De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Auteursrechtinbreuk door afbouwen bouwwerk met een ander dan de ontwerper

Auteursrechtinbreuk door afbouwen bouwwerk met een ander dan de ontwerper

Het afbouwen van een bouwwerk met een ander dan de ontwerper of rechthebbende, levert in de hier besproken rechtszaak auteursrechtinbreuk op. Wij bespreken waarom.
Auteur artikelJoost Becker
Gepubliceerd14 mei 2020
Laatst gewijzigd14 mei 2020
Leestijd 

De casus

In de overeenkomst tot aanneming van werk is tussen partijen afgesproken dat ook ‘het ontwerp’ zou worden verzorgd. Nadat het ontwerp gereed is gemaakt, is de bouw van het bouwwerk (in dit geval een woning) niet doorgegaan. De opdrachtgever laat vervolgens iemand anders de woning conform het ontwerp afbouwen.

Deze opdrachtgever wordt nu gedaagd door de eiser, die stelt auteursrechthebbende te zijn op het ontwerp en dat er sprake is van inbreuk op het auteursrecht op het ontwerp.

Is het bouwwerk een auteursrechtelijk beschermd werk?

In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland wordt eerst geoordeeld dat er in dit geval sprake is van auteursrechtelijk werk (r.o 4.5):

“Tussen partijen staat vast dat het gewijzigde ontwerp een werk is als bedoeld in artikel 1 Aw en artikel 10 Aw en dat het gewijzigde ontwerp door [gedaagde 2] is verveelvoudigd doordat hij een woning heeft laten realiseren overeenkomstig dat ontwerp.”

Wie is auteursrechthebbende?

De volgende vraag is wie rechthebbende is op het ontwerp.

Gedaagde voert aan dat, omdat hij een architectenbureau of ontwerpbureau gevraagd heeft om (aan de hand van aanpassingen) een ontwerp te maken, hij als maker van het (aangepaste) ontwerp kan worden beschouwd.

Echter, de rechtbank volgt deze stelling van gedaagde dat hij rechthebbende is niet (r.o. 4.6):

“Dat zou mogelijk anders zijn indien [gedaagde 2] een nieuwe (handgetekende) schets had gemaakt die wezenlijk anders was dan het eerste ontwerp en Buro [naam 1] enkel de taak had om die schets om te zetten naar een ontwerp, zonder dat zij zelf wijzigingen hoefde door te voeren. (…) [gedaagde 2] heeft het eerste ontwerp waarop hij aantekeningen heeft gemaakt niet overgelegd. Bovendien heeft hij tijdens de comparitie na antwoord verklaard dat hij aan Buro [naam 1] opdracht heeft gegeven om zijn ideeën 'uit te werken'. Daaruit begrijpt de rechtbank dat Buro [naam 1] de ideeën van [gedaagde 2] heeft moeten vertalen naar een gewijzigd ontwerp en van voornoemde situatie geen sprake was. Ook het gewijzigde ontwerp kan daarom worden aangezien als een geesteskind van Buro [naam 1] . Buro [naam 1] heeft het auteursrecht op dat ontwerp overgedragen aan [eiser] (artikel 2 Aw), zodat [eiser] het uitsluitend recht heeft om het gewijzigde ontwerp te verveelvoudigen.”

De eisende partij is auteursrechthebbende op het ontwerp van het bouwwerk, aldus de rechtbank.

Is er sprake van een licentie?

Gedaagde stelt verder dat partijen zijn overeengekomen dat de omgevingsvergunning zou worden overgenomen tegen de door eiser gemaakte kosten. Daarvan maakt onderdeel uit de licentie (van eiser) om conform het ontwerp te bouwen, aldus gedaagde.

Hier is de vraag of partijen een overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de overname van de omgevingsvergunning, die is aangevraagd voor het bouwwerk door eiser, en het verveelvoudigen van het (gewijzigde) ontwerp. Voor die vergunning zijn de leges inmiddels ook al betaald door de eiser aan de gemeente.

De rechtbank oordeelt dat partijen over de prijs en daarmee de overname van de omgevingsvergunning (waaronder de licentie om te verveelvoudigen) nog overeenstemming moesten bereiken (hetgeen ook blijkt uit een brief). Daarmee is er dus ook géén sprake van een licentie in de door gedaagde bedoelde zin.

Dit betekent dat gedaagde het niet is toegestaan zonder toestemming van eiser, die auteursrechthebbende is, gebruik te maken van het ontwerp.

