Zoeken
  1. Voldaan aan openbaarmaking jaarrekening?

Voldaan aan openbaarmaking jaarrekening?

Ter inleidingBehoudens de toepassing van bepaalde vrijstellingen zijn rechtspersonen gehouden tot openbaarmaking van de jaarrekening. De wettelijke verplichting tot het publiceren van financiële gegevens is ingegeven door het belang dat de wetgever toekent aan de informatie- en verantwoordingsfunctie van de jaarrekening. Dat blijkt ook uit de (mogelijk) verstrekkende sanctie die in faillissementssituaties geldt voor het niet-voldoen aan die verplichting: onbehoorlijk bestuur alsmede een wette...
Artikel | 30 december 2015 | Eva Nass
Ter inleiding
Behoudens de toepassing van bepaalde vrijstellingen zijn rechtspersonen gehouden tot openbaarmaking van de jaarrekening. De wettelijke verplichting tot het publiceren van financiële gegevens is ingegeven door het belang dat de wetgever toekent aan de informatie- en verantwoordingsfunctie van de jaarrekening. Dat blijkt ook uit de (mogelijk) verstrekkende sanctie die in faillissementssituaties geldt voor het niet-voldoen aan die verplichting: onbehoorlijk bestuur alsmede een wettelijk vermoeden bewijsvermoeden dat dat een belangrijke oorzaak is van faillissement, hetgeen persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder met zich brengt.

Publicatieplicht
De publicatieplicht als bepaald in artikel 2:394 BW houdt in dat de jaarrekening openbaar wordt gemaakt bij de kamer van koophandel. Afhankelijk van eventuele vrijstellingen moet een volledige of een summier ingerichte jaarrekening met aanvullende gegevens worden gedeponeerd. Voor beursgenoteerde vennootschappen gelden naast de verplichtingen uit het burgerlijk wetboek op basis van financiële wetgeving alsmede regelgeving van beursautoriteiten openbaarmakingsverplichtingen.

Recente rechtspraak
In een recent vonnis van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (26 mei 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2008) kwam de vraag aan de orde of het voldoen aan vereisten die de beursautoriteiten stellen wat betreft openbaarmaking met zich brengt dat (ook) aan de ‘reguliere’ openbaarmakingsverplichtingen is voldaan. Het ging in deze zaak om een beursgenoteerde NV die wel aan het destijds geldende Euronext fondsenreglement had voldaan, maar niet in overeenstemming met artikel 2:394 BW de jaarrekening bij de kamer van koophandel had gedeponeerd. Na faillissement van de NV sprak de curator (een van) de bestuurders aan uit hoofde van onbehoorlijk bestuur.

De heersende leer in rechtspraak is dat de verplichting tot publicatie strikt wordt uitgelegd en toegepast: niet voldoen aan de publicatieplicht houdt onbehoorlijk bestuur in en is niet te duiden als een onbelangrijk verzuim. De rechtbank besliste in eerste instantie in lijn met die vaste rechtspraak: het bestuur had weliswaar transparantie betracht, maar niet voldaan aan haar openbaarmakingsverplichtingen, hetgeen niet als een onbelangrijk verzuim kon worden geduid. Dit vonnis werd in hoger beroep vernietigd. Het hof acht bepalend dat er wel degelijk een effectieve vorm van openbaarmaking heeft plaatsgevonden.

Het oordeel van het hof is verrassend en naar mijn mening niet terecht. De door de Hoge Raad gehanteerde formele toets verdient wat mij betreft de voorkeur boven de door het hof in het onderhavige geval aangelegde toetsing van de wijze waarop openbaarmaking feitelijk heeft plaatsgevonden. Onder meer omdat aan de schending van de publicatieplicht van artikel 2:394 BW zo’n zware sanctie is verbonden is een strikte toets gewenst.