Zoeken
  1. Kan contractueel worden afgeweken van de wettelijke procedure tot nadere huurprijsvaststelling bij winkelruimte?

Kan contractueel worden afgeweken van de wettelijke procedure tot nadere huurprijsvaststelling bij winkelruimte?

De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2012 een huurder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek aan de rechtbank om een deskundige te benoemen voor advies over het opnieuw vaststellen van de huurprijs. Aan het verzoek aan de rechtbank is namelijk geen overleg tussen huurder en verhuurder voorafgegaan. Daarnaast is de kantonrechter van mening dat de wettelijke procedure voor huurders een beschermend karakter heeft en dat daarvan in de overeenkomst alleen kan worden...
Auteur artikelDenise Sauer
Gepubliceerd08 maart 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2012 een huurder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek aan de rechtbank om een deskundige te benoemen voor advies over het opnieuw vaststellen van de huurprijs. Aan het verzoek aan de rechtbank is namelijk geen overleg tussen huurder en verhuurder voorafgegaan. Daarnaast is de kantonrechter van mening dat de wettelijke procedure voor huurders een beschermend karakter heeft en dat daarvan in de overeenkomst alleen kan worden afgeweken indien de verhuurder gemotiveerd aantoont dat de contractuele procedures niet nadeliger voor huurder uitpakt.

De zaak
Zowel huurder als verhuurder kunnen vorderen dat een rechter de huurprijs nader zal vaststellen indien hier onenigheid over bestaat. In deze zaak was huurder het niet eens met de hoogte van de huurprijs die zij betaalde voor haar winkelruimte, omdat deze prijs aanzienlijk hoger lag dan de huurprijs van andere vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Een verzoek aan de rechter tot nadere huurprijsvaststelling dient vergezeld te gaan van een advies van een deskundige. Deze deskundige kan door partijen gezamenlijk benoemd zijn, of, indien partijen daar samen niet in slagen, door de rechter worden benoemd. Huurder verzocht de rechter in deze zaak een deskundige te benoemen.

Voorafgaand overleg
Voordat de kantonrechter ingaat op de inhoud van het verzoek, beoordeelt hij eerst of huurder wel ontvankelijk is in haar verzoek. Zoals omschreven in de wettelijke bepaling (artikel 7:304 lid 2 Burgerlijk Wetboek) benoemt de rechter een deskundige indien partijen geen overeenstemming bereikt hebben over de benoeming. Dit impliceert dat er overleg over de benoeming van de deskundige moet hebben plaatsgevonden tussen huurder en verhuurder. Verhuurder voert als verweer dat het overleg niet heeft plaatsgevonden en ook naar het oordeel van de kantonrechter is dit onvoldoende komen vast te staan. Hij verklaart huurder niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Wettelijke regeling of regeling uit overeenkomst?
Omdat de rechter het aannemelijk acht dat partijen ook na overleg niet tot een benoeming van een deskundige zullen komen, geeft hij ook alvast zijn oordeel over het tweede ontvankelijkheidsverweer van verhuurder. Verhuurder stelt zich namelijk op het standpunt dat huurder helemaal niet voor de weg naar de rechter kan kiezen voor de benoeming van een deskundige. In de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst is namelijk een andere, specifieke procedure omschreven.  Verhuurder vindt dat de wettelijke procedure van artikel 7:304 BW niet in de weg staat aan toepassing van de specifieke procedure uit de algemene bepalingen. De kantonrechter is echter van mening dat de wettelijke procedure voor huurders een beschermend karakter heeft en verhuurder gemotiveerd moet aantonen dat andere procedures niet nadeliger voor huurder uitpakken. Volgens de kantonrechter is het de vraag of de procedure uit de algemene bepalingen tijdwinst oplevert en of dit wel opweegt tegen het inleveren van de wettelijke rechtsgang met haar waarborgen en mogelijkheid van hoger beroep.