De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Inbreuk op blender voor babyvoeding (Omnichannel v. gedaagden)

Inbreuk op blender voor babyvoeding (Omnichannel v. gedaagden)

In een uitspraak van 28 januari 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag twee partijen die in restpartijen handelden veroordeeld wegens het maken van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands. Deze rechten van intellectuele eigendom waren gevestigd op een blender voor babyvoeding. De partijen hebben zich naar het oordeel van de rechtbank tevens schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. In deze blog ga ik in op de feiten die aan dit oordeel ten grondslag liggen en zet ik het oordeel van de rechtbank uiteen.
Leestijd 
Auteur artikel Marijn Groenewegen
Gepubliceerd 18 maart 2021
Laatst gewijzigd 28 juni 2021
 

In een uitspraak van 28 januari 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag twee partijen die in restpartijen handelden veroordeeld wegens het maken van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands. Deze rechten van intellectuele eigendom waren gevestigd op een blender voor babyvoeding. De partijen hebben zich naar het oordeel van de rechtbank tevens schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. In deze blog ga ik in op de feiten die aan dit oordeel ten grondslag liggen en zet ik het oordeel van de rechtbank uiteen.

Relevante feiten

De partijen in deze zaak waren enerzijds Omnichannel en anderzijds twee natuurlijke personen wiens ondernemingen zich toelegden op de handel in restpartijen en tweedehands goederen. De onderneming Omnichannel richt zich op de import en distributie van consumentenproducten. Omnichannel verkoopt deze producten aan consumenten via televisieprogramma’s en via derden-retailers zoals bol.com, CoolBlue en De Bijenkorf.

In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft Omnichannel een distributieovereenkomst gesloten met Capital Brands, een in de VS gevestigde onderneming die zich richt op de ontwikkeling en distributie van blenders en daaraan verwante producten. Zo heeft Capital Brands onder meer een blender voor babyvoeding op de markt gebracht. Deze blender draagt de naam ‘NutriBullet Baby’ en is eerder op de markt gebracht onder de naam ‘Baby Bullet’:

 

Capital Brands heeft Omnichannel het exclusieve recht gegeven om de NutriBullet Baby en de Baby Bullet in Nederland te importeren en te distribueren. Daarnaast heeft Omnichannel het recht gekregen om de intellectuele eigendomsrechten op deze blenders te handhaven in de Benelux. De blenders worden verkocht onder de volgende merknamen: NUTRIBULLET®, MAGIC BULLET®, BABY BULLET® en NUTRIBULLET BABY®.

Zoals gezegd handelden de gedaagden in deze zaak in restpartijen en tweedehands goederen. Deze restpartijen zijn afkomstig van webshops zoals bol.com, Amazon en Ebay en bestaan uit producten die door consumenten zijn geretourneerd. De gedaagden kopen deze producten vervolgens op om ze met een winstmarge door te verkopen. In lijn met deze handelswijze hebben de gedaagden ook een restpartij van de Baby Bullet blenders van Omnichannel gekocht. Deze restpartij hebben de gedaagden vervolgens aangeboden op bol.com onder de aanduiding ‘Nieuw’.

Ook Omnichannel heeft gemerkt dat er zich een nieuwe partij heeft aangediend die dezelfde babyvoeding blender verkocht op bol.com. Om zich ervan te verzekeren dat het hier om een inbreukmakend product ging, heeft Omnichannel bij de gedaagden een test-aankoop gedaan. Na die test-aankoop kreeg Omnichannel het volgende product en verpakking geleverd:

De verpakking vermeldt onder meer dat het gaat om een product ‘As seen on TV’ en ‘We are proud to announce the latest member of the Bullet family’. Naar aanleiding van deze test-aankoop heeft Omnichannel de gedaagden aangeschreven met een sommatiebrief. De gedaagden hebben daar echter geen gehoor aan gegeven, waarna Omnichannel de gedaagden voor de rechter heeft gedagvaard wegens het maken van inbreuk op de Uniemerken, het Gemeenschapsmodel en de auteursrechten van Capital Brands.

