Zoeken
  1. Rechter: vergelijkingssites moeten informatie van aanbieders controleren

Rechter: vergelijkingssites moeten informatie van aanbieders controleren

Vergelijkingssites moeten de informatie van aanbieders die zij met elkaar vergelijken doorlopend controleren. Dat is het gevolg van de uitspraak van 7 oktober 2015 van de Rechtbank Amsterdam in de zaak tussen Skyscanner en de Reclame Code Commissie (RCC).Eerdere klachtprocedure in 2013/2014 Tegen vergelijkingssite Skyscanner is al eerder een klacht ingediend bij de RCC op grond van de Reclamecode Reisaanbiedingen. Die klacht hield kort gezegd in dat op haar site vliegtickets worden aangeboden...
Artikel | 28 oktober 2015 | Joost Becker
Vergelijkingssites moeten de informatie van aanbieders die zij met elkaar vergelijken doorlopend controleren. Dat is het gevolg van de uitspraak van 7 oktober 2015 van de Rechtbank Amsterdam in de zaak tussen Skyscanner en de Reclame Code Commissie (RCC).

Eerdere klachtprocedure in 2013/2014

Tegen vergelijkingssite Skyscanner is al eerder een klacht ingediend bij de RCC op grond van de Reclamecode Reisaanbiedingen. Die klacht hield kort gezegd in dat op haar site vliegtickets worden aangeboden voor een bepaalde prijs, zonder dat daarbij is vermeld dat behalve de prijs voor de vliegtickets ook een bedrag van € 25,- aan boekingskosten en een variabel bedrag voor betaalkosten in rekening wordt gebracht. Dergelijke informatie moet wel verplicht vermeld worden volgens de geldende regelgeving. Artikel III van de Reclamecode Reisaanbiedingen luidt: 'Aanbieders zijn gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen in hun reclame-uitingen. Zij publiceren hun prijzen, al of niet gespecificeerd, inclusief de hen op het moment van publicatie bekende vast onvermijdbare (= bijkomende onlosmakelijk aan de dienst verbonden) kosten die voor de aangeboden diensten aan de aanbieder moeten worden betaald'

Skyscanner verweert zich in de klachtprocedure met de stelling dat zij voor de genoemde informatie geheel afhankelijk is van de door derden verstrekte informatie, en derhalve niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud daarvan. Haar bemoeienissen zouden beperkt zijn tot het rubriceren van deze informatie naar prijs, meer niet.

Echter, de Reclame Code Commissie oordeelt dat het op deze wijze maken van reclame wel degelijk voor rekening en risico van de vergelijkingssite komt, omdat zij verantwoordelijk is voor het feit dat de daadwerkelijk aanbieder van het reisproduct (Govolo) ten onrechte als goedkoopste aanbieder op de website van Skyscanner stond vermeld. Dit geldt ook zelfs al is Skyscanner zelf geen reisaanbieder.

De RCC oordeelt namelijk:

De Commissie is van oordeel dat verweerders bemoeienis niet sec beperkt is gebleven tot het op zijn website plaatsen van de aan hem door derden verstrekte informatie. Zij overweegt daartoe dat deze informatie niet in de oorspronkelijke vorm openbaar wordt gemaakt of wordt opgeslagen. De verschillende aanbiedingen zijn door verweerder op uniforme wijze, passend in de door hem voor zijn website gekozen opmaak, tot één geheel getransformeerd. Aldus is de aanbieding van Govolo op verweerders website verwerkt. Het is verweerder die meedeelt dat Govolo het goedkoopst is. Om deze reden, kan verweerder niet met succes een beroep doen op het bepaalde in artikel 6:196c lid 3 en 4 BW en dient hij verantwoordelijk te worden gehouden voor de inhoud van de uiting.

(...) Verweerder [speelt] geen neutrale rol. De bestreden webpagina maakt het voor een in een bepaalde reis geïnteresseerde consument mogelijk om op eenvoudige wijze na te gaan welke aanbieder voor hetzelfde product het goedkoopst is. De reizen zijn door verweerder daartoe reeds gerangschikt naar prijs. Hierdoor is verweerder behulpzaam bij het vinden van een aantrekkelijke aanbieding, is hij geen neutraal doorgeefluik en beïnvloedt hij door zijn handelen zelfstandig en direct de keuze van de consument.

