Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Bewaarplicht verkeersgegevens Internet ingesteld

Bewaarplicht verkeersgegevens Internet ingesteld

In het kader van terrorismebestrijding is op Europees niveau besloten verkeersgegevens over telefonie- en internetgebruik voortaan minimaal zes maanden te bewaren. De Nederlandse regering diende daarop een voorstel in met een bewaartermijn van 18 maanden, de Tweede Kamer maakte hier 12 maanden van en dankzij de Eerste Kamer lijkt dit nog "slechts" zes maanden te worden.Hoe lang bewaren: 12 of 6 maanden?In diverse media is te lezen dat de bewaartermijn voor verkeergegevens nu zes maanden is. D...
Auteur artikelMark Jansen
Gepubliceerd30 juli 2009
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
In het kader van terrorismebestrijding is op Europees niveau besloten verkeersgegevens over telefonie- en internetgebruik voortaan minimaal zes maanden te bewaren. De Nederlandse regering diende daarop een voorstel in met een bewaartermijn van 18 maanden, de Tweede Kamer maakte hier 12 maanden van en dankzij de Eerste Kamer lijkt dit nog "slechts" zes maanden te worden.

Hoe lang bewaren: 12 of 6 maanden?

In diverse media is te lezen dat de bewaartermijn voor verkeergegevens nu zes maanden is. Dat is wat te stellig. De Eerste Kamer heeft een wet aangenomen waarin toch staat dat de bewaartermijn 12 maanden is. De Minister heeft echter aangekondigd met een wijzigingswet te komen, om alsnog te komen tot een bewaartermijn van 6 maanden. Dit wetsvoorstel lijkt er nog niet te zijn.

Wet nog niet in werking getreden, gebeurt ongetwijfeld snel

In de wet staat dat deze in werking treedt op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip.Dat is eenvoudig een besluit van de minister zelf (met de handtekening van de Koningin erbij). Wanneer de minister woord houdt over de wijzigingswet, denk ik dat de wet in werking treedt zodra de genoemde wijzigingswet door de Tweede en Eerste Kamer is geloodst.

Wie moeten er bewaren?

De bewaarplicht uit de wet is van toepassing op aanbieders van "openbare telecommunicatienetwerken" of "openbare telecommunicatiediensten". Deze twee termen staan gedefinieerd in de Telecommunicatiewet. Het is, door de vele verwijzingen, niet eenvoudig om de exacte reikwijdte van deze begrippen vast te stellen. Bepalend is of sprake is van een dienst die erin bestaat dat signalen via een elektronisch netwerk worden over overgebracht. Duidelijk is dat dit geldt voor telecomaanbieders en internet service providers (ISP's).

De ruime definities bieden ruimte voor de stelling dat de wet ook op hostingproviders van toepassing is. Vermoedelijk is dat niet de bedoeling van de (EU-)wetgever geweest, maar zeker is dat niet. Het zou wenselijk zijn wanneer de OPTA of de Europese Commissie hierover duidelijkheid zou verschaffen.

Welke gegevens moeten worden bewaard?

In artikel 5 van de richtlijn staat duidelijk welke gegevens moeten worden opgeslagen. De gegevens die moeten worden opgeslagen zijn verdeeld in enkele categorieën. Het gaat hierbij om gegevens die nodig zijn om...

  • de bron van een communicatie te traceren en te identificeren;

  • de bestemming van een communicatie te identificeren;

  • de datum, het tijdstip en de duur van een communicatie te bepalen;

  • het type communicatie te bepalen;

  • de communicatieapparatuur of de vermoedelijke communicatieapparatuur van de gebruikers te identificeren;

  • de locatie van mobiele communicatieapparatuur te bepalen.


Ik verwijs verder naar de tekst van de richtlijn en de Nederlandse wet.

Veel kritiek op deze regelgeving

De bewaarplicht heeft tot veel politiek en maatschappelijk debat geleid. Het zouden schijnmaatregelen zijn die de privacy fors schenden en die disproportioneel veel kosten. Zo heeft de Consumentenbond aangegeven geen voorstander te zijn en zijn partijen als D66 en de SP uiterst kritisch. Voorop staat echter absoluut provider XS4ALL, die jaren gestreden heeft tegen deze regelgeving en zelfs tips aan haar klanten geeft hoe men kan voorkomen dat verkeersgegevens worden opgeslagen (in de commentaren). Die tips sterken mij in het beeld dat het inderdaad schijnwetgeving betreft.