Zoeken
  1. Te snel een IT-contract opgezegd? Wat nu?

Te snel een IT-contract opgezegd? Wat nu?

Stel: Partijen zijn een bepaalde opzegtermijn overeengekomen maar die blijkt te kort te zijn om over te kunnen stappen op een ander pakket en/of een andere leverancier. Je wilt dus nog een paar maanden bij de oude leverancier blijven. Maar die is onverbiddelijk: opgezegd is opgezegd! Een licentie voor een paar maanden extra kan niet. Uiteraard mag je wel een nieuw contract voor bijvoorbeeld 1 jaar tekenen maar dat is niet echt aantrekkelijk omdat je dan een groot deel van het jaar met dubbele kosten zit. Wat nu? Kun je een verlening afdwingen? Een recente uitspraak biedt mogelijk aanknopingspunten.
Auteur artikelErnst-Jan van de Pas
Gepubliceerd01 juli 2019
Laatst gewijzigd01 juli 2019
Leestijd 

Uitgangspunt is: opzegging ontvangen = opgezegd

Een opzegging is een gerichte eenzijdige rechtshandeling. Deze werkt vanaf het moment dat de opzeggingsverklaring (meestal een aangetekende brief) de ontvangende partij heeft bereikt. Een uitgebrachte opzegging kan nog worden ingetrokken, maar dan moet de intrekking de ontvangende partij eerder of op hetzelfde moment als de opzegging hebben bereikt (artikel 3:37 BW). Uiteraard kunnen partijen onderling overeenkomen dat de opzegging als niet verzonden moet worden beschouwd, maar wat moet je doen als de wederpartij daar niets voor voelt?

Kun je verlening van een opgezegde overeenkomst afdwingen?

In beginsel is wat partijen met elkaar hebben afgesproken leidend. Dat er geen exitregeling (of een slechte) is afgesproken en je daardoor als afnemer in de knoop komt na een opzegging, komt dus in beginsel voor risico van de opzeggende partij. In extreme gevallen is het mogelijk om met een beroep op misbruik van bevoegdheid (3:13 BW), de redelijkheid en billijkheid (6:248 BW) of een beroep op een bijzondere zorgplicht (7:401 BW) te proberen om een bepaalde handelen van een leverancier ongedaan te maken of een bijzondere zorgplicht aan te nemen. De lat hiervoor ligt echter wel erg hoog. Toch is het niet onmogelijk, zo laat de volgende uitspraak zien.

Bijzondere zorgplicht aangenomen: voortzetting licentie

Recentelijk heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland zich uitgesproken over de bijzondere zorgplicht. Tussen ANVA en Stepco bestond een partnerovereenkomst waarin was opgenomen dat Stepco, na opzegging van de partnerovereenkomst, de onderliggende overeenkomsten met klanten van ANVA zou voortzetten gedurende de looptijd van de betreffende onderliggende overeenkomsten. Na opzegging van de partnerovereenkomst kwam Stepco deze verplichting niet na. De voorzieningenrechter gaat in haar vonnis ook in op de bijzondere zorgplicht van Stepco (onderstreping toegevoegd):

Evenmin is door Stepco weersproken dat een IT-leverancier, zoals ANVA stelt, zelfs een bijzondere zorgplicht heeft en dat dat deze zorgplicht op de leverancier een zwaardere informatie- en waarschuwingsplicht legt en met zich meebrengt dat de opdrachtnemer bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal dient te stellen. De voorzieningenrechter is het met ANVA eens dat zij op grond van deze zorgplicht de overeenkomsten met haar klanten niet zomaar kan beëindigen en/of geen medewerking kan verlenen aan de migratie van de klantomgeving. Zoals ANVA stelt heeft Stepco gelet op het wezenlijk belang van de software en diensten voor ANVA (en daarmee ook de financiële dienstverlening van de klanten van ANVA), de aard van de diensten van de klanten van ANVA waarbij gevoelige klantgegevens worden verwerkt, de kans op schade en de potentiële omvang daarvan, een – bijzondere – zorgplicht om haar dienstverlening voort te zetten.”

Commentaar

In deze uitspraak neemt de voorzieningenrechter dus een bijzondere zorgplicht aan ter nadere inkleuring van een bestaande exitregeling die kennelijk nog ruimte liet voor interpretatie. In dit concrete geval brengt die zorgplicht met zich mee dat de leverancier in feite werd gedwongen om een al opgezegde licentie toch met een paar maanden te verlengen. Maar zoals gezegd, dit is een bijzondere casus omdat er een exitregeling was afgesproken die niet werd nagekomen. Niettemin zou het meer algemeen geformuleerde oordeel dat het belang van de opdrachtgever centraal gesteld moet worden als een opening gebruikt kunnen worden om ook als er geen exitregeling is overeengekomen (en dit is niet bewust weggelaten) om alsnog een tijdelijke voorziening te treffen.

Hoe dan ook is voorkomen altijd beter dan genezen. Dus het advies blijft: neem als onderdeel van het contract ook een adequate exitregeling op. Die exitregeling bestaat in ieder geval uit:

  1. Algemene medewerkingsverplichting;
  2. Verplichting tot hulp bij migratie/conversie tegen een redelijke vergoeding;
  3. Afgifte of vernietiging van resterende data(punten);
  4. Verlengde licentie als opzegtermijn onverhoopt om welke reden ook te kort blijkt te zijn. Uiteraard tegenover betaling (pro rato) van een licentievergoeding.