Verweerder heeft terecht aangevoerd dat hij geen aanbieder is in de zin van de RR. Dat neemt echter niet weg dat verweerder verantwoordelijk dient te worden gehouden voor het op zijn website staande aanbod en hij er zorg voor dient te dragen dat dit niet in strijd is met de NRC. Nu het bewuste ticket naar Miami ook volgens verweerder niet is te boeken voor het op verweerders website staande bedrag van € 587,-, is de Commissie van oordeel dat onjuiste informatie is verstrekt ten aanzien van de prijs als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d NRC. Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.


Dit oordeel houdt ook bij het College van Beroep van de RCC (CvB) stand. De (prijs)vergelijkingssite neemt niet zozeer een onafhankelijke positie in, aldus het oordeel van het CvB, maar moet als zelfstandige handelspraktijk worden beschouwd waarvoor Skyscanner verantwoordelijk wordt gehouden, ook al verkoopt zij zelf geen tickets:

Appellante [d.i. Skyscanner] maakt reclame voor haar diensten en prijst, naar uit de inleidende klacht blijkt, haar vergelijkingssite aldus aan dat via deze website met behulp van “geweldige aanbiedingen” de “goedkoopste” vliegtickets kunnen worden gevonden. Het bedrijfsmatig exploiteren van een dergelijke website dient naar het oordeel van het College als een zelfstandige handelspraktijk te worden beschouwd. Het College verwijst in dit verband naar hoofdstuk 1.2 van het op 3 december 2009 gepubliceerde Werkdocument van de diensten van de Commissie (“Leidraad voor de tenuitvoerlegging/ toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken”), waar onder meer staat: “In geval van professionele, maar onafhankelijke prijsvergelijkingssites bestaat de activiteit van de handelaar in het verkrijgen van prijzen van detailhandelsbedrijven en het doorgeven van deze informatie aan de consument. Dergelijke dienstverleners moeten daarom eveneens worden beschouwd als handelaren en zijn derhalve gebonden aan de bepalingen van de richtlijn.” Het College leidt overigens uit de door ANVR overgelegde e-mail van de Autoriteit Consument Markt d.d. 10 januari 2014 af dat deze instantie eveneens van oordeel is dat het exploiteren van een vergelijkingssite als de onderhavige een zelfstandige handelspraktijk in de zin van Richtlijn 2005/29/EG is. De brief bevat immers, kort weergegeven, de mededeling dat volgens de Autoriteit Consument & Markt de regels inzake prijstransparantie ook voor vergelijkingssites gelden en dat zij bij de handhaving van die regels de exploitanten van die websites aan die regels zal houden.

(...) De gewraakte uiting ... “goedkoopste tickets Miami” in combinatie met de prijs die Govolo volgens de website van appellante voor dit ticket rekent op basis van de ingevoerde gegevens, is commercieel van aard en houdt onmiskenbaar verband met een zakelijk belang dat appellante erbij heeft dat consumenten gebruik maken van haar vergelijkingssite teneinde daar een keuze voor een vliegtuigmaatschappij te maken en bij die aanbieder vervolgens een vlucht te boeken. De consument die van de vergelijkingssite gebruik maakt, hoeft niet meer zelfstandig aanbieders te vergelijken. De gewraakte uiting beïnvloedt aldus actief en direct de keuze van de consument met een zelfstandig commercieel doel.


Voorts wordt geoordeeld door het CvB dat Skyscanner zelf kan worden aangesproken op de onjuiste informatie van Govolo, onder de Reclamecode Reisaanbiedingen:

6.4 (...) Het College verwerpt voorts het beroep van appellante op artikel 6:196c lid 4 BW. Deze bepaling mist toepassing in de situatie dat, zoals in het onderhavige geval, de handelsactiviteiten niet beperkt blijven tot het enkele doorgeleiden van informatie van derden. Appellante oefent immers op basis van die informatie een zelfstandige handelspraktijk uit die in het onderhavige geval tot oneerlijke reclame heeft geleid. De consument die op de door ANVR in haar inleidende klacht omschreven wijze zoekt naar het goedkoopste vliegticket en naar aanleiding van de reclame van appellante haar vergelijkingssite raadpleegt, wordt in de onjuiste veronderstelling gebracht dat Govolo de goedkoopste aanbieder is. Dat de oorzaak van deze fout is gelegen in de onjuiste informatie die Govolo heeft aangeleverd, brengt niet mee dat appellante niet door ANVR hierop zou kunnen worden aangesproken in het kader van de onderhavige klacht. De contractuele uitsluiting van aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden van Appellante staat daaraan evenmin in de weg; ANVR staat buiten die contractuele relatie. (...)

