Zoeken
  1. IT-Leverancier ZIS moet licentievergoeding aan toeleverancier betalen ook al neemt ziekenhuis totale ZIS niet af

IT-Leverancier ZIS moet licentievergoeding aan toeleverancier betalen ook al neemt ziekenhuis totale ZIS niet af

In dit hoger beroep van wat begon als een incassoprocedure van onbetaald gelaten licentievergoedingen, komt de vraag centraal te staan op welk moment de licentievergoedingen verschuldigd raakten die de leverancier aan zijn toeleverancier moest betalen. Is dit al vanaf het moment van installatie van de software in de testomgeving? Of pas nadat het totale Ziekenhuis Informatie Management Systeem (ZIS) in gebruik zou worden genomen door het ziekenhuis? Dat laatste gebeurde echter niet. Het Hof D...
Artikel | 21 februari 2018 | Ernst-Jan van de Pas
In dit hoger beroep van wat begon als een incassoprocedure van onbetaald gelaten licentievergoedingen, komt de vraag centraal te staan op welk moment de licentievergoedingen verschuldigd raakten die de leverancier aan zijn toeleverancier moest betalen. Is dit al vanaf het moment van installatie van de software in de testomgeving? Of pas nadat het totale Ziekenhuis Informatie Management Systeem (ZIS) in gebruik zou worden genomen door het ziekenhuis? Dat laatste gebeurde echter niet. Het Hof Den Bosch komt op basis van een uitleg van het woord “installatie” uit het contract tot de slotsom dat het gaat om het eerste moment (de test/pilotomgeving).

Wat is er – in de kern - aan de hand?


Appellante is een IT-leverancier (bij gebrek aan een concrete namen hierna: de Leverancier) die zich bezig houdt met de ontwikkeling van digitale informatiesystemen voor ziekenhuizen, klinieken, tandarts- en huisartspraktijken. De geïntimeerde is ook een IT-leverancier (hierna de Toeleverancier) die oplossingen biedt op het gebied van informatiemanagement.

In 2009 heeft de Leverancier een overeenkomst gesloten met een ziekenhuisorganisatie in de Verenigde Arabische Emiraten (het Ziekenhuis) inzake het digitaliseren van hun informatiesysteem en het bouwen van een ZIS. Een onderdeel van dat ZIS was het digitale patiëntendossier. Voor dat onderdeel was de software van de Toeleverancier nodig.

Tussen de Leverancier en Toeleverancier is daarom in 2009 een overeenkomst gesloten inzake de koop van softwarelicenties voor 40 “utilisateurs” (gebruikers) en het leveren van onderhoudsdiensten. De desbetreffende software is korte tijd daarna door de Toeleverancier in de door de Leverancier bij het ziekenhuis ingerichte test/pilotomgeving geïnstalleerd.

Het ziekenhuis heeft het ZIS nooit in haar productie-omgeving in gebruik genomen.

Wat is bedoeld met "installation"?


In de overeenkomst tussen de beide IT-leveranciers is bepaald dat de licentievergoedingen door de Leverancier aan de Toeleverancier verschuldigd zijn met ingang van de dag volgend op de “date d’installation de [software] dans votre organisation”, dus de dag volgend op de dag van de installatie van de software in “uw organisatie”.

Tussen partijen is in de procedure vast komen te staan dat met “uw organisatie” het ziekenhuis werd bedoeld, althans dat is in hoger beroep niet meer ter discussie gesteld.

Het geschil concentreert zich vervolgens op de vraag wat met “installatie” wordt bedoeld:

  1. iedere installatie van de software in de organisatie van het ziekenhuis en dus ook die in de test/pilot omgeving (= standpunt van de Toeleverancier) waardoor de licentievergoeding opeisbaar is geworden, of

  2. dat pas zou kunnen worden gesproken van “installatie” op het moment dat het ziekenhuis zou overgaan op het gebruik in haar productie-omgeving van het ZIS, hetgeen niet gebeurd is (= standpunt van de Leverancier).


Antwoord Hof: de installatie in de testomgeving


Het Hof oordeelt uiteindelijk dat situatie A de meest voor de hand liggende uitleg is van het tussen partijen overeengekomen beding en overweegt daarbij als volgt:

  • Onduidelijk is of de bedoeling van “installatie” tijdens de onderhandelingen is besproken. Hiervoor is te weinig aangevoerd.

  • Ondanks dat de Toeleverancier er mogelijk wel ermee bekend was dat haar software moest worden geïntegreerd in het ZIS, was zij niet bekend met de inhoud van en ook overigens niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen de Leverancier en het Ziekenhuis.

  • Evenmin is gesteld of gebleken dat de test/pilotomgeving (die Leverancier in de organisatie van het ziekenhuis opzette) niet alleen betrekking had op het door Leverancier goed werkend krijgen van het totale ZIS, maar ook op het testen van de werking van de software (van de Toeleverancier) als zodanig.

  • Het hof neemt in dit kader als uitgangspunt dat de door Leverancier geleverde software als zodanig gereed was voor gebruik. Dat ligt ook in de lijn van het karakter van de overeenkomst, die in de kern de koop van softwarelicenties voor het gebruik van software behelst.

  • Hier komt bij dat de Toeleverancier geen zeggenschap had over of controle op de werkzaamheden in de bij het ziekenhuis opgezette test/pilotomgeving.


Het had naar het oordeel van het hof op de weg van de Leverancier gelegen om in het kader van de onderhandelingen de Toeleverancier te waarschuwen dat zij aan “installatie” een andere betekenis wilde toekennen, maar dat heeft zij niet gedaan.

Opmerkelijk is wellicht nog dat het hof in deze overwegingen niet ook heeft betrokken het aantal van 40 gebruikers. Dit komt voor een ziekenhuis brede ingebruikname voor als wat aan de lage kant nu het hier om een elektronisch patiënten dossier gaat (ik neem aan dat het ziekenhuis meer dan 40 artsen en verpleegkundigen heeft werken?). Aan de nadere kant: 40 testers is wellicht ook weer een beetje veel van het goede, maar hoeft ook weer niet. Dit zal echt afhangen van de omvang van het ziekenhuis. Hoe dan ook, deze uitkomst lijkt mij alleszins te billijken.