De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wetsvoorstel Energiewet deel III

Wetsvoorstel Energiewet deel III – cable-pooling met batterijopslag: de (on)mogelijke oplossing van het congestieprobleem?

Op 17 december 2020 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat het wetsvoorstel Energiewet ter consultatie gelegd. De Nieuwe Energiewet beoogt de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 te vervangen en een modern en geactualiseerd ordeningskader te bieden dat (1) de energietransitie ondersteunt en stimuleert en tegelijkertijd (2) bijdraagt aan het doel van een schone, waaronder CO2-arme energievoorziening die ruimtelijk inpasbaar, veilig, betrouwbaar en betaalbaar is.
Leestijd 
Auteur artikel Sjaak van der Heul
Gepubliceerd 23 juni 2021
Laatst gewijzigd 23 juni 2021
 

Inleiding: productiebeperking door congestie op het net

Met de snelle toename van productie uit zon en wind is congestie op het net in toenemende mate een probleem. Op piekmomenten overstijgt de productie de transportcapaciteit van het net, waardoor als ultimum remedium de productie tijdelijk moet worden afgeschaald.

Sinds 2018 is het mogelijk om meerdere installaties van een apart ‘allocatiepunt’ op dezelfde netaansluiting te voorzien (de zogeheten ‘Regeling Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting’ of ‘MLOEA-regeling’). Hierdoor kunnen bestaande netaansluitingen efficiënter worden gebruikt en kan kostbare netuitbreiding achterwege blijven. Installaties die op dezelfde aansluiting worden aangesloten, moeten zich wel op dezelfde onroerende zaak bevinden. Sinds 2018 beschouwt de Elektriciteitswet 1998 zonneparken en windparken als één onroerende zaak, zodat aan beide een secundair allocatiepunt op dezelfde aansluiting kan worden toegewezen. Over deze mogelijkheid van zogeheten ‘cable-pooling zon en wind’ schreef Maarten Kole eerder dit blog.

Cable-pooling met batterijopslag

Het combineren van zon, wind én batterijopslag kan bijdragen aan congestievermindering. Batterijen kunnen overproductie van elektriciteit op piekmomenten tijdelijk opslaan en geleidelijk op het net invoeden. Onder de huidige nationale wet is cable-pooling met batterijopslag evenwel niet mogelijk. De batterij maakt namelijk geen onderdeel uit van dezelfde onroerende zaak als het windpark en/of het zonnepark.

De nieuwe Energiewet lijkt cable-pooling met batterijopslag in de toekomst evenmin mogelijk te maken. De toelichting op het wetsvoorstel voor de nieuwe Energiewet verwijst enkel naar cable-pooling van zon en wind en noemt hierbij niet de aansluiting van batterijopslag. De Elektriciteitsrichtlijn, waar wij in het vorige blog uitgebreid bij stil hebben gestaan, spoort nationale wetgevers aan hier werk van te maken. De richtlijn bepaalt namelijk dat wetgevers de toegang van batterijopslag tot het net moeten vergemakkelijken en barrières weg moeten nemen die deze toegang onmogelijk maken.

Mocht een volgende conceptversie van de Energiewet cable-pooling met batterijopslag alsnog mogelijk maken, dan zal het in ieder geval nog even duren voordat het zover is. De Energiewet treedt naar verwachting namelijk niet in werking vóór 1 januari 2023.

Doorwerking van Europees recht biedt kansen voor ondernemers

De omzettingstermijn voor de vierde Elektriciteitsrichtlijn is op 30 december 2020 verstreken. De Nederlandse wetgever heeft evenwel besloten de richtlijnbepalingen enkel in de nieuwe Energiewet – en dus niet vóór 2023 – te implementeren.

Bij niet-tijdige of incorrecte omzetting van Europese richtlijnbepalingen naar nationaal recht kunnen bedrijven en burgers zich beroepen op Europese doorwerkingsbeginselen van rechtstreekse werking en richtlijnconforme interpretatie. Deze mechanismen moeten voorkomen dat Europese regels een lege huls worden, omdat wetgevers verzuimen de regels correct en tijdig in nationaal recht om te zetten.

Richtlijnbepalingen kunnen rechtstreeks doorwerken in de nationale rechtsorde indien zij (i) voldoende duidelijk (ii) en onvoorwaardelijk geformuleerd zijn. Richtlijnconforme interpretatie biedt een ruimer vangnet: nationale rechters moeten bepalingen van nationaal recht in beginsel zoveel mogelijk in het licht van Europese regels uitleggen. Deze uitlegging mag evenwel niet contra legem zijn, oftewel in strijd met de doelstelling(en) van de nationale wet. Zie dit eerdere blog voor een uitgebreidere uitleg van de Europese doorwerkingsmechanismen.

Het is niet ondenkbaar dat de bepalingen uit de Elektriciteitsrichtlijn over batterijopslag rechtstreeks doorwerken in de nationale rechtsorde. Bovendien lijkt richtlijnconforme interpretatie van de nationale regeling omtrent netaansluitingen tot de mogelijkheden te behoren. Interpretatie van de nationale regels omtrent netaansluitingen (zoals de eerdergenoemde MLOEA-regeling) in het licht van de Elektriciteitsrichtlijn draagt immers enkel bij aan de wettelijke doelstelling van verduurzaming en lijkt derhalve niet contra legem.