6.5 Appellante onderscheidt zich bovendien van een “hosting provider” in de zin van artikel 6:196c lid 4 BW, doordat zij zelfstandig onderzoek doet naar de juistheid van de door derden aangeleverde gegevens. Zij heeft hiertoe, naar zij stelt, een team van zes personen beschikbaar dat dagelijks actief controleert of de aanbieders juiste prijzen opgeven. Voorts beschikt appellante over een team personen dat, naar zij stelt, constant in dialoog is met de aanbieders om deze te wijzen op naleving van de regels. Appellante classificeert, structureert en vergelijkt de gegevens in het kader van een handelspraktijk die specifiek op vergelijking van een algemeen aanbod is gericht. Op grond van het voorgaande is het College tevens van oordeel dat de handelsactiviteiten van appellante wezenlijk verschillen van die van Marktplaats, die immers niet specifiek als een vergelijkingssite kan worden aangemerkt . Dit brengt mee dat het beroep van appellante op het genoemde arrest van het Hof Leeuwarden geen doel treft. Voor analoge toepassing van het bepaalde in artikel 6:196c lid 4 BW is evenmin plaats. Daarbij wijst het College op het volgende.

6.6. Het College acht het aannemelijk dat de gemiddelde consument die naar aanleiding van de aanprijzing van de vergelijkingssite van appellante van die website gebruik zal maken en zal zien welke aanbieder het goedkoopst is, erop zal vertrouwen dat die aanbieder ook daadwerkelijk het voordeligst is. Appellante is immers een professionele vergelijker die stelt onafhankelijk te zijn en in dat kader classificeert, structureert en vergelijkt. De consument zal zich daarom door dit resultaat laten leiden bij het nemen van een besluit over een transactie. Dit brengt mee dat de vermelding als goedkoopste aanbieder direct het economische gedrag van de gemiddelde consument zal (kunnen) beïnvloeden. In het geval van Govolo wordt niet aan de geldende eisen met betrekking tot de prijsvermelding voldaan waardoor zij op de vergelijkingssite van appellante ten onrechte als de goedkoopste aanbieder werd genoemd. Het College onderschrijft het oordeel van de Commissie dat hierdoor sprake is van misleiding als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d NRC. Zoals vermeld zal de gemiddelde consument ten onrechte op die vermelding vertrouwen en daardoor een besluit over een transactie kunnen nemen dat hij niet had genomen indien hij zou hebben geweten dat Govolo in werkelijkheid niet de voordeligste aanbieder was.



Kortom, het wordt Skyscanner toegerekend dat aanbieder Govolo niet aan de geldende eisen met betrekking tot de prijsvermelding voldoet, waardoor zij op de vergelijkingssite van Skyscanner ten onrechte als de goedkoopste aanbieder wordt genoemd. Hierdoor misleidt Skyscanner het publiek. Het College oordeelt dat het aan de vergelijkingssite zelf is om de prijzen juist weer te geven: "Het is aan appellante om voldoende maatregelen te nemen teneinde af te dwingen dat de aanbieders waarvan zij op haar website de prijzen publiceert, deze prijzen aanleveren overeenkomstig de toepasselijke regelgeving, waaronder de Reclamecode Reisaanbiedingen met de daarin opgenomen verplichting alle vaste onvermijdbare kosten in de prijs op te nemen. Deze verplichting volgt overigens ook uit artikel 23 van Verordening (EG) Nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap. Ingevolge dit artikel dienen de voor het publiek beschikbare luchttarieven altijd de geldende passagiers- of luchttarieven en alle toepasselijke belastingen en heffingen, toeslagen en vergoedingen te bevatten die op het tijdstip van publicatie onvermijdbaar en voorzienbaar zijn."

