Zoeken
  1. 23 maart aanstaande - Kennishangout over de Wet DBA

23 maart aanstaande - Kennishangout over de Wet DBA

Van maandag 7 maart tot 18 maart jl. is op deze kennispagina dagelijks een praktisch weetje verschenen over de Wet DBA. Daarvoor zijn ook al artikelen verschenen over het feit dat de Wet DBA door de eerste kamer was aangenomen, een lijst met relevante factoren op basis waarvan u zelf kunt nagaan of er sprake is van een dienstbetrekking of niet en over de publicatie van de Handreiking Wet DBA.In de Handreiking Wet DBA heeft de Belastingdienst uitgebreid toegelicht op basis waarvan zij beoordel...
Artikel | 21 maart 2016 | Harold Willems
Van maandag 7 maart tot 18 maart jl. is op deze kennispagina dagelijks een praktisch weetje verschenen over de Wet DBA. Daarvoor zijn ook al artikelen verschenen over het feit dat de Wet DBA door de eerste kamer was aangenomen, een lijst met relevante factoren op basis waarvan u zelf kunt nagaan of er sprake is van een dienstbetrekking of niet en over de publicatie van de Handreiking Wet DBA.

In de Handreiking Wet DBA heeft de Belastingdienst uitgebreid toegelicht op basis waarvan zij beoordelen of al dan niet sprake is van een dienstbetrekking. Op 23 maart a.s. zullen wij tekst en uitleg geven bij deze handreiking in een kennishangout. Wij nemen u in deze kennishangout mee door de handreiking.

Hieronder staan alle verschenen weetjes nog eens kort samengevat. Als u op het weetje klikt wordt u doorgelinkt naar het weetje zelf, waar u het volledige weetje kunt lezen.

Weetje 1: Wet DBA: wanneer, waarom en hoe?

De Wet DBA treedt per 1 mei 2016 in werking en vervangt de huidige VAR. Vanaf 1 mei 2016 zijn de reeds afgegeven VAR verklaringen dus ook niet langer geldig. De Belastingdienst is zich ervan bewust dat partijen even de tijd nodig hebben om hun werkwijze aan te passen aan het nieuwe systeem. Het eerste jaar, tot 1 mei 2017, geldt daarom als een overgangsfase.  Gedurende deze overgangsfase hebben alle opdrachtgevers en opdrachtnemers de tijd om een correcte opdrachtovereenkomst op te stellen al dan niet eventueel  voorgelegd aan de Belastingdienst én om  - zo nodig – hun werkwijze hierop aan te passen. De Belastingdienst zal in deze fase zoveel mogelijk voorlichting geven..

Weetje 2: Tot wanneer is een reeds afgegeven VAR-verklaring nog geldig?

De reeds afgegeven VAR-verklaringen gelden tot 1 mei 2016, oftewel tot de datum van de inwerkingtreding van de Wet DBA. Vanaf 1 mei 2016 vervalt de afgegeven VAR-verklaring en zijn opdrachtgever en opdrachtnemer met een afgegeven VAR-verklaring dus niet langer ‘veilig’.

Weetje 3: Geen VAR meer, wat dan wel?

In plaats van een VAR kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers overeenkomsten gebruiken die door de Belastingdienst zijn opgesteld of beoordeeld. Met deze overeenkomsten hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers zekerheid over de voorgenomen arbeidsrelatie.

Weetje 4: Hoe kunnen overeenkomsten ter beoordeling aan de Belastingdienst worden voorgelegd?

Overeenkomsten van opdracht kunnen als volgt ter beoordeling aan de Belastingdienst worden voorgelegd: via een e-mail met het verzoek om beoordeling van een overeenkomst naar alternatiefvar@belastingdienst.nl. Is het verzoek compleet, dan probeert de Belastingdienst de overeenkomst binnen zes weken te beoordelen. In weetje vier is opgenomen welke gegevens met het verzoek moeten worden meegestuurd.

Weetje 5: Is het mogelijk om voor meerdere opdrachtnemers één (standaard)overeenkomst te gebruiken?

Ja, het is voor opdrachtgevers en opdrachtnemers mogelijk om gestandaardiseerde modelovereenkomsten te gebruiken voor bepaalde functies of diensten.

Weetje 6: Wat is de geldigheidsduur van een door de belastingdienst goedgekeurde (voorbeeld)overeenkomst?

De geldigheidsduur van een goedkeuring van een overeenkomst door de Belastingdienst is in beginsel vijf jaar. Deze termijn is echter niet in beton gegoten. De regering merkt hier over op dat als wijzigingen in wet- of regelgeving of jurisprudentie (uitspraken van rechters) daartoe aanleiding geven, de goedkeuring eerder zal worden ingetrokken. Echter, dit zal niet eerder gebeuren dan voordat:

  1. hierover overleg is gevoerd met de gebruikers van de overeenkomst;

  2. de gebruikers een redelijke termijn is gegeven om hen instaat te stellen om de overeenkomst aan te passen.


Weetje 7: Is een opdrachtgever met een door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst ‘veilig’?

Ja en nee. Zolang er conform de overeenkomst wordt gewerkt ben je als partijen ‘veilig’. Echter, de Belastingdienst behoudt de mogelijkheid de eerdere uitspraak achteraf te herzien, indien partijen feitelijk niet hebben gewerkt conform de bepalingen in de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst van opdracht. Indien achteraf blijkt dat niet volgens de beoordeelde overeenkomst is gewerkt en toch sprake is van een dienstbetrekking, dan vervalt met terugwerkende kracht de eerdere vrijwaring voor afdracht van loonheffingen.

Weetje 8: Handhaving door de Belastingdienst; gaat de Belastingdienst straks op de werkvloer controleren?

Ja, per 1 mei 2017 (einde overgangsperiode) zal de Belastingdienst ook op de werkvloer gaan controleren (‘waarneming ter plaatse’). De Belastingdienst zal daarbij met name controleren of feitelijk wordt gewerkt overeenkomstig de goedgekeurde overeenkomst/modelovereenkomst. Belangrijke aandachtspunten voor de Belastingdienst zullen hierbij zijn de aard van de gezagsverhouding en de mogelijkheden tot vrije vervanging.

Weetje 9: Niet eens met oordeel van de Belastingdienst over een voorgelegde overeenkomst; wat te doen?

Tegen het oordeel van de Belastingdienst over een voorgelegde opdrachtovereenkomst staat geen rechtstreeks beroep open.  Met andere woorden: als de Belastingdienst van oordeel is dat sprake is van een dienstbetrekking en daarom een voorgelegde opdrachtovereenkomst afkeurt, dan kunnen partijen hier niet tegen in bezwaar of beroep. Wat kunnen partijen dan wel doen?

Volgens de wetgever zijn er dan de volgende mogelijkheden:

  1. De opdrachtgever kan ervoor kiezen om toch loonheffingen in te houden en af te dragen. Vervolgens kunnen zowel opdrachtnemer als opdrachtgever in bezwaar en beroep gaan tegen het inhouden respectievelijk het afdragen van de loonheffingen;

  2. De opdrachtgever kan er ook voor kiezen om geen loonheffingen af te dragen en vervolgens de Belastinginspecteur te verzoeken om een naheffingsaanslag op te leggen. Tegen deze naheffingsaanslag kan vervolgens bezwaar en beroep worden ingesteld.


Kortom, de opdrachtgever zal eerst moeten handelen, waarna vervolgens wel een mogelijkheid tot bezwaar en beroep ontstaat.

Weetje 10: Gevolgen voor toezichthouders bij afschaffing VAR

De Wet op de Loonbelasting 1964 kwalificeert een commissariaat (oftewel een toezichthouder) als een fictieve dienstbetrekking. Dit betekent dat de organisatie waarvoor een commissaris zijn werkzaamheden verricht onder andere loonheffingen moet afdragen. De VAR bood voor deze commissarissen echter een vrijwaringsmogelijkheid. Door de afschaffing van de VAR per 1 mei a.s. vervalt de vrijwaring en wordt teruggevallen op de wet en daarmee op het bestaan van een fictieve dienstbetrekking.  De modelovereenkomsten van de Belastingdienst hebben (vooralsnog) niet de mogelijkheid om de fictieve dienstbetrekking voor de commissaris te voorkomen. Per 1 mei a.s. staan commissarissen dus in beginsel een fictieve dienstbetrekking.

Staatssecretaris Wiebes heeft overigens toegezegd dat de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen geschrapt wordt. Dit omdat dit volgens hem geen doel (meer) dient.  Volgens Wiebes kan deze schrapping worden meegenomen bij wijziging van de belastingplannen per 1 januari 2017, met dien verstande dat hierop alvast vooruit kan worden gelopen door middel van een beleidsbesluit. Of dit laatste nog voor 1 mei 2016 gaat lukken, is evenwel de vraag.

Tot slot

Wij zullen de ontwikkelingen met betrekking tot de Wet DBA blijven volgen en u over interessante ontwikkelingen informeren op deze kennispagina. Als u vragen heeft over de Wet DBA of als u hulp wil bij het opstellen van een overeenkomst, kunt u natuurlijk contact met ons opnemen.