Zoeken
  1. Pandrecht en hypotheekrecht deel II: de vestiging

Pandrecht en hypotheekrecht deel II: de vestiging

InleidingDit is het tweede artikel van een serie van drie artikelen over pandrechten en hypotheekrechten. In dit artikel wordt ingegaan op de vestiging van pandrechten en hypotheekrechten. Voor een algemeen kader en de gebruikte terminologie wordt verwezen naar het eerste artikel uit de serie. De uitwinning van pandrechten en hypotheekrechten komt aan bod in het laatste artikel uit deze serie.De vestiging van een hypotheekrechtDe eigenaar van een onroerende zaak kan daarop een hypotheekrecht...
Auteur artikelKarin Harmsen
Gepubliceerd11 november 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Inleiding
Dit is het tweede artikel van een serie van drie artikelen over pandrechten en hypotheekrechten. In dit artikel wordt ingegaan op de vestiging van pandrechten en hypotheekrechten. Voor een algemeen kader en de gebruikte terminologie wordt verwezen naar het eerste artikel uit de serie. De uitwinning van pandrechten en hypotheekrechten komt aan bod in het laatste artikel uit deze serie.

De vestiging van een hypotheekrecht
De eigenaar van een onroerende zaak kan daarop een hypotheekrecht vestigen ten gunste van één van zijn schuldeisers. Een hypotheekrecht wordt gevestigd door middel van een notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de registers. Evenals voor het overdragen van een onroerende zaak, moet men dus ook voor de vestiging van een hypotheekrecht langs de notaris.

De vestiging van een pandrecht
De eigenaar van een niet-registergoed, bijvoorbeeld een auto of een vordering, kan daarop een pandrecht vestigen ten gunste van één van zijn schuldeisers. Zo’n pandrecht kan worden gevestigd ofwel door middel van een notariële akte ofwel door middel van een onderhandse akte gevolgd door registratie daarvan bij de belastingdienst. Een onderhandse akte is bijvoorbeeld een schriftelijke ondertekende overeenkomst. In geval van een onderhandse akte is registratie bij de belastingdienst nodig om objectief bewijs te leveren van het moment waarop het pandrecht tot stand is gekomen. Hoe die registratie praktisch in zijn werk gaat staat beschreven in deze artikelen: artikel 1 en artikel 2. De hiervoor omschreven vestigingsvereisten gelden voor zogenaamde stille pandrechten. Bij een stil pandrecht blijven de verpande zaken bij de debiteur en in geval van een verpande vordering wordt van die verpanding geen mededeling gedaan aan de schuldenaar van die vordering. Het is daarnaast ook mogelijk een ‘openbaar’ pandrecht te vestigen. Bij zo’n openbaar pandrecht worden de zaken in de macht van de pandhouder gebracht (dus daadwerkelijk afgegeven aan de schuldeiser), of wordt van de verpanding mededeling gedaan aan de schuldenaar van de vordering. Bij de vestiging van openbare pandrechten is registratie bij de belastingdienst niet nodig.

De vestiging van een pandrecht op aandelen
Voor de vestiging van een pandrecht op aandelen gelden bijzondere regels. Een pandrecht op aandelen kan alleen worden gevestigd door middel van een notariële akte.

De vestiging van een pandrecht op toekomstige goederen
Het is niet mogelijk om bij voorbaat een hypotheekrecht te vestigen op registergoederen die nog niet bestaan of waarvan je nog geen eigenaar bent. Voor pandrechten is dat wel mogelijk. Een pandrecht kan tevens bij voorbaat worden gevestigd op roerende zaken waarvan je in de toekomst eigenaar zult worden. Ook op toekomstige vorderingen kan bij voorbaat een pandrecht worden gevestigd, mits die vorderingen zullen ontstaan uit een bestaande rechtsverhouding (bijvoorbeeld een vordering uit hoofde van leveranties aan een vaste afnemer). Om ervoor te zorgen dat de verpanding ook vorderingen uit nieuwe rechtsverhoudingen omvat, worden doorgaans periodiek aanvullende pandaktes geregistreerd bij de belastingdienst.