Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wijzigingen van de WGBO per 1 januari 2020 (3): inzagerecht voor nabestaanden

Wijzigingen van de WGBO per 1 januari 2020 (3): inzagerecht voor nabestaanden

Het wetsvoorstel ‘Verbeteren patiëntgerichte zorg en opnemen wettelijke regeling voor inzagerecht medisch dossier van overleden patiënt’ is op 4 juni 2019 als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer en treedt op 1 januari 2020 in werking. In deze korte serie gaan wij in op de belangrijkste wijzigingen die dit wetsvoorstel aanbrengt in de WGBO.
Auteur artikelMyrthe Feenstra
Gepubliceerd11 december 2019
Laatst gewijzigd11 december 2019
Leestijd 

In dit blog staat het inzagerecht van nabestaanden centraal. In deel 1 en deel 2 zijn de onderwerpen ‘Samen beslissen’ en de bewaartermijn van het medisch dossier besproken.

De huidige regeling
Onder de huidige wetgeving kan een hulpverlener een nabestaande alleen inzage geven in het medisch dossier van een overleden patiënt als de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven (art. 7:457 lid 1 Wgbo). De overige gronden voor een recht op inzage voor nabestaanden worden in de jurisprudentie gegeven.

(Verdere) codificatie en uitwerking van het inzagerecht
Per 1 januari 2020 wordt in de Wgbo een regeling opgenomen voor het inzagerecht in het medisch dossier van een overleden patiënt of cliënt door nabestaanden, voormalig vertegenwoordigers en ouders of voogden van overleden kinderen. Dit wordt geregeld in het nieuwe artikel 7:458a BW. Het doel van dit artikel is duidelijkheid te creëren voor zowel hulpverleners als nabestaanden en tegemoet te komen aan de behoefte van nabestaanden om het medisch dossier te kunnen inzien.

Op grond van dit nieuwe artikel dient de hulpverlener inzage in of afschrift van gegevens uit het medisch dossier van een overledene te verstrekken als:
1) de overleden patiënt hiervoor bij leven schriftelijk of elektronisch toestemming heeft gegeven;
2) als de nabestaande op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (‘Wkkgz’) een mededeling van de zorgaanbieder ontvangt dat een incident heeft plaatsgevonden;
3) de nabestaande een zwaarwegend belang heeft bij inzage, er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat dit belang wordt geschaad en inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit zwaarwegend belang; of
4) de overleden patiënt jonger dan 16 jaar is.

1) Toestemming van de patiënt
Bij leven kan alleen geldige toestemming worden gegeven voor inzage aan nabestaanden indien deze toestemming schriftelijk of elektronisch is vastgelegd. Dit kan de patiënt doen door hier zelf een document voor op te stellen, of door het met de arts te bespreken die hier dan aantekening van maakt in het medisch dossier. Enkel mondelinge toestemming is onvoldoende.

2) Mededeling van een incident
Op grond van de Wkkgz zijn zorgaanbieders verplicht om onverwijld elk incident bij de zorgverlening aan de cliënt te melden, alsmede aan de vertegenwoordiger van de cliënt dan wel de nabestaande van de overleden cliënt. In de parlementaire geschiedenis is aangenomen dat onder het begrip ‘incident’ in ieder geval valt een medische fout. Hiermee voorziet de nieuwe wettelijke regeling in een ruimer inzagerecht dan tot nu toe in de jurisprudentie werd aangenomen. Let wel dat in geval van een incident alleen inzage wordt gegeven in het deel van het dossier dat betrekking heeft op het incident en dus níet het gehele medisch dossier.

3) Zwaarwegend belang
De wetgever geeft een aantal voorbeelden van situaties waarin sprake is van een zwaarwegend belang:
i) het aanvechten van een rechtshandeling;
ii) inzage nodig voor vertegenwoordiger in het kader van een civiele procedure;
iii) vermoeden van een medische fout.

4) Inzagerecht ouders en voogd van een overleden kind
Ouders of voogden van kinderen bij leven hebben verschillende verantwoordelijkheden en rechten, zoals het geven van toestemming voor een behandeling en het recht op inzage in het dossier. Gelet op deze verantwoordelijkheden bij leven van het kind, ligt het voor de hand om ouders en voogden recht op inzage te geven na overlijden van het kind, tenzij dit in strijd is met goed hulpverlenerschap.

De in de jurisprudentie gehanteerde inzage grond ‘veronderstelde toestemming’ is nog altijd niet overgenomen in de wet.

Tips voor de praktijk
Allereerst wijzen wij op het belang van goede dossiervorming. Wanneer je met een patiënt bespreekt wie welke gegevens uit zijn medisch dossier na zijn overleden mag inzien, leg dit dan ook nauwkeurig vast in het medisch dossier van de patiënt.
Daarnaast is het uiteraard van belang om eventuele inzage in het medisch dossier na zijn overlijden door nabestaanden zoveel mogelijk bij leven van de patiënt bespreekbaar te maken.
Tot slot benadrukken wij het belang van goede nazorg door de hulpverlener. Ga het gesprek met de nabestaanden van de overleden patiënt aan. In veel gevallen zal dit voor nabestaanden voldoende zijn en zullen zij geen verzoek doen tot inzage in het dossier. 

Heeft u vragen over het inzagerecht van nabestaanden zoals dat per 1 januari 2020 wettelijk zal zijn geregeld? Neemt u dan gerust contact op met Luuk Arends of Myrthe Feenstra.