Zoeken
  1. Verblijfsontzegging zonder voorafgaande waarschuwing

Verblijfsontzegging zonder voorafgaande waarschuwing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 december 2010 een door de burgemeester van Nijmegen opgelegde verblijfsontzegging zonder voorafgaande waarschuwing in stand gelaten. In de betreffende zaak had de burgemeester een  verblijfsontzegging geldig van 18:00 uur tot 08.00 uur voor de duur van twee weken opgelegd voor het gebied omgeving winkelcentrum Meijhorst. De achtergrond van die ontzegging was gelegen in een situatie van aanhoudende en ernstige verstoring door ee...
Auteur artikelFrank Delissen
Gepubliceerd12 januari 2011
Laatst gewijzigd12 januari 2011
Leestijd 
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 december 2010 een door de burgemeester van Nijmegen opgelegde verblijfsontzegging zonder voorafgaande waarschuwing in stand gelaten. In de betreffende zaak had de burgemeester een  verblijfsontzegging geldig van 18:00 uur tot 08.00 uur voor de duur van twee weken opgelegd voor het gebied omgeving winkelcentrum Meijhorst. De achtergrond van die ontzegging was gelegen in een situatie van aanhoudende en ernstige verstoring door een groep jongeren van de openbare orde culminerend in een weekend met twee brandstichtingen.

Daarop heeft de burgemeester besloten een acute maatregel te nemen ter handhaving van de openbare orde en veiligheid omdat de situatie dat zijns inziens noodzakelijk maakte. De beslissing is door de burgemeester genomen op basis van een van de politie gekregen lijst met 56 personen. Deze lijst was tot stand gekomen na onderzoek van de politie naar de feitelijke omvang en de ernst van de overlast. Volgens de politie waren alle 56 personen te verbinden aan de overlast in de wijk en stonden alle 56 personen in het BPS.

De Afdeling opent met de overweging dat bij de beoordeling van de vraag of het belang van de openbare orde noopt tot het opleggen van een verblijfsontzegging op grond van de APV, aan de burgemeester beleidsvrijheid toekomt. De burgemeester zal hierbij in beginsel mogen afgaan op de informatie die hem door de politie wordt aangeleverd. Na het weekeinde met de twee brandstichtingen kon de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat de openbare orde in de wijk dusdanig was verstoord dat enig optreden in het belang van de openbare orde gerechtvaardigd was. Voorts heeft de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het opleggen van een verblijfsontzegging in het betreffende geval een passend middel was om de rust in het betreffende gebied te doen terugkeren en dat de over de betrokkene bekende mutaties voldoende grondslag boden om een verblijfsontzegging jegens hem te rechtvaardigen.

Op het betoog van de betrokkene dat de opgelegde verblijfsontzegging in strijd is met artikel 2 van het Vierde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en politieke rechten, oordeelt de Afdeling:

“2.11.2. Door de verblijfsontzegging wordt het aan [wederpartij] toekomende recht zich vrijelijk te verplaatsen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het vierde Protocol EVRM en in artikel 12, eerste lid, van het IVBPR, beperkt. Dit recht kan echter aan beperkingen worden onderworpen. Een beperking van dit recht moet bij "wet" zijn voorzien. Dit betekent dat de beperking een basis moet hebben in het nationale recht, dat de wettelijke bepaling kenbaar moet zijn voor de belanghebbende en dat de bepaling voorzienbaar moet zijn wat haar gevolgen betreft.

2.11.3. De verblijfsontzegging heeft haar grondslag in artikel 2.4.1 van de APV en heeft daardoor een basis in het nationale recht. De APV is gepubliceerd, zodat [wederpartij] er kennis van heeft kunnen nemen. Wat de voorzienbaarheid betreft overweegt de Afdeling als volgt. De gevolgen van een bepaling zijn voorzienbaar indien deze met voldoende nauwkeurigheid is geformuleerd om een belanghebbende in staat te stellen, zo nodig met behulp van deskundig advies, zijn gedrag hierop af te stemmen. Artikel 2.4.1 van de APV, dat aan de burgemeester de bevoegdheid geeft een verblijfsontzegging op te leggen in het belang van de openbare orde, bevat een open norm en is niet voldoende nauwkeurig geformuleerd om [wederpartij] alleen aan de hand daarvan in staat te stellen zijn gedrag aan te passen. Dit had bijvoorbeeld ondervangen kunnen worden door het geven van een waarschuwing, hetgeen niet is gebeurd. De Afdeling is evenwel van oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het geven van een waarschuwing, alvorens de verblijfsontzegging op te leggen, in dit geval niet kon worden verlangd, gelet op de periode van onrust in de wijk Meijhorst in de zomer van 2008 en de ernst van de situatie na het weekeinde van 20 en 21 september 2008, zoals blijkt uit het rapport van de politie van 16 april 2010 en zoals hiervoor is weergegeven in 2.6. De combinatie van de evident ernstige situatie en de bepaling van artikel 2.4.1 van de APV maken dat in dit geval is voldaan aan het vereiste dat de verblijfsontzegging voorzienbaar moet zijn.
2.11.4. Ingevolge artikel 2, vierde lid, van het vierde Protocol EVRM moet de verblijfsontzegging voorts gerechtvaardigd worden door het algemeen belang in een democratische samenleving. Gelet op de ernst van de situatie in de wijk Meijhorst en de mate van betrokkenheid van [wederpartij] wordt aan dit vereiste voldaan. De verblijfsontzegging kan voorts noodzakelijk worden geacht voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het IVBPR."
De acuutheid van een openbare orde verstoring kan dus met zich meebrengen dat een waarschuwing achterwege kan worden gelaten. Dat een waarschuwing achterwege kan blijven ontheft de burgemeester evenwel niet van de plicht de mate van betrokkenheid per individueel geval nader te onderzoeken. Als die mate van betrokkenheid een verblijfsontzegging niet rechtvaardigt dient de maatregel direct te worden ingetrokken.