De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Concrete invulling van de aanbestedingsrechtelijke kernbeginselen bij onderhandse aanbestedingen

Concrete invulling van de aanbestedingsrechtelijke kernbeginselen bij onderhandse aanbestedingen

Ook bij onderhandse aanbestedingsprocedures spelen het transparantie- en het gelijksheidsbeginsel een grote rol. Echter, het is niet altijd even duidelijk hoe deze beginselen nader moeten worden ingekleurd bij onderhandse aanbestedingsprocedures. De Haagse voorzieningenrechter heeft in een recente uitspraak desondanks een aantal concrete aanknopingspunten geformuleerd voor de nadere invulling van de aanbestedingsrechtelijke kernbeginselen.Allereerst acht de voorzieningenrechter van de rechtba...
Auteur artikel Dirkzwager
Gepubliceerd 04 juli 2012
Laatst gewijzigd 16 april 2018
Leestijd 
Ook bij onderhandse aanbestedingsprocedures spelen het transparantie- en het gelijksheidsbeginsel een grote rol. Echter, het is niet altijd even duidelijk hoe deze beginselen nader moeten worden ingekleurd bij onderhandse aanbestedingsprocedures. De Haagse voorzieningenrechter heeft in een recente uitspraak desondanks een aantal concrete aanknopingspunten geformuleerd voor de nadere invulling van de aanbestedingsrechtelijke kernbeginselen.

Allereerst acht de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage van groot belang dat indien een aanbestedende dienst (door middel van een onderhandse aanbestedingsprocedure) gericht een aantal partijen uitnodigt om inschrijving te doen, de aanbestedende dienst dan gebonden is aan de algemenen beginselen van behoorlijk bestuur en aan de werking van de redelijkheid en billijkheid in de precontractuele verhoudingen. Hieruit vloeit voort dat een aanbestedende dienst in dat geval het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel jegens alle inschrijvers in acht dient te nemen. Maar hoe moet nu concreet invulling worden gegeven aan die kernbeginselen bij de beoordeling van kwalitatieve criteria?

Volgens de rechter is enige mate van subjectiviteit inherent bij de beoordeling van kwalitatieve criteria. Dit staat uiteraard op enigszins gespannen voet met de objectieve beoordelingssytematiek van het aanbestedingsrecht en daarop toepasselijk beginselen van transparantie en gelijke behandeling. Desondanks is niet gezegd dat enige mate van subjectiviteit meteen strijd oplevert met de eerder genoemde beginselen. Aangenomen mag worden dat er geen strijdigheid is met de beginselen van transparantie en gelijke behandeling indien:

“zodanige criteria worden geformuleerd dat het voor een kandidaat-inschrijver volstrekt duidelijk is aan welke kwaliteitseisen hij moet voldoen, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de aanbestedende dienst zijn uiteindelijke keuze motiveert op een wijze die het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk maakt om (a) de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