Zoeken
  1. VBI voor DGA wordt steeds populairder

VBI voor DGA wordt steeds populairder

De vrijgestelde beleggingsinstelling (“VBI”) wordt steeds populairder onder directeur groot aandeelhouders (“DGA”). In deze bijdrage wordt uitgelegd wat een VBI is, wat de fiscale voordelen zijn, en op welke wijze een VBI tot stand kan komen.De VBI was oorspronkelijk bedoeld voor grote institutionele beleggers, maar is sinds 2007 ook bereikbaar voor min of meer vermogende particulieren. Een VBI is niet onderworpen aan vennootschapsbelasting. Over de uitkeringen hoeft geen dividendbelasting in...
Artikel | 01 juli 2015 | Ton Lekkerkerker
De vrijgestelde beleggingsinstelling (“VBI”) wordt steeds populairder onder directeur groot aandeelhouders (“DGA”). In deze bijdrage wordt uitgelegd wat een VBI is, wat de fiscale voordelen zijn, en op welke wijze een VBI tot stand kan komen.

De VBI was oorspronkelijk bedoeld voor grote institutionele beleggers, maar is sinds 2007 ook bereikbaar voor min of meer vermogende particulieren. Een VBI is niet onderworpen aan vennootschapsbelasting. Over de uitkeringen hoeft geen dividendbelasting ingehouden te worden. De aandeelhouder natuurlijk persoon is wel belasting verschuldigd over zijn aandelenbezit in een VBI. Een aandeelhouder die 5% of meer bezit, heeft een aanmerkelijk belang. Over de waarde van het aandelenbezit geldt een forfaitair belastbaar rendement van 4%. Daarover moet 25% belasting worden betaald, zodat de jaarlijkse effectieve heffing 1% bedraagt. De aandelen vormen een aanmerkelijk belang. Als de aandelen ooit verkocht worden, moet 25% belasting over de winst worden betaald, maar daarop mag in mindering worden gebracht het voordeel waarover in het verleden al belasting is betaald. Zo wordt dubbele heffing vermeden. Het is overigens niet nodig om jaarlijks uit te keren, de winst mag ook opgepot blijven.

Als een aandeelhouder minder dan 5% in een VBI heeft, valt het bezit in Box 3, waarover per saldo 1,2% inkomstenbelasting moet worden betaald.

De VBI kent in hoofdzaak twee verschijningsvormen: een naamloze vennootschap (“N.V.”) of een zogenaamd open fonds voor gemene rekening (“FGR”).  Als voordeel van een FGR wordt vaak genoemd dat deze geen verplichte publicatie van jaarstukken bij de kamer van koophandel kent.

Een B.V. is op grond van de wet niet toegestaan, omdat het besloten karakter van een B.V. zich niet verhoudt met het zogenaamde “open end” karakter van een beleggingsinstelling. Het is overigens de vraag of deze voorwaarde terecht wordt gesteld, omdat een B.V. ook een open end karakter kan hebben.

De fiscus stelt voorwaarden aan een VBI.

Een van de belangrijkste is dat een VBI tenminste twee aandeelhouders of gerechtigden moet hebben. Het is vast beleid van de belastingdienst dat de grootste aandeelhouder niet meer dan 90% van de aandelen mag hebben. In de praktijk wordt vaak als tweede aandeelhouder gekozen voor de echtgenoot (of echtgenote) van de DGA. Dat werkt echter niet als de DGA in gemeenschap van goederen is getrouwd. Ook wordt vaak gekozen om een deel van de aandelen of participaties in de VBI onder te brengen bij de kinderen. Indien de kinderen niet over middelen beschikken om de participaties te financieren, wordt vaak gebruik gemaakt van schenkingen. De voorwaarden van de schenkingen luisteren overigens nauw.

De VBI mag uitsluiten beleggen in bepaalde financiële instrumenten. Dat zijn onder meer effecten, obligaties en opties. Een VBI mag niet in onroerend goed beleggen, evenmin in actieve deelnemingen en ook niet in vorderingen op de DGA. Er dient sprake te zijn van risicospreiding.

Bij een VBI moet goed vastgelegd zijn dat aandelen of participaties op verzoek worden ingekocht door de VBI.

Hoe komt een VBI tot stand? Indien het vermogen zich in een B.V. bevindt, zal veelal een deel van het B.V. –vermogen door middel van een juridische splitsing worden afgesplitst in een N.V. De aandelen in de N.V. zullen in eerste instantie dan alleen in handen zijn van de DGA. Om aan de eis van meerdere aandeelhouders te voldoen, kan de DGA aandelen schenken, of participaties uitgeven.

Een FGR komt niet tot stand door een afsplitsing, maar door het vastleggen van de voorwaarden, en het inbrengen van vermogen. Vaak wordt een stichting opgericht die als zogenaamde bewaarder gaat fungeren.

In de praktijk blijkt dat de belastingdienst zich intensief en gedetailleerd bezig houdt met de documentatie die bij een VBI hoort. Het toezicht op de VBI’s is geconcentreerd bij de belastingdienst in Almelo. De praktijk leert dat het mogelijk is om stukken vooraf ter fiattering voor te leggen. Er moet een beschikking worden aangevraagd om als VBI aangemerkt te worden.

Wij merken de laatste tijd een toegenomen belangstelling bij DGA’s om een VBI op te richten. Een VBI is overigens pas bij wat grotere vermogens interessant.

De advisering over een VBI en het tot stand brengen ervan is maatwerk. Het vereist een goed samenspel tussen de bank, de fiscalist, de accountant en de notaris. Binnen Dirkzwager is veel ervaring en expertise op het gebied van VBI’s aanwezig.

Ton Lekkerkerker