatie dat het handschrift een persoonsgegeven is, zie ik niet in hoe dergelijke persoonsgegevens anders dan in de vorm van een kopie kunnen worden verstrekt.

In dit licht wil ik nog een andere botsing opmerken. In Nederland is het in veruit de meeste gevallen mogelijk om als student inzage te verkrijgen tot het gemaakte examen. Aan het recht op inzage zijn echter beperkingen verbonden. Zo is in het Onderwijs- en Examenreglement van veel universiteiten neergelegd dat de student één keer het examen mag inzien. Ook komt het voor dat er geen kopieën mogen worden gemaakt en/of dat het examen alleen binnen een bepaalde termijn na het afleggen ingezien kan worden.

Op basis van het examenresultaten-arrest van het Hof is het nog maar de vraag of de beperkingen op het inzagerecht, zoals hierboven benoemd, kunnen standhouden. Het Hof overweegt dat de student “ongeacht het recht op toegang krachtens de op de examenprocedure van toepassing zijnde nationale wetgeving” recht op inzage heeft . Wanneer bijvoorbeeld een examenstudent op grond van het Onderwijs- en Examenreglement te laat is met het verzoek tot inzage van zijn examen, kan de student op grond van de privacywetgeving alsnog zijn recht uitoefenen en inzage vragen.

Doel richtlijn

Ter motivering van haar oordeel verwijst het Hof in beide arresten naar het doel van de privacyrichtlijn. Waar het Hof in het minuut-arrest van mening is dat inzage tot de minuut niet strookt met het doel van de richtlijn, stelt het Hof in het examenresultaten-arrest dat het recht op toegang tot antwoorden juist het doel van de richtlijn dient. In het eerste arrest overweegt het Hof dat het doel van de richtlijn zich strekt tot het waarborgen van privacy en niet het waarborgen van toegang tot bestuurlijke documenten. In het examenresultaten-arrest lijkt het Hof het doel van de richtlijn breder uit te leggen door te stellen dat het doel zich strekt tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de student en daarmee dus ook het recht op toegang tot antwoorden.

Conclusie

Het examenresultaten-arrest lijkt in veel opzichten een andere weg in te slaan dan het minuut-arrest. Of het Hof met deze uitspraak een nieuwe lijn heeft uitgezet en de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven heeft vergroot, moet nog blijken. Voor nu staat in ieder geval vast dat het arrest voor examenkandidaten nieuwe deuren heeft geopend met betrekking tot het inzagerecht.

Vragen?

Heeft u vragen over de (ontwikkelingen binnen) de privacywetgeving? Neem dan gerust contact met ons op.