Het College gaat vervolgens nog een stap verder en oordeelt dat de verplichting uit hoofde van voornoemde verordening ook rechtstreeks op Skyscanner zelf van toepassing is: "Zij publiceert immers bedoelde tarieven in het kader van een prijsvergelijking en valt daarmee onder de ratio van artikel 23 van Verordening (EG) Nr. 1008/ 2008, zoals toegelicht in nummer 16 van de considerans bij die verordening. Dat appellante maatregelen kan nemen om het aanbod op haar website in overeenstemming met de regelgeving te doen zijn, staat niet ter discussie. Appellante oefent immers controle uit en kan aanbieders, ook naar aanleiding van klachten van derden, op onjuiste prijzen aanspreken en hen zo nodig van haar website uitsluiten."

Reeds uit deze uitspraken van de RCC en CvB valt af te leiden dat vergelijkingssites zelf de informatie van aanbieders doorlopend moeten controleren op juistheid, en ervoor moeten instaan naar de consument toe dat de informatie opgenomen in het aanbod op hun webstes in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving.

Rechterlijke uitspraak 2015

Van belang is op te merken dat uitspraken van de RCC en het CvB niet in rechte afdwingbaar zijn. Echter, na een uitspraak waarin een bepaalde reclame-uiting in strijd met de RCC wordt geoordeeld, wordt aan de betrokken adverteerder schriftelijk, door middel van het invullen van een ‘compliance-verklaring’, gevraagd te bevestigen dat hij de betreffende reclame-uiting niet meer openbaar zal maken dan wel niet meer op dezelfde wijze zal verspreiden. Ingeval de compliance-verklaring niet wordt afgelegd, wordt het op de uitspraak betrekking hebbende dossier als ‘non-compliant’ op de website van SRC gepubliceerd. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt van een dergelijke melding op de hoogte gesteld. Daarnaast hebben de bij Stichting Reclamecode aangesloten partijen zich verplicht om hun mediakanalen niet open te stellen voor als ‘non-compliant’ aangemerkte reclame-uitingen. Skyscanner heeft Govolo aangesproken op de geconstateerde overtreding en, nadat was gebleken dat deze een stelselmatig karakter hadden, Govolo verwijderd uit haar aanbod, dat wil zeggen dat door Govolo te koop aangeboden tickets geen deel meer uitmaken van de vergelijking die op de website van Skyscanner wordt gemaakt.

Niettemin legt Skyscanner aan de rechtbank Amsterdam de vraag voor of het oordeel van het CvB stand kan houden. Skyscanner vordert in de eerste plaats een verklaring voor recht dat de beslissing van het CvB onrechtmatig is. Zij onderbouwt deze vordering, kort gezegd, met de stelling dat de beslissing onjuist is. Deze onderbouwing slaagt niet:
4.5 De RCC en het CvB zijn weliswaar niet gelijk te stellen met bij wet ingestelde gerechtelijke instanties, maar worden binnen de reclamebranche wel als gezaghebbend  beschouwd, hetgeen onder meer blijkt uit de onweersproken stelling van SRC dat 96% van haar aanbevelingen vrijwillig worden opgevolgd. Daarnaast beschikt SRC over een zeker machtsmiddel door een ‘non-compliance’-verklaring af te geven. Deze positie brengt met zich dat van genoemde instanties mag worden verwacht dat zij zorgvuldigheid betrachten bij het geven van een oordeel.
4.6. De door de RCC en het CvB te betrachten zorgvuldigheid bestaat onder meer hierin dat zij handelt overeenkomstig haar interne (procedure)regels, waarin de mogelijkheid tot het voeren van verweer in voldoende mate dient te zijn gewaarborgd, en dat zij voor haar oordelen gebruikt maakt van zakelijke bewoordingen die niet onnodig afbreuk doen aan de reputatie van de voor de betreffende reclame-uiting verantwoordelijke. Van onrechtmatig handelen door de RCC en het CvB kan verder sprake zijn ingeval zij komt tot een oordeel dat in redelijkheid niet als juist kan worden aanvaard.


4.7. In dit geval is tussen partijen niet in geschil dat de RCC en het CvB tot hun oordeel zijn gekomen na een procedure waarin Skyscanner voldoende mogelijkheid tot het geven van een weerwoord op de tegen haar ingediende klacht is gegeven. Ook is niet in geschil dat de RCC en het CvB hun oordeel in zakelijke bewoordingen hebben gesteld, zonder Skyscanner onnodig in diskrediet te brengen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de beslissing van de RCC en het CvB niet aanstonds als onjuist kan worden gekwalificeerd.