Auteursrechtinbreuk

Omdat de gedaagde partij zonder een licentie of toestemming van eiser het ontwerp heeft verveelvoudigd, heeft hij het auteursrecht van eiser geschonden, zo luidt het oordeel van de rechtbank. Daardoor is onrechtmatig gehandeld en schade geleden.

Schadevergoeding

De rechtbank oordeelt over de schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk als volgt (r.o. 4.11):

 

“[eiser] heeft voldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat zij als gevolg van de schending schade heeft geleden. [gedaagde 2] heeft immers het gewijzigde ontwerp verveelvoudigd waarvoor normaal gesproken een vergoeding moet worden betaald. Volgens [eiser] is 10% van de bouwsom, een bedrag van € 34.471,00 een passende schadevergoeding, omdat daarmee een vergoeding wordt betaald voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden, de technische ontwerptekeningen, de bestemmingsplanprocedure en de gederfde winst. De rechtbank is van oordeel dat het een onjuist uitgangspunt is om bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding aansluiting te zoeken bij een percentage van de bouwsom omdat daarmee een vergoeding voor de door [eiser] gemaakte kosten en gederfde winst zou worden betaald. De rechtbank begrijpt dat [eiser] nadeel heeft gehad omdat de overeenkomst met [gedaagde 2] geen doorgang heeft gevonden, maar dat betreft niet de schade die [eiser] heeft geleden doordat [gedaagde 2] haar gewijzigde ontwerp heeft verveelvoudigd

 

4.12. Nu de schade naar het oordeel van de rechtbank niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Daarbij bestaat de vrijheid de schade abstract vast te stellen. Op grond van artikel 27 lid 2 Aw kan in passende gevallen de schadevergoeding worden vastgesteld op een forfaitair bedrag. De rechtbank zal bij de vaststelling van de hoogte van de schade aansluiting zoeken bij de brief van [eiser] van 12 december 2017, waarin [eiser] aan [gedaagde 2] heeft aangeboden om de omgevingsvergunning over te nemen (waarmee ook een licentie om te verveelvoudigen zou worden verkregen) tegen betaling van een bedrag van € 13.954,74. Dat bedrag heeft - zo heeft [eiser] aangevoerd - betrekking op de door [eiser] gemaakte kosten (vanwege het vervallen van de overeenkomst) en de kosten die gepaard gingen met het aanvragen van de omgevingsvergunning. Uit dat overzicht volgt niet dat [eiser] wilde dat [gedaagde 2] een bedrag aan hem zou betalen voor enkel het verveelvoudigen van het ontwerp. Blijkbaar was dat bij het aanbod omtrent het overnemen van de omgevingsvergunning en vergoeding van de kosten inbegrepen. Gelet daarop, acht de rechtbank toekenning van een substantieel bedrag aan schadevergoeding niet redelijk. De rechtbank zal aansluiting zoeken bij het bedrag dat in rekening is gebracht voor 'ontwerpkosten contracttekening' en daarom de schadevergoeding vaststellen op een bedrag van € 1.000,00. De vordering onder 1a zal daarom tot dat bedrag worden toegewezen. De gevorderde en niet weersproken wettelijke rente is eveneens toewijsbaar.”

Ongerechtvaardigde verrijking

De rechtbank is met eiser tevens van oordeel dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking ‘omdat [eiser] en niet [gedaagde 2] de legeskosten aan de gemeente heeft betaald. [gedaagde 2] is verrijkt, omdat hij voor de bouw van zijn woning legeskosten verschuldigd is en hij deze kosten thans niet heeft hoeven te betalen. [eiser] is verarmd, omdat zij het bedrag aan de gemeente heeft betaald. Aan de zijde van [eiser] heeft ten onrechte een vermogensafname plaatsgevonden die moet worden gecompenseerd door [gedaagde 2]

Daarvoor moet het bedrag van € 6.624,64 aan leges worden betaald aan eiser.

Volledige proceskosten

Aangezien een deel van de bij dagvaarding ingestelde vorderingen slaan op auteursrecht, is daarmee artikel 1019h Rv van toepassing. Daarom moet de gedaagde partij ook nog (deels) de daadwerkelijk gemaakte advocaat- en proceskosten van eiser betalen.

Analyse

Deze uitspraak laat zien dat het van groot belang is voorafgaand en gedurende de bouw goede afspraken te maken over de auteursrechten op het ontwerp van een bouwwerk, en het (her-)gebruik daarvan. Het zonder licentie of toestemming afbouwen van een bouwwerk, op basis van een bestaand ontwerp van een ander, levert in beginsel auteursrechtinbreuk op met alle gevolgen van dien.

Joost Becker, advocaat auteursrecht