Als tekortkoming opdrachtnemer leidt tot wezenlijke wijziging, mag aanbesteder ontbinden

15 oktober 2018
In een recente uitspraak overwoog de Haagse voorzieningenrechter dat de opdrachtgever een aanbestede overeenkomst buitengerechtelijk heeft mogen ontbinden omdat het toelaten of gedogen van een tekortkoming anders zou leiden tot een wezenlijke wijziging van de aanbestede opdracht. Het antwoord op de vraag of die tekortkoming ontbinding rechtvaardigt, is daarmee gegeven.
Frank Cornelissen
Frank Cornelissen
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

Casus

In de hier besproken zaak had Rijkswaterstaat door middel van aanbesteding aan FAM een opdracht gegund voor de levering van wegenzout. Al snel bleek dat het geleverde zout niet voldeed aan de eisen gesteld in het Programma van Eisen (“PvE”) dat onderdeel was van de aanbestedingsstukken van Rijkswaterstaat. Die besloot de overeenkomst uiteindelijk (gedeeltelijk) te ontbinden. Daartegen kwam FAM in het Haagse kort geding op.

Dilemma voor aanbesteders: ontbindingsrisico vs. de wezenlijke wijziging

Rijkswaterstaat stond in deze zaak voor een klassiek dilemma bij een tekortschietende opdrachtnemer: ontbinden of niet? Een opdrachtgever die voor deze ultieme sanctie kiest, loopt het risico dat achteraf (onverhoopt) blijkt dat de tekortkoming gelet op haar ernst de ontbinding niet rechtvaardigt. De opdrachtgever schiet dan zelf tekort of wordt zelfs geacht de overeenkomst te hebben opgezegd. Dat kan hem in bepaalde gevallen duur komen te staan. Zo moet bij onverhoopte opzegging van een aannemingsovereenkomst waarop de UAV 2012 van toepassing zijn, worden afgerekend conform de beruchte paragraaf 14 UAV 2012 (beëindiging in onvoltooide staat). De Hoge Raad onderstreepte dat risico onlangs nog. Hij bevestigde dat het geval dat een tekortkoming ontbinding niet rechtvaardigt geen “uitzondering” of “zeldzaam geval” betreft. Zie hierover een recent artikel op deze site van Rutger Fabritius. Een voorzichtige opdrachtgever ontbindt dus niet te snel.

Voor aanbesteders is een al te afwachtende houding echter ook niet zonder risico. Wanneer zij bepaalde contractuele voorwaarden niet handhaven, kan sprake zijn van een aanbestedingsrechtelijk ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de overeenkomst. Het aanbestedingsrecht brengt namelijk een functionele benadering mee, zodat het voortdurend gedogen van een tekortkoming gelijkstaat aan de schrapping of versoepeling van de contractsbepaling. De voorzieningenrechter overwoog daarom al in een eerder vonnis over deze opdracht aan FAM, dat acceptatie van het inferieur zout zou neerkomen op een wezenlijke wijziging van de aanbestede opdracht. Dat is zelfs het geval als Rijkswaterstaat wel compensatie eist in de vorm van schadevergoeding. Dat komt volgens de rechter namelijk “feitelijk neer op het accepteren van dat zout tegen een lagere prijs”.

Daarbij merk ik op dat een wezenlijke wijziging (uitgebreider: een artikel op deze site van Tony van Wijk) niet altijd een belangrijke of omvangrijke wijziging hoeft te zijn. Van een wezenlijke wijziging is sprake indien een eis wordt verlaten waaraan andere marktpartijen niet konden of wilden voldoen. Of als een deel van de inschrijving (geoffreerde hoeveelheden op duurzaamheidsladders of percentages ‘social return’) wordt verlaten dat doorslaggevend was voor de keuze voor de huidige opdrachtnemer. Het verlaten van een minimum- of knock outeis levert dus in ieder geval een wezenlijke wijziging op. Dat is ook het geval als de tekortkoming in omvang niet groot was (bijvoorbeeld het achterblijven van social returnprestaties met één procentpunt).

Kortom, de aanbesteder ziet zich door zijn wanpresterende opdrachtnemer voor een lastig dilemma gesteld. Te snel ontbinden is risicovol, maar te laat ontbinden levert een ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de opdracht op.

De Haagse oplossing: wezenlijke wijziging rechtvaardigt ontbinding

De uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag lijkt nu voor aanbestede overeenkomsten meer zekerheid te bieden. Rijkswaterstaat had terecht ontbonden, juist door (althans mede door) de aanbestedingsrechtelijke context. Die maakt volgens de voorzieningenrechter immers “dat op een rigide wijze moet worden bezien of is voldaan aan de gestelde eisen”. Daaruit valt af te leiden dat een tekortkoming die bij een gedogen door de opdrachtgever tot wezenlijke wijziging leidt, in ieder geval ontbinding rechtvaardigt. Dat maakt het dilemma van de aanbesteder minder ingewikkeld: als hij aanbestedingsrechtelijk móet ontbinden, dan mág hij dat ook.

Conclusie: ontbinding eerder succesvol bij aanbestede overeenkomst

Kortom, de Haagse uitspraak houdt goed nieuws voor de aanbesteder in dubio. Die kan in sommige gevallen eerder overgaan tot ontbinding van aanbestede overeenkomsten. In het geval van een tekortkoming ten aanzien van een bepaalde contractvoorwaarde, waarvan het versoepelen of verlaten een wezenlijke wijziging zou inhouden, is die ontbinding gerechtvaardigd.

Opdrachtnemers die hun opdracht in een aanbestedingsprocedure hebben verworven, moeten daarentegen oppassen. Zelfs een kleine tekortkoming – neem de kleine onderschrijding van de vereiste social return – kan al ontbinding door de opdrachtgever rechtvaardigen.

Frank Cornelissen,
Advocaat aanbesteding en bouw

Gerelateerd

Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Raad van State: Didam-criteria van toepassing op begrotingssubsidies

In zijn uitspraak van 23 juli 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat ook begrotingssubsidies schaarse rechten kunnen zijn, aangezien ook bij begrotingssubsidies...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen