Zoeken
  1. Veegwet Wonen verplicht woningcorporaties om vóór 1 januari 2019 statuten op orde te hebben

Veegwet Wonen verplicht woningcorporaties om vóór 1 januari 2019 statuten op orde te hebben

De Veegwet Wonen is op 1 juli 2017 in werking getreden. Per die datum zijn de Woningwet en het Besluit toegelaten instelling volkshuisvesting (Btiv) gewijzigd. De Veegwet repareert een aantal punten in de Woningwet en bevat een aantal aanpassingen die de Woningwet voor corporaties, gemeenten, huurders en de toezichthouder beter uitvoerbaar maken. De wijziging breng ook mee dat woningcorporaties hun statuten vóór 1 januari 2019 in overeenstemming moeten brengen met de wet, voor zover dit nog niet het geval is.
Auteur artikelTon Lekkerkerker
Gepubliceerd28 augustus 2018
Laatst gewijzigd28 augustus 2018
Leestijd 

Op 31 mei 2018 heeft de Autoriteit woningcorporaties (hierna: “AW”) het beoordelingskader gepubliceerd, waarin nauwkeurig wordt beschreven welke wettelijke bepalingen in de statuten van een woningcorporatie moeten  zijn opgenomen.

Vervolgens heeft AW op 19 juni 2018 per brief alle toegelaten instellingen geïnformeerd over een specifieke regeling die in de statuten moet zijn opgenomen, namelijk een regeling voor ontstentenis en belet van de Raad van Commissarissen (“RvC”).

Regeling voor ontstentenis en belet RvC

Volgens de brief heeft zich bij enkele corporaties in de afgelopen periode de situatie voorgedaan dat de RvC in zijn geheel haar ontslag heeft ingediend. Volgens de Woningwet moeten de statuten voorschriften bevatten over de wijze waarop in dat soort situaties voorlopig in de RvC wordt voorzien. Probleem daarbij is dat in de systematiek van de Woningwet bij een stichting de RvC zichzelf benoemt (coöptatie).  Als er geen RvC is, is er niemand die opvolgers kan benoemen. De modelstatuten die Aedes (de overkoepelende vereniging van woningcorporaties) heeft opgesteld geven voor een dergelijke situatie een oplossing: in de laatste vergadering van het jaar wijst de RvC twee personen van buiten zijn kring aan die bij het ontbreken zo spoedig mogelijk voorzien in het benoemen van een nieuwe RvC. De AW beschrijft in het beoordelingskader nog twee mogelijkheden die voldoen aan de Woningwet.

In de eerste variant worden jaarlijks twee commissarissen van een andere (collega-) corporatie aangewezen. Zij nemen de RvC tijdelijk waar en zorgen dat er een nieuwe RvC wordt benoemd. De nieuwe leden dienen uiteraard wel aan de statutaire en wettelijke eisen te voldoen, waaronder het slagen voor de zogenaamde “fit and proper toets” door het ministerie. De statuten zullen wel moeten bepalen dat de twee aangewezen waarnemers de formele bevoegdheid krijgen om de nieuwe leden van de RvC te benoemen. Die bevoegdheid kan nergens anders liggen.

In de tweede variant wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde Commissarissen pool van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties. In deze variant wordt jaarlijks door de RvC besloten dat de twee waarnemers uit die pool worden betrokken.

De drie varianten kunnen ook als keuzemogelijkheid in de statuten worden opgenomen. Daarmee wordt een maximale flexibiliteit bereikt.

Tijdig statuten aanpassen

Voor woningcorporaties waar de statuten nog niet op de juiste wijze aan de Veegwet en de wijzigingen in de Woningwet zijn aangepast begint de tijd te dringen. De statuten moeten vóór 1 januari 2019 zijn aangepast. Daarbij is van belang dat de te wijzigen statuten ook nog door het ministerie moeten worden goedgekeurd. Hiervoor geldt een beslistermijn van maximaal acht weken. In de brief van 19 juni wordt door AW geadviseerd om de aanvraag al vóór 1 september in te dienen. Haast is dus geboden.