De rechtbank oordeelt vervolgens in algemene zin dat de vraag of een door de RCC of het CvB gegeven beslissing onrechtmatig moet worden geacht, niet los kan worden gezien van de vraag of deze beslissing in rechte juist wordt geacht. In de regel zal een beslissing die in rechte juist wordt geacht niet onrechtmatig zijn, aldus de rechtbank. Het enkele feit dat een beslissing in rechte onjuist wordt geacht zal volgens de rechtbank, behoudens in geval een oordeel wordt gegeven dat in redelijkheid niet als juist kan worden aanvaard, echter niet voldoende zijn om te kunnen leiden tot het oordeel dat SRC onrechtmatig heeft gehandeld. Slechts ingeval van bijkomende omstandigheden zal van onrechtmatigheid sprake kunnen zijn, zo luidt het oordeel, terwijl Skyscanner nog niet non-compliant is verklaard.

Skyscanner stelt daar tegenover dat omdat zij (mede) verantwoordelijk wordt gehouden voor overtredingen die door aanbieders van vliegtickets worden gepleegd, steeds opnieuw een negatief oordeel van de RCC en het CvB kan worden verwacht en het bij bij repeterende klachten van dezelfde aard lastiger wordt om niet ‘non-compliant’ te worden verklaard. Skyscanner zal zich daarom bij handhaving van de uitleg van de van toepassing zijnde regels zoals in de beslissing is verwoord, genoodzaakt zien haar bedrijfsvoering aan te passen. De rechtbank oordeelt hierover als volgt:

4.10. De rechtbank is van oordeel dat het belang van Skyscanner om niet geconfronteerd te worden met een in rechte onjuist geachte beslissing van het CvB die als (voorzienbaar) gevolg heeft dat zij niet slechts een bepaalde reclame-uiting dient te staken maar tevens haar bedrijfsvoering dient aan te passen mee dient te wegen bij de beoordeling van de vraag of sprake is van onrechtmatig handelen.

4.11. Zoals hiervoor reeds aan de orde is gekomen is op dit moment echter nog geen sprake van dergelijke gevolgen voor Skyscanner, nu SRC haar nog niet non-compliant heeft verklaard. Dergelijke gevolgen zouden zich weliswaar binnen afzienbare tijd voor kunnen doen, maar blijkens het petitum van de dagvaarding wordt thans alleen een oordeel gevraagd over de beslissing van het CvB. Skyscanner heeft ook de omvang van deze gevolgen niet nader gepreciseerd. Derhalve dient beoordeeld te worden of het enkel gebruiken van een uitleg van de van toepasselijke regels op een wijze zoals in de beslissing gebeurd, onrechtmatig is.

4.12. Voor het aannemen van een dergelijke onrechtmatigheid is naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval vereist dat die beoordeling, gelet op hetgeen op het moment van het doen van uitspraak bij het CvB bekend was of had moeten zijn (...), voorzienbaar in rechte als onjuist zou moeten worden bestempeld. Daarvan kan onder meer sprake zijn ingeval over een verschil van inzicht ter zake de interpretatie van een van toepassing zijnde regel reeds door een relevante rechterlijke instantie een (onherroepelijke) uitspraak is gedaan, maar deze door het CvB is genegeerd.

4.13. Skyscanner voert in dat verband twee stellingen aan. In de eerste plaats dat in de beslissing ten onrechte is geoordeeld dat de activiteiten van Skyscanner kunnen worden aangemerkt als ‘handelspraktijk’ in de zin van artikel 2, sub d, van de Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG). In de tweede plaats dat in de beslissing ten onrechte is geoordeeld dat Skyscanner geen beroep toekomt op artikel 6:196c lid 4 BW.

4.14. Wat het eerste punt betreft verwijst Skyscanner naar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 17 oktober 2013, (RLvS Verlaggesellschaft mbH/Stuttgarter Wochenblatt GmbH). Meer in het bijzonder wijst Skyscanner op rechtsoverweging 37 en verder van dat arrest, waar het HvJ EU overweegt: “[…] In deze richtlijn [2005/29; rb] wordt het begrip „handelspraktijk” weliswaar bijzonder ruim gedefinieerd (…), maar dit neemt niet weg dat de aldus beoogde praktijken van commerciële aard moeten zijn, namelijk van handelaars moeten uitgaan, en bovendien rechtstreeks verband moeten houden met de verkoopbevordering, het verkopen of het leveren van hun producten aan consumenten. (…) 39 In omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding staat echter vast dat de betrokken publicaties, te weten twee artikelen met informatieve en beschrijvende redactionele inhoud, niet dienen ter verkoopbevordering van het product van de krantenuitgever, in casu een gratis krant, maar wel ter verkoopbevordering van producten en diensten van ondernemingen die geen partij in het hoofdgeding zijn”.

