De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Alcateltermijn toch automatisch contractuele vervaltermijn?

Alcateltermijn toch automatisch contractuele vervaltermijn?

De vraag of de zogenaamde Alcateltermijn (15 dagen na voorlopige gunning) een vervaltermijn of een opschortingstermijn is, heeft door een vonnis van de Haarlemse voorzieningenrechter een nieuwe dimensie gekregen (zie: Vzr. Rb. Haarlem 23 maart 2011, LJN: BQ0146). Deze rechter heeft geoordeeld dat ook indien het niet expliciet in het bestek is vermeld, er sprake is van een (contractuele) vervaltermijn. Binnen 15 dagen moet er dus een kort geding aanhangig worden gemaakt.De zaakDe Provincie Noo...
Leestijd 
Auteur artikel Joris Bax (uit dienst)
Gepubliceerd 14 april 2011
Laatst gewijzigd 16 april 2018
 
De vraag of de zogenaamde Alcateltermijn (15 dagen na voorlopige gunning) een vervaltermijn of een opschortingstermijn is, heeft door een vonnis van de Haarlemse voorzieningenrechter een nieuwe dimensie gekregen (zie: Vzr. Rb. Haarlem 23 maart 2011, LJN: BQ0146). Deze rechter heeft geoordeeld dat ook indien het niet expliciet in het bestek is vermeld, er sprake is van een (contractuele) vervaltermijn. Binnen 15 dagen moet er dus een kort geding aanhangig worden gemaakt.

De zaak

De Provincie Noord-Holland (hierna: de Provincie) heeft een niet-openbare Europese aanbesteding gehouden voor de levering van (composiet) randelementen als onderdeel van het Masterplan N201+. Gunning vond plaats aan de inschrijver met de laagste prijs. Voor de opdracht waren twee gegadigden: LPW (een Belgische rechtspersoon) en Smit. Bij brief heeft de Provincie Smit bericht dat zij voornemens was te gunnen aan LPW. Hierop startte Smit een kort geding.

De Provincie heeft LPW er vervolgens op gewezen dat haar inschrijving incompleet was en verzocht de aanvullende bewijsstukken over te leggen. Dit deed LPW. Desondanks voldeed de inschrijving van LPW niet, waarop de Provincie bij brief (d.d. 17 januari 2011) LPW het voornemen te gunnen aan Smit bekend heeft gemaakt. In de brief was tevens opgenomen dat indien zij dit wenste, LPW binnen 15 dagen na dagtekening van de brief een kort geding aanhangig diende te maken. Een dergelijke termijn stond niet in het bestek.

LPW heeft op 1 februari 2011 de Provincie in kort geding betrokken. Zij deed dit (in weerwil van de wettelijke criteria) zonder het vereiste voorafgaande verlof van de voorzieningenrechter. LPW vordert de Provincie te veroordelen af te zien van gunning aan Smit.

Oordeel rechter

De Provincie voert als verweer aan dat LPW niet-ontvankelijk in haar vorderingen is. LPW heeft namelijk zonder verlof van de voorzieningenrechter een kort geding aanhangig gemaakt. LPW stelt dat zij dit verlof niet tijdig heeft gekregen en uit nood een dagvaarding heeft laten betekenen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat op grond van art. 4 WIRA de aanbesteder een termijn van tenminste 15 dagen in acht moet nemen voordat hij definitief het contract aangaat. Met de Provincie is de voorzieningenrechter van mening dat deze zogenaamde Alcateltermijn een contractuele vervaltermijn is waarbinnen een kort geding aanhangig moet worden gemaakt.

Of LPW het geding tijdig aanhangig heeft gemaakt komt aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen. Het moet voor een professionele partij als LPW, ook al is zij een vennootschap naar Belgisch recht, duidelijk zijn dat een kort geding enkel kan worden aangebracht met verlof van de voorzieningenrechter. Het geding is dan ook tijdig aanhangig indien binnen 15 dagen na voorlopige gunning verlof van de voorzieningenrechter is gekregen én het exploot van de dagvaarding is betekend. Aangezien in de onderhavige zaak het benodigde verlof niet tijdig is verkregen, is het kort geding niet tijdig aanhangig gemaakt. De rechter oordeelt dat LPW niet-ontvankelijk in haar vorderingen is.

Noot

In art. 4, lid 1 en 3 WIRA is opgenomen dat een aanbestedende dienst niet eerder een contract sluit dan 15 dagen na gunning. Dit wordt ook wel de Alcateltermijn genoemd. Uit het Handboek Aanbestedingsrecht (E.H. Pijnacker Hordijk e.a. (2009), p. 601) en jurisprudentie volgt dat de Alcateltermijn slechts een opschortingstermijn is. De termijn zou dus enkel de definitieve gunning uitstellen. Zekerheidshalve nemen aanbestedende diensten deze termijn daarom expliciet in het bestek op als een vervaltermijn waarbinnen een kort geding aanhangig moet zijn gemaakt. De Haarlemse voorzieningenrechter is kennelijk echter van mening dat, indien geen Alcateltermijn als vervaltermijn in het bestek is opgenomen, uit de WIRA een contractuele vervaltermijn voortvloeit. Het niet juist en tijdig aanhangig maken van een kort geding resulteert daardoor in verwerking van recht voor de inschrijvers. Voor inschrijvers is het daarom raadzaam te allen tijde binnen 15 dagen na voorlopige gunning, op de wettelijk voorziene wijze, een kort geding te starten als zij hun rechten veilig willen stellen.

Ten tweede volgt uit deze uitspraak dat een kort geding volgens de wettelijke criteria aanhangig moet worden gemaakt. Dit houdt onder meer in dat een kort geding pas correct aanhangig is gemaakt indien vooraf verlof is gegeven door de voorzieningenrechter.