Zoeken
  1. Is een landingsbaan een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a BW?

Is een landingsbaan een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a BW?

Op 11 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:899) had de Hoge Raad de vraag te beantwoorden of een landingsbaan van 45 meter breed met een fundering van meer dan 2,5 meter diepte waarop zware vliegtuigen zijn geland, een gebouwde onroerende zaak is in de zin van artikel 7:230a BW (de oude Huurwet – bedrijfsruimte). De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend.Een zaak kan in elk geval worden aangemerkt als een “gebouwde onroerende zaak” in de zin van artikel 7:230a BW als zich op of onder de grond een...
Auteur artikelFrank Delissen
Gepubliceerd01 mei 2014
Laatst gewijzigd01 mei 2014
Leestijd 
Op 11 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:899) had de Hoge Raad de vraag te beantwoorden of een landingsbaan van 45 meter breed met een fundering van meer dan 2,5 meter diepte waarop zware vliegtuigen zijn geland, een gebouwde onroerende zaak is in de zin van artikel 7:230a BW (de oude Huurwet – bedrijfsruimte). De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend.

Een zaak kan in elk geval worden aangemerkt als een “gebouwde onroerende zaak” in de zin van artikel 7:230a BW als zich op of onder de grond een gebouw bevindt, tenzij dat gebouw als onderdeel van het gehuurde van verwaarloosbare betekenis is. Onder “een gebouw” dient te worden verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (vgl. artikel 1, aanhef en onder c, Woningwet –elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, toevoeging FD-). Ook een zaak die niet (geheel) aan deze omschrijving voldoet kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak. Een enkele verharding of  bewerking van de grond is echter in de regel niet toereikend om een zaak aan te merken als “gebouwd” in de zin van artikel 7:230a BW, aldus de Hoge Raad.
In het middel van cassatie was erover geklaagd dat het hof was uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door bij zijn oordeel dat de landingsbaan van vliegveld Valkenburg geen gebouwde onroerende zaak is, een onderscheid te maken tussen “gebouwde” en “aangelegde” onroerende zaken. De Hoge Raad reageert hierop als volgt. Het hof heeft onderzocht of de landingsbaan, die geen gebouw is als hiervoor bedoeld, niettemin kan worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak. Daarbij heeft het hof de omstandigheid dat een landingsbaan naar normaal spaakgebruik is “aangelegd” en niet “gebouwd” niet doorslaggevend geacht, maar opgevat als een aanwijzing dat geen sprake is van en gebouwde onroerende zaak. Aldus heeft het hof geen blijk gegeven van miskenning van de hiervoor vermelde maatstaven. Het oordeel van het hof is evenmin onvoldoende gemotiveerd, ook niet in het licht van hetgeen is aangevoerd over de constructie en het gebruik van de landingsbaan. Het oordeel van het hof, de landingsbaan is geen gebouwde onroerende zaak, houdt dus in cassatie stand.