De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hoge Raad staat verrekenprijzen als gunningscriterium (toch) toe

Hoge Raad staat verrekenprijzen als gunningscriterium (toch) toe

In 2007 zette het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een streep door de regeling in de Standaard RAW Bepalingen 2005 om verrekenprijzen als afzonderlijk gunningscriterium te hanteren. De Hoge Raad casseert echter op 26 juni 2009: verrekenprijzen kunnen wel degelijk een rol spelen bij de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving en kunnen dus als afzonderlijk (sub)gunningscriterium gelden.De regeling in de Standaard RAW Bepalingen (2005)De Standaard RAW Bepalingen 2005 (hierna: Standa...
Auteur artikelTony van Wijk
Gepubliceerd10 juli 2009
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
In 2007 zette het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een streep door de regeling in de Standaard RAW Bepalingen 2005 om verrekenprijzen als afzonderlijk gunningscriterium te hanteren. De Hoge Raad casseert echter op 26 juni 2009: verrekenprijzen kunnen wel degelijk een rol spelen bij de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving en kunnen dus als afzonderlijk (sub)gunningscriterium gelden.

De regeling in de Standaard RAW Bepalingen (2005)
De Standaard RAW Bepalingen 2005 (hierna: Standaard) geeft een nadere invulling aan de U.A.V. 1989 en biedt bovendien een technisch kader voor het toetsen van prestaties van de aannemer. In artikel 01.01.04 is een regeling opgenomen voor de beoordeling van de inschrijvingsstaat van de inschrijver aan wie de aanbesteder voornemens is het werk op te dragen. Volledigheidshalve worden de eerste vier leden van dit artikel hierna weergegeven:

  1. Het bepaalde in de hiernavolgende leden 02, 03 en 04 is uitsluitend van toepassing, indien uit het bestek of de bekendmaking blijkt, dat de opdracht van het werk zal geschieden aan de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, waarbij verrekenprijzen als gunningscriterium zullen gelden.

  2. De ontleding van de aannemingssom, ingediend door de inschrijver aan wie de aanbesteder voornemens is het werk op te dragen, zal, voorafgaand aan het verlenen van de opdracht, door de aanbesteder worden beoordeeld op daaruit te herleiden, kennelijk onredelijke, verrekenprijzen.

  3. Indien de in lid 02 bedoelde beoordeling zou leiden tot afwijzing van de inschrijver, zal de aanbesteder deze inschrijver meedelen tegen welke verrekenprijzen bezwaar bestaat en hem gedurende zeven dagen de gelegenheid geven zodanige wijzigingen in zijn ontleding van de aannemingssom aan te brengen dat afwijzing wordt voorkomen.

  4. Het door het aanbrengen van wijzigingen ontstane verschil met de inschrijvingssom wordt gecorrigeerd door het opnemen van een eenmalige correctiepost die als onderdeel van de specificatie van de post “eenmalige kosten”, als bedoeld in artikel 01.01.03 lid 04, in de inschrijvingsstaat wordt opgenomen.


De onrust na het arrest van het Gerechtshof in 2007
Op 17 juli 2007 oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat de verrekenprijzen van belang zijn bij de beoordeling van de realiteitswaarde van de inschrijvingen. Voor de ranking van de inschrijvingen zou echter uitsluitend de (hoogte van de) inschrijfsom een rol spelen. Naar het oordeel van het Hof is dus geen sprake van een afzonderlijk gunningscriterium naast het gunningscriterium van de laagste prijs.

De uitspraak van het Hof heeft bij diverse aanbesteders en inschrijvers de vraag opgeroepen of de regeling van de beoordeling van de verrekenprijzen wel gehandhaafd kan blijven. Begin 2008 heeft CROW, de opsteller van de Standaard, geadviseerd lid 01 van artikel 01.01.04 niet meer toe te passen. Aldus zou de hoogte van verrekenprijzen geen rol (meer) spelen als gunningscriterium.

De Hoge Raad casseert
De Hoge Raad deelt het oordeel van het Gerechtshof (en daarmee tevens het aangehaalde advies van CROW) niet. De leden 02 tot en met 04 van artikel 01.01.04 Standaard bepalen weliswaar een handelwijze om kennelijk onredelijke verrekenprijzen ‘aan te pakken’, maar dat laat volgens de Hoge Raad onverlet dat op grond van lid 01 ook aan de hand van de verrekenprijzen wordt beoordeeld of een inschrijving de economisch meest voordelige is. Het (sub)gunningscriterium verrekenprijzen is dus op grond van de systematiek van de Standaard bestaanbaar.

Oordeel Hoge Raad is begrijpelijk
De hoogte van de verrekenprijzen is (tevens) van belang voor de vraag of een inschrijving ook na oplevering van het werk uiteindelijk de voordeligste is. Bijvoorbeeld in de situatie dat wordt ingeschreven met (relatief) hoge eenheidsprijzen in combinatie met een eenmalige korting bij de staartposten. De totale inschrijfsom zou op deze manier de laagste kunnen zijn. Echter, als bij de uitvoering meerwerk noodzakelijk blijkt en dit tegen deze (relatief) hoge eenheidsprijzen wordt verrekend, bestaat de kans dat de aanbesteder met deze inschrijver uiteindelijk toch niet het voordeligst uit is. Gelet hierop delen we het oordeel van de Hoge Raad dat verrekenprijzen als afzonderlijk gunningscriterium kunnen gelden (hoewel wellicht in de praktijk uitsluitend wordt gekeken naar de inschrijfsom).

Echter (nog) geen volledige zegen
De Hoge Raad laat zich niet uit over de juridische houdbaarheid van de in de leden 02 tot en met 04 van artikel 01.01.04 Standaard beschreven wijze waarop kennelijk onredelijke verrekenprijzen “kunnen worden aangepakt”.

Op grond van deze leden mag een inschrijver (na inschrijving!) in de gelegenheid worden gesteld om zijn (vermeend) kennelijk onredelijke verrekenprijzen aan te passen. Dit staat ons inziens op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel. Temeer, indien voor de betreffende aanbestedingsprocedure ook de verrekenprijzen als afzonderlijk (sub)gunningscriterium golden.

Ander aandachtspunt is de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het (sub)gunningscriterium verrekenprijzen. Het is niet zonder meer eenvoudig om reeds op voorhand (voor ontvangst van de inschrijvingen) aan te geven in hoeverre verrekenprijzen als minder economisch voordelig zullen worden beschouwd. Het Europese transparantiebeginsel verplicht daarentegen een aanbesteder bij een Europese aanbesteding wél om alle voor de beoordeling relevante criteria van tevoren in de aankondiging of het bestek kenbaar te maken.

De Hoge Raad heeft daarom (nog) geen volledige zegen gegeven over de in artikel 01.01.04 Standaard neergelegde beoordelingssystematiek.
Beoordeel dit artikel