4.15. Volgens Skyscanner is het in haar geval zo dat de reclame-uitingen zoals die van Govolo uitgaan van en gericht zijn op het bevorderen van de verkoop van producten van Govolo, en derhalve geen commercieel belang van Skyscanner dienen. Skyscanner zelf levert geen producten aan de bezoekers van haar website en de reclame-uiting houdt derhalve geen verband met de verkoopbevordering, het verkopen of het leveren van haar producten aan consumenten. Er is derhalve sprake van een vergelijkbare situatie, en Skyscanner kan daarom evenmin als het Stuttgarter Wochenblatt als handelaar in de zin van Richtlijn 2005/29/EU worden beschouwd.

4.16. De SRC voert hiertegen aan dat het verdienmodel van Skyscanner erin bestaat dat zij ervoor probeert te zorgen dat consumenten via haar website boekingen bij bepaalde verkopers van vliegtickets doen, waarvoor een vergoeding aan Skyscanner wordt betaald. Skyscanner heeft er derhalve belang bij dat op haar website tickets voor een lage prijs worden aangeboden, omdat dit consumenten zal stimuleren via haar website te boeken. Het onvermeld laten van onvermijdbare kosten draagt derhalve bij aan het bereiken van de commerciële doelstellingen van Skyscanner, aldus SRC. Om die reden dient Skyscanner volgens haar wel als handelaar in de zin van Richtlijn 2005/29/EU te worden beschouwd.

4.17. Beide partijen hebben voorts verwezen naar de door de Europese Commissie uitgegeven “LEIDRAAD VOOR DE TENUITVOERLEGGING/TOEPASSING VAN RICHTLIJN 2005/29/EG BETREFFENDE ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN”. In deze leidraad is onder meer de volgende passage opgenomen: “1.2. Onlinehandelspraktijken in sociale media of op prijsvergelijkingswebsites vallen onder de definitie (…) In geval van professionele, maar onafhankelijke prijsvergelijkingswebsites bestaat de activiteit van de handelaar in het verkrijgen van prijzen van detailhandels-bedrijven en het doorgeven van deze informatie aan de consument. Dergelijke dienstverleners moeten daarom eveneens worden beschouwd als handelaren en zijn derhalve gebonden aan de bepalingen van de richtlijn. In deze gevallen moeten de criteria en methoden die door de dienstverleners worden gebruikt en eventuele contractuele relaties met bepaalde handelaren bekend worden gemaakt aan de gebruikers van de website”.

4.18. SRC verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar de titel van paragraaf 1.2 en de eerste twee zinnen van de geciteerde alinea. Skyscanner stelt dat zij voldoet aan de voorschriften genoemd in de laatste zin van de geciteerde alinea en derhalve voldoet aan de voorgeschreven transparantievereisten.

4.19. De rechtbank oordeelt als volgt. Onweersproken is dat Skyscanner een eigen commercieel belang heeft bij het plaatsvinden van boekingen via haar website. Verder is van belang hetgeen het HvJ EU overweegt in rechtsoverweging 41 van het arrest RLvS Verlaggesellschaft mbH/Stuttgarter Wochenblatt GmbH: “41      Aangezien de publicatie door de krantenuitgever van dergelijke artikelen, die – in voorkomend geval indirect – de producten en diensten van derden kunnen promoten, geen wezenlijke verstoring vormt van het economisch gedrag van de consument bij diens beslissing zich de betrokken krant – die overigens gratis verschijnt – te verwerven of mee te nemen (zie over dit aspect arrest Mediaprint Zeitungs- und Zeitschriftenverlag, punten 44 en 45), kan een dergelijke uitgeverspraktijk op zich echter niet als een „handelspraktijk”, in de zin van artikel 2, sub d, van richtlijn 2005/29, van deze uitgever worden aangemerkt”.

