Zoeken
  1. Rentewijzigingsbedingen: vernietiging, verjaring en Unierecht

Rentewijzigingsbedingen: vernietiging, verjaring en Unierecht

Zowel de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening als het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs op vordering van een consument een rentewijzigingsbeding vernietigd op grond van de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen (de ‘Richtlijn’). Deze uitspraken zouden ertoe kunnen leiden dat banken geconfronteerd worden met meerdere pogingen tot vernietiging van vergelijkbare bedingen. In haar noot bij de uitspraak van de Geschillencommissie heeft collega Chantal van den Borne terecht de vraag opg...
Artikel | 22 februari 2018 | Bart Jacobs
Zowel de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening als het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs op vordering van een consument een rentewijzigingsbeding vernietigd op grond van de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen (de ‘Richtlijn’). Deze uitspraken zouden ertoe kunnen leiden dat banken geconfronteerd worden met meerdere pogingen tot vernietiging van vergelijkbare bedingen. In haar noot bij de uitspraak van de Geschillencommissie heeft collega Chantal van den Borne terecht de vraag opgeworpen of verjaring aan dit (onwenselijke) gevolg in de weg kan staan.

De verjaringskwestie speelt ten aanzien van de vernietiging van een rentewijzigingsbeding op twee manieren. Zowel de vordering tot vernietiging van een onredelijk beding als de vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde is vatbaar voor verjaring. Beide vraagstukken hebben bovendien een Unierechtelijke dimensie op grond waarvan het verjaringsleerstuk buiten toepassing kan worden gelaten.

Vernietiging van een rentewijzigingsbeding
Voor de beantwoording van de vraag of de mogelijkheid tot vernietiging van een contractueel rentewijzigingsbeding naar Nederlands recht is verjaard, is van belang wanneer dit beding voor het eerst is ingeroepen en of de verjaring eventueel is gestuit. Vervolgens moet worden bepaald of het Unierecht mogelijk in de weg staat aan toepassing van de Nederlandse verjaringstermijn. Dat is het geval indien dat leerstuk de uitoefening van de door de rechtsorde van de Unie verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maakt. Daarvan lijkt in het geval van een verjaringstermijn niet snel sprake te zijn. Dit neemt niet weg dat de (ver)nietig(baar)heid van een beding ondanks de eventuele verjaring als verweer kan worden gebruikt.

Terugvordering van het betaalde
De vernietiging van het rentewijzigingsbeding alleen brengt niet mee dat het op grond van dat vernietigde beding betaalde bedrag wordt terugbetaald. Dit bedrag moet (gelijktijdig) worden teruggevorderd op grond van onverschuldigde betaling. In principe speelt het verjaringsleerstuk ook ten aanzien van deze vordering. Aangezien deze verjaringstermijn pas begint te lopen vanaf de vernietiging en de verjaring kan worden gestuit, zal verjaring niet snel aan de orde zijn na succesvolle vernietiging van een rentewijzigingsbeding. Uiteraard dient wel goed te worden onderzocht welk bedrag exact kan worden teruggevorderd.

Conclusie
Mocht u vragen hebben over rentewijzigingsbedingen hun vernietigbaarheid en/of mogelijke verjaring, neem dan gerust contact met ons op. Wij brengen uw juridische positie en mogelijkheden graag in kaart en voorzien u graag van nader advies.