Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Update UBO-register: invoering opnieuw uitgesteld

Update UBO-register: invoering opnieuw uitgesteld

Op onze website is al vaker geschreven over de komst van een UBO-register. De invoering van de wetgeving inzake het UBO-register is nu opnieuw uitgesteld. In dit artikel leest u de actuele stand van zaken en de planning voor de invoering van het UBO-register.
Auteur artikelKarin Harmsen
Gepubliceerd16 januari 2020
Laatst gewijzigd16 januari 2020
Leestijd 

Nieuws en stand van zaken

Op 9 juli 2018 trad Europese richtlijn (EU) 2018/843 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering in werking.[1] Op grond van de deze anti-witwasrichtlijn zullen UBO's (ultimate benificial owners) van bepaalde juridische entiteiten worden verplicht zich te registreren in het Nederlandse UBO-register. Voor een nadere uiteenzetting van deze definitie, tezamen met een uitleg omtrent de definitie van een zogenaamde 'pseudo-UBO', verwijzen wij graag naar ons artikel 'Definitie UBO en het UBO-register'.

Op basis van de richtlijn had het wetsvoorstel waarmee de richtlijn wordt geïmplementeerd (hierna: ‘het wetsvoorstel’) uiterlijk op 10 januari 2020 in werking moeten zijn getreden. Deze deadline is echter niet gehaald. Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen door de Eerste Kamer en de Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft onlangs besloten eerst een voorbereidend onderzoek naar het wetsvoorstel te doen.[2] Dit onderzoek zal plaatsvinden op 28 januari 2020.[3] Deze commissie zal vervolgens verslag uitbrengen over de voorstellen aan de Kamer.[4] De minister zal daarna de gelegenheid krijgen hier op te reageren, en tot slot zal er nog een stemming plaatsvinden. De Eerste Kamer kan het voorstel alleen aannemen of verwerpen. Het kabinet wil het wetsvoorstel in het voorjaar van 2020 in werking laten treden.[5] De exacte datum van inwerkingtreding is echter nog niet bekend.

Een groot deel van de lidstaten is nog bezig met de implementatie van de gewijzigde eisen aan het UBO-register. Er waren wel al enkele lidstaten die een UBO-register hadden ingevoerd op basis van de vierde anti-witwasrichtlijn, voordat deze gewijzigd werd. Een voorbeeld hiervan is Duitsland. In Duitsland geldt thans een UBO-register dat niet voor een ieder toegankelijk is. Duitsland past dit momenteel aan in een voor een ieder toegankelijk register.[6]

Registratieplicht

Vanaf het moment van inwerkingtreding geldt dat de volgende in Nederland opgerichte vennootschappen of andere entiteiten verplicht zijn om hun UBO’s te registreren:

  • Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen;
  • Europese naamloze vennootschappen, Europees economische samenwerkingsverbanden en Europese coöperatieve vennootschappen;
  • Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;
  • Verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming drijven;
  • Stichtingen, waaronder stichtingen met een ANBI-status en stichtingen administratiekantoor ('STAK’s');
  • De personenvennootschappen: maatschappen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma; en
  • Rederijen.

Niet alle juridische entiteiten vallen onder de registratieplicht. Onder meer de eenmanszaken, publiekrechtelijke rechtspersonen, informele verenigingen en de kerkgenootschappen hebben deze verplichting niet. Ook buitenlandse rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland hoeven geen UBO te registreren.[7]

Voor de vraag welke (openbaar toegankelijke) gegevens dienen te worden geregistreerd, en de mogelijkheid van een verzoek tot afscherming van gegevens, verwijzen we u graag naar onze eerdere blog: Wetsvoorstel invoering UBO-register.

Uitvoering en planning

Verwacht wordt dat de implementatiewet dit voorjaar in werking treedt. De Kamer van Koophandel zal dan van alle entiteiten die nu al in het Handelsregister zijn ingeschreven, UBO-informatie moeten registreren. Deze entiteiten krijgen na inwerkingtreding van deze implementatiewet nog 18 maanden de tijd om opgave van hun UBO-informatie te doen.[8] De Kamer van Koophandel trekt voor de gehele invoering van alle informatie van deze entiteiten een periode van 2,5 jaar uit. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de termijn van 18 maanden alleen geldt voor de eerste opgave van UBO-gegevens van vennootschappen en andere juridische entiteiten die op het moment van inwerkingtreding van deze wet al zijn ingeschreven in het handelsregister, dan wel waarvan al opgave is gedaan ter inschrijving in het handelsregister.[9] De termijn van 18 maanden geldt niet voor vennootschappen en andere juridische entiteiten die na de inwerkingtreding van deze wet opgave doen van een eerste inschrijving in het handelsregister. Voor die entiteiten geldt een termijn van uiterlijk één week.[10]

Handhaving

Na inwerkingtreding van de implementatiewet kan een dwangsom worden opgelegd indien een daartoe verplichte vennootschap of andere juridische entiteit niet binnen de termijn de opgave heeft gedaan aan de Kamer van Koophandel. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel ook in de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete.[11] Handelen in strijd met de verplichtingen uit dit wetsvoorstel kan tot slot ook een economisch delict opleveren in de zin van de Wet op de economische delicten (WED).[12]

Kosten

Er zal een kostendekkende vergoeding gevraagd worden voor het verkrijgen van informatie uit het UBO-register. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij de geldende regels voor toegang tot het handelsregister. Bij de Kamer van Koophandel kunnen openbaar beschikbare gegevens in het handelsregister per ingeschreven onderneming en/of rechtspersoon door iedere belangstellende digitaal worden opgevraagd tegen betaling van een kostendekkend tarief.[13]

 

 

 

 

[1] Vijfde anti-witwasrichtlijn EU 2018/843.

[2] https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35179_implementatiewet_registratie?zoekrol=vgh5mt4dsdk1

[3] Korte aantekeningen vergadering commissie Financiën (FIN) van 17 december 2019. Zie: https://www.eerstekamer.nl/korteaantekening/20191217_fin?dossier=vkxdn3ui66yv

[4] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.kcwj.nl/kennisbank/draaiboek-voor-de-regelgeving/hoofdstuk-2-formele-wetten-op-voorstel-van-de-regering-n-90.

[5] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/ubo-register

[6] Kamerstukken II 2019/20, 35179, 6 onder § 2.

[7] Zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ paragraaf 3.1.4, p. 19.

[8] Art. 57 lid 3 Handelsregisterwet (nieuw), zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ Artikel I onder N en de artikelsgewijze toelichting bij N op p. 51.

[9] Zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ Artikel I onder N en de artikelsgewijze toelichting bij N op p. 51.

[10] Dit is de reguliere termijn van art. 20 Hrw. Zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ Artikel I onder N en de artikelsgewijze toelichting bij N op p. 51.

[11] Art. 47a en art. 47b Handelsregisterwet (nieuw), zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’

[12] Zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ paragraaf 3.2.6, onder ‘5. Handhaving’, p. 32.

[13] Zie ‘Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting’ paragraaf 3.1.6.4, p. 25.