4.20. Uit deze overweging blijkt dat essentieel voor deze beslissing van het HvJ EU is dat de aan de orde zijnde reclame-uiting geen wezenlijke verstoring vormde van het economisch gedrag van de consument bij diens beslissing de betrokken krant al dan niet te verkrijgen. Aannemelijk is echter dat het voor het economisch gedrag van een consument wel van belang is dat op de website van Skyscanner tickets worden aangeboden tegen een (als gevolg van het niet vermelden van onvermijdbare kosten) lage prijs. Dat zal een consument immers stimuleren via de website van Skyscanner tickets te boeken. In ieder geval kan worden gesteld dat de uitspraak van het CvB niet op voorhand als onverenigbaar met het aan de orde zijnde arrest moet worden beschouwd. Daar komt nog bij dat de tekst van de leidraad een aanwijzing vormt voor de juistheid van de uitleg van het CvB.

4.21. Uit het voorgaande volgt dat ten aanzien van dit onderdeel niet kan worden vastgesteld dat op het moment dat zij de beslissing nam voor het CvB voorzienbaar was dat de beslissing in rechte als onjuist zou worden bestempeld.

4.22. Ten aanzien van haar tweede punt, dat in de beslissing ten onrechte is overwogen dat Skyscanner geen beroep toekomt op artikel 6:196c lid 4 BW. vordert Skyscanner tevens een afzonderlijke verklaring van recht.

Artikel 6196c lid 4 BW luidt: “Degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie, is niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij:

a. niet weet van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter en, in geval van een schadevergoedingsvordering, niet redelijkerwijs behoort te weten van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, dan wel

b. zodra hij dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt”.

4.23. Toegepast op de aan de orde zijnde casus betekent dit dat Skyscanner niet aansprakelijk is voor van Govolo afkomstige informatie, ingeval zij deze informatie op verzoek van Govolo opslaat en voldoet aan de onder a en b genoemde vereisten. Uit de door Skyscanner zelf verstrekte informatie blijkt echter dat zij de van Govolo afkomstige informatie niet opslaat op verzoek van Govolo, maar dat zij deze informatie betrekt via de Amadeus IT Group S.A. Het initiatief voor het verkrijgen van de informatie ligt derhalve bij Skyscanner. Reeds daarom moet worden geoordeeld dat het CvB heeft kunnen overwegen dat Skyscanner geen beroep op artikel 6:196c lid 4 BW toekomt.


Kortom, het oordeel van het CvB houdt stand.

Gevolgen voor vergelijkingssites

De voornoemde uitspraken hebben mijn inziens grote gevolgen voor vergelijkingssites. Vooropgesteld geldt ten eerste dat indien de RCC en het CvB in hun uitspraken op grond van een klacht redelijkerwijs tot hun oordeel konden komen, de rechter slechts onder bijzondere omstandigheden hun oordeel opzij kan zetten.

Ten tweede leid ik uit het samenstel van de uitspraken af dat vergelijkinssites zelf verantwoordelijk zijn voor de juistheid van de door hen getoonde aanbiedingen, ook al zijn die in wezen van derden afkomstig en worden de producten die worden vergeleken niet door de vergelijkingssite zelf aangeboden, indien de vergelijkingssites zelf een eigen commercieel belang hebben bij het plaatsvinden van boekingen via hun websites.

Ten derde geldt dat prijsvergelijkingssites zich niet eenvoudig kunenn onttrekken aan hun eigen verantwoordelijkheid voor naleving van de geldende wet- en regelgeving door zich op het standpunt te stellen dat zij slechts een doorgeefluik zijn van de (prijs)informatie, zeker niet indien het initiatief voor het verkrijgen van de informatie bij hen ligt.

Ten slotte leid ik uit de uitspraken af dat vergelijkingssites zoals Skyscanner vanaf heden verplicht zijn zelf de informatie van aanbieders doorlopend te controleren op juistheid. Zij zullen naar consumenten toe ervoor moeten instaan dat de getoonde informatie, opgenomen in het aanbod op hun webstes, in overeenstemming is met de voor hun geldende wet- en regelgeving. Dat geldt temeer in de situatie dat consumenten worden gestimuleerd om via de website van de vergelijkingssites producten af te nemen.

Joost Becker, advocaat reclamerecht