Oordeel rechtbank

De rechtbank komt eerst toe aan het verweer van één van de gedaagden, waarin zij stelt ‘rauwelijks’ (dat wil zeggen: zonder voorafgaande sommatie) te zijn gedagvaard. Omdat Omnichannel een uitgebreide sommatiebrief heeft gestuurd waarin zij de inbreuken duidelijk uiteen heeft gezet, passeert de voorzieningenrechter dit verweer en gaat zij door met de beoordeling van de inbreukvraag.

Inbreuk intellectuele eigendomsrechten

Vervolgens komt de rechter toe aan de vraag of de gedaagden inbreuk hebben gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands, waaronder de Uniemerken en het Gemeenschapsmodel ten aanzien van de blender en de auteursrechten op de bijbehorende verpakking. Hoewel gedaagden in hun reactie op de sommatiebrief hebben gesteld dat de Baby Bullet die zij verkochten originele producten betrof, hebben gedaagden dit standpunt tijdens het kort geding niet herhaald. Omdat de gedaagden tijdens de zitting geen verweer hebben gevoerd ten aanzien van de vraag of het aanprijzen en te koop aanbieden van de blender in de webshop van bol.com inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands, komt de voorzieningenrechter dan ook eenvoudig tot de conclusie dat er sprake is van inbreuk op de merkrechten, het modelrecht en de auteursrechten van Capital Brands (voor wat betreft het Nederlandse deel).

De gedaagden verweren zich door onder meer te stellen dat zij niet wisten dat zij inbreuk maakten op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands. Bovendien zouden ook andere aanbieders de blender te koop hebben aangeboden in hun webshop(s). Zoals valt te verwachten is de voorzieningenrechter niet gevoelig voor deze verweren en oordeelt zij dat dit nog niet betekent dat gedaagden het recht hadden om (ook) inbreuk te maken op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands. Hiermee worden ook deze verweren verworpen.

Onrechtmatig handelen

De voorzieningenrechter beoordeelt ten slotte of de gedaagden ook onrechtmatig hebben gehandeld jegens Omnichannel. Het onrechtmatig handelen zou zowel bestaan uit het slaafs nabootsen van de verpakkingen van de NutriBullet Baby en de Baby Bullet als uit het verrichten van oneerlijke handelspraktijken. Gelet op de vermeldingen op de verpakking, zoals dat het hier ging om ‘the latest member of the Bullet family’, hadden de gedaagden redelijkerwijs moeten kunnen vermoeden dat zij met het verkopen en leveren van (de verpakking van) de Baby Bullet onrechtmatig jegens Omnichannel zouden handelen. Hiermee staat ook het onrechtmatig handelen van gedaagden vast.

Slotsom oordeel

De slotsom van het oordeel van de voorzieningenrechter luidt dat de gedaagden inbreuk hebben gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van Capital Brands en tevens onrechtmatig jegens Omnichannel hebben gehandeld. De vorderingen van Omnichannel, die er toe strekken verdere inbreuken en verder onrechtmatig handelen van de gedaagden te staken en gestaakt te houden, worden door de voorzieningenrechter toegewezen. Verder beveelt de voorzieningenrechter de gedaagden een overzicht op te stellen van het totale aantal blenders dat zij hebben verkocht, waarbij zij tevens dienen te vermelden aan welke partijen zij die blenders hebben geleverd.

Conclusie

Hoewel gedaagden in deze zaak aanvankelijk wel hebben gesteld dat de producten in kwestie originele producten betrof, hebben zij dit verweer tijdens het kort geding, om welke reden dan ook, niet expliciet naar voren gebracht. Dat is jammer. Hierdoor komt de rechter namelijk niet toe aan de vraag of het producten betreft die eerder al (legaal) op de markt zijn gebracht, in welk geval gedaagden (mogelijk) een geslaagd beroep op het uitputtings-beginsel hadden kunnen doen. Op grond van de uitputtingsregel kan een rechthebbende zich onder omstandigheden immers niet verzetten tegen de verdere verhandeling van producten die eerder door of met zijn toestemming op de markt zijn gebracht. Deze vraag komt echter niet aan de orde en de rechter komt tot het oordeel dat er sprake is van inbreuk.

De uitspraak is tevens te raadplegen onder het volgende ECLI nummer: ECLI:NL:RBDHA:2021:838.