De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Aandeelhoudersaansprakelijkheid

Aandeelhoudersaansprakelijkheid

Een aandeelhouder is in beginsel niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap.
Leestijd 
Auteur artikel Susanne Hermsen-Pfeiffer
Gepubliceerd18 februari 2020
Laatst gewijzigd18 februari 2020
 

Dit komt doordat de vennootschap rechtspersoonlijkheid bezit en zelf voor haar verbintenissen aansprakelijk is. De rechtspersoonlijkheid zorgt er dus eigenlijk voor dat de persoon achter de rechtspersoon onaantastbaar is. Het enige wat deze persoon voor zijn onaantastbaarheid moet doen, is het stamkapitaal opbrengen. Een groot voordeel van deze constructie is dat het zorgt voor minder angst om te ondernemen; per slot van rekening is het enige dat men kan “verliezen” zijn inleg. Het nadeel van deze constructie is dat het kan leiden tot misbruik, omdat degene achter de rechtspersoon onaantastbaar lijkt te zijn. Dit laatste zorgt ervoor dat er in sommige gevallen van plichtsverzuim de mogelijkheid bestaat om de rechtspersoonlijkheid te doorbreken (Durchgriffshaftung). Dit kan echter niet zomaar, omdat men niet te lichtzinnig over de figuur van een rechtspersoon mag heenstappen.

Niet-betaling aandeel in stamkapitaal

Deze aansprakelijkheid is redelijk voor de hand liggend. Een aandeelhouder heeft de plicht om bij te dragen in het stamkapitaal. Indien een aandeelhouder zijn aandeel niet of niet-tijdig voldoet, kan het zo zijn dat er “vertragingsrente” (Verzugszinsen) betaald moeten worden. Bovendien kan de aandeelhouder eventueel aangesproken worden voor schadevergoeding of kan hij zelfs zijn positie als aandeelhouder verliezen. Bovendien is de aandeelhouder aansprakelijk indien hij zijn inbreng voldoet in natura, maar de prijs hiervan niet overeenstemt met, of door prijsfluctuaties niet meer overeenstemt met de waarde van zijn inbreng. Hij is dan aansprakelijk voor het verschil; welteverstaan te voldoen in geld.

Vennootschap in oprichting

De aansprakelijkheid van de aandeelhouder voor de vennootschap in oprichting ziet op de aansprakelijkheid van de aandeelhouders jegens derden. Wanneer de vennootschap na het verlijden van de notariële akte nog niet is ingeschreven in het handelsregister, is de vennootschap met zijn gehele vermogen aansprakelijk en is bovendien de aandeelhouder in privé aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid is in het leven geroepen om een soort dekking voor eventueel verlies te creëren. Het is dus van belang dat de vennootschap zo snel mogelijk wordt ingeschreven in het handelsregister om aansprakelijkheid van de aandeelhouder te voorkomen.

Bestaansvernietiging

Een andere mogelijkheid om de rechtspersoonlijkheid te doorbreken, kan gevonden worden in handelingen die ervoor zorgen dat de bestaansmogelijkheden van de vennootschap in gevaar gebracht worden. Vaak wordt in dit geval door verborgen opnames (zonder dat hiervoor een passende compensatie plaatsvindt) ervoor gezorgd dat de vennootschap geld mist om aan haar verplichtingen te voldoen, wat uiteindelijk kan leiden tot haar insolventie of verdieping van de reeds bestaande insolventie (BGH NJW-RR 2013, 1321). Voor het doorbreken van de rechtspersoonlijkheid, moet er causaal verband aanwezig zijn tussen de ontneming uit het vermogen en de insolventie, respectievelijk de verdieping van de insolventie.
In principe is dit aansprakelijkheid jegens de vennootschap (interne aansprakelijkheid), maar door gebruik te maken van de constructie van verpanding kan de vennootschap deze vordering aan de schuldeiser verpanden en kan deze zo zijn vordering geldend maken.

Vermenging van vermogen

Een volgende mogelijkheid om de rechtspersoonlijkheid te doorbreken, bestaat indien er sprake is van vermenging van vermogen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien het door ondoorzichtige boekhouding niet meer mogelijk is het vermogen van de vennootschap en dat van de aandeelhouder goed te scheiden. De aandeelhouder moet hiervoor verantwoordelijk zijn en moet door zijn macht niet meer te controleren zijn (BGH, NJW 1970, 2015). Indien de aandeelhouder er geen zorg voor draagt dat het vennootschapsvermogen los van zijn eigen vermogen staat, bestaat het risico dat hij zijn aansprakelijkheidsprivileges verliest.

Onderkapitalisatie

De laatste mogelijkheid om rechtspersoonlijkheid te doorbreken en de aandeelhouder aansprakelijk te stellen, is nog enigszins dubieus. Het was lange tijd duidelijk dat als er sprake is van materiële onderkapitalisatie (materielle Unterkapitalisierung), de aandeelhouder aansprakelijk is. Er is sprake van materiële onderkapitalisatie als het kapitaal overduidelijk en voor ingewijden bekend, ontoereikend is. Omdat na jaren van discussie de dogmatische grondslag en voorwaarden nog steeds onduidelijk zijn, wordt deze aansprakelijkheid in twijfel getrokken. De BGH heeft zich hierover nog niet eenduidig uitgelaten, maar heeft in één van zijn beslissingen wel gesteld dat een financieringsplicht die boven het voorgeschreven minimumkapitaal uitstijgt, tegen het systeem van de wet ingaat. Wat hiermee echter nog niet beantwoord is, is of er bij de uitleg van § 826 BGB (Bürgerliches Gesetzbuch) in geval van subjectief misbruik toch anders geoordeeld kan worden.