Zoeken
  1. Wijzigingen in het jaarrekeningenrecht: verkorting termijnen en introductie van de micro-rechtspersoon

Wijzigingen in het jaarrekeningenrecht: verkorting termijnen en introductie van de micro-rechtspersoon

Ter inleidingPer 1 november 2015 zijn wijzigingen in het jaarrekeningenrecht doorgevoerd, die van toepassing zijn op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Belangrijke onderdelen van de wetswijziging zijn de verkorting van de termijnen voor het opmaken van de jaarrekening en de introductie van een vierde categorie in de grootte-regimes die in Titel 9 van Boek 2 BW zijn opgenomen, namelijk de micro-entiteit.Verkorting uiterste termijn voor opmaken jaarrekeningOp basis van de nieuwe we...
Artikel | 11 mei 2016 | Eva Nass
Ter inleiding
Per 1 november 2015 zijn wijzigingen in het jaarrekeningenrecht doorgevoerd, die van toepassing zijn op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Belangrijke onderdelen van de wetswijziging zijn de verkorting van de termijnen voor het opmaken van de jaarrekening en de introductie van een vierde categorie in de grootte-regimes die in Titel 9 van Boek 2 BW zijn opgenomen, namelijk de micro-entiteit.



Verkorting uiterste termijn voor opmaken jaarrekening
Op basis van de nieuwe wetgeving is de uiterste termijn voor het opmaken van de jaarrekening verkort. De geldende initiële termijn van vijf maanden waarbinnen de jaarrekening moet worden opgemaakt wijzigt niet, maar voor boekjaren die eindigen voor 1 januari 2016 geldt dat de relevante uitsteltermijn voor BV’s en (niet-beursgenoteerde) NV’s met een maand is ingekort (van zes naar vijf maanden). Voor commerciële stichtingen en verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen blijft de initiële termijn voor het opmaken zes maanden, maar wordt de uitsteltermijn verkort van vijf naar vier maanden.
Bestuurders (en commissarissen) van rechtspersonen die verplicht zijn tot het opmaken van de jaarrekening doen er goed aan zich voor te bereiden op deze verkorting van de uiterste termijn, vanwege het wettelijke vermoeden met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid in het geval van te late deponering van de jaarrekening. Als gevolg van de hiervoor omschreven inkorting dient de openbaarmaking van de jaarrekening (logischerwijze) ook eerder plaats te vinden. De uiterste termijn voor openbaarmaking was (voor BV’s en BV’s) dertien maanden en acht dagen na het einde van een boekjaar, na inkorting is die termijn twaalf maanden en acht dagen.

Grootte-regimes
De voor een rechtspersoon relevante verplichtingen met betrekking tot de inrichting, de openbaarmaking en de controle van een financieel verslag zijn afhankelijk van de omvang van die rechtspersoon. Tot 1 november 2015 was sprake van drie verschillende categorieën: grote, middelgrote en kleine rechtspersonen. Grote rechtspersonen zijn gehouden alle wettelijke voorschriften na te leven, middelgrote en kleine rechtspersonen kunnen – van rechtswege – gebruik maken van bepaalde vereenvoudigingen en/of vrijstellingen. Met name de categorie ‘klein’ biedt interessante vereenvoudigingen/vrijstellingen. De belangrijkste vrijstelling voor kleine rechtspersonen is de vrijstelling van accountantscontrole. Daarnaast wordt aan de beperking van de publicatieplicht tot (enkel) de balans met toelichting in de praktijk (groot) belang toegekend.

De bovengrenzen van de verschillende grootte-categorieën worden bepaald aan de hand van (i) de waarde van de activa volgens de balans (balanstotaal), (ii) de netto-omzet over een boekjaar en (iii) het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar. Het overschrijden van twee van de drie drempels, op twee opeenvolgende balansdata heeft tot gevolg dat een rechtspersoon tot een bepaalde categorie behoort. Een kleine rechtspersoon heeft een maximaal balanstotaal van EUR 6 miljoen, een maximale netto-omzet van EUR 12 miljoen en niet meer dan 50 werknemers in dienst.

Er kan een rechtspersoon veel aan gelegen zijn om onder het kleine jaarrekeningregime te vallen, bijvoorbeeld omdat er uit concurrentieoverwegingen bij voorkeur geen jaarrekening openbaar wenst te worden gemaakt.

Introductie micro-entiteit
De onlangs geïntroduceerde micro-entiteit kent – ten opzichte van de kleine rechtspersoon – een aantal verdergaande verlichtingen. Ten eerste mag deze rechtspersoon zijn jaarrekening opstellen op fiscale grondslagen. Dit betekent dat een micro-entiteit zijn fiscale aangifte (de jaarrekening die ten behoeve van de fiscus wordt opgesteld) kan gebruiken (en bij de kamer van koophandel kan deponeren) teneinde te voldoen aan de jaarrekeningverplichting uit hoofde van Titel 9 Boek BW. Dat leidt tot een (aanmerkelijke) kostenbesparing. Daarnaast mag een micro-rechtspersoon volstaan met een zeer summiere toelichting op de jaarrekening en een zeer beknopte balans. Dat kan een voordeel zijn, omdat derden in dat geval (nog) minder inzicht hebben in de bedrijfsvoering en de financiële positie van de rechtspersoon.

De maximale drempels voor de micro-entiteit zijn significant lager dan voor de kleine rechtspersoon. Een micro-entiteit heeft een maximaal balanstotaal van EUR 350.000, een maximale netto-omzet van EUR 700.000 en niet meer dan 10 werknemers in dienst.