De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Ontruiming van een huurder met Syndroom van Asperger toegewezen

Ontruiming van een huurder met Syndroom van Asperger toegewezen

De voorzieningenrechter te Arnhem heeft recentelijk geoordeeld dat een ontruiming van een sociale woning van een huurder met het syndroom van Asperger doorgang kan vinden. De huurder had gevorderd dat de ontruiming, welke in een eerdere procedure was toegewezen, geschorst zou worden totdat hij vervangende woonruimte zou hebben gevonden en betrokken. Huurder stelt dat er – gelet op zijn psychische toestand – een noodtoestand zou ontstaan door de ontruiming omdat hij dan op straat zou komen te...
Leestijd 
Auteur artikel Denise Sauer
Gepubliceerd 14 december 2011
Laatst gewijzigd 16 april 2018
 
De voorzieningenrechter te Arnhem heeft recentelijk geoordeeld dat een ontruiming van een sociale woning van een huurder met het syndroom van Asperger doorgang kan vinden. De huurder had gevorderd dat de ontruiming, welke in een eerdere procedure was toegewezen, geschorst zou worden totdat hij vervangende woonruimte zou hebben gevonden en betrokken. Huurder stelt dat er – gelet op zijn psychische toestand – een noodtoestand zou ontstaan door de ontruiming omdat hij dan op straat zou komen te staan. De rechter oordeelde echter dat er onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een noodtoestand.

De casus
Huurder huurt sinds 18 jaar een woning van een woningstichting. De huurder lijdt aan een geestelijke stoornis welke zich uit in onder andere schreeuwen en stampen. Dit leidt tot veel klachten van omwonenden. De overlast die de huurder veroorzaakt wordt echter zo ernstig en langdurig dat de woningstichting zich gedwongen ziet om tot ontruiming van het gehuurde en ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan. In kort geding wordt de ontruiming van de woning toegewezen. Huurder dient het gehuurde binnen een termijn van vier weken te verlaten.

Het executiegeschil
De huurder heeft na het verstrijken van de ontruimingstermijn nog geen vervangende woonruimte gevonden. Derhalve spant de huurder een nieuwe (executie)procedure aan bij de voorzieningenrechter. De huurder vordert dat de ontruiming pas doorgang moet vinden nadat hij vervangende woonruimte heeft gevonden en betrokken. Huurder legt hieraan nieuwe (medische en psychologische) verklaringen ten grondslag. Daarin staat vermeld dat er vanwege zijn stoornis, die na de datum van het ontruimingsvonnis is gediagnosticeerd als ‘syndroom van Asperger’, een noodtoestand zal ontstaan als hij de woning moet ontruimen zonder dat hij vervangende woonruimte heeft.

Juridisch
Ten aanzien van de vraag of er door de ontruiming een noodtoestand aan de zijde van de huurder zal ontstaan, kan de voorzieningenrechter alleen toetsen aan feiten en omstandigheden die na de datum van het ontruimingsvonnis zijn ontstaan. De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat de geestestoestand van huurder bij het eerste ontruimingsprocedure al als zodanig bekend was. Derhalve heeft de eerste voorzieningenrechter de geestestoestand al in zijn vonnis meewogen. Het feit dat deze stoornis pas na de datum van het ontruimingsvonnis gediagnosticeerd is als ‘syndroom van Asperger’ doet hier niet aan af. Het ziektebeeld is immers niet veranderd. Er is geen sprake van een noodtoestand. De huurder zal de woning moeten ontruimen waarbij de woningstichting uit coulance de ontruimingstermijn met één week heeft verlengd.

Commentaar
Een zieke geestestoestand en het feit dat een huurder nog geen vervangende woonruimte heeft kunnen vinden, spelen vaak geen rol meer in het executiegeschil. Die factoren zijn dan reeds meegewogen in de eerdere procedure. In dergelijke situaties ontstaan vaak wel morele dilemma’s. De huurder kan tussen wal en schip vallen omdat hij geen positieve verhuurdersverklaring zal kunnen verkrijgen, terwijl hij evenmin binnen de zorgsector terecht kan wegens ruimtegebrek of wegens het ontbreken van psychische noodzaak. Uit de praktijk blijkt evenwel dat de zorgsector vaak toch ingrijpt op het moment dat een geesteszieke huurder daadwerkelijk op straat zal komen te staan. De emotioneel beladen juridische procedures zijn dan echter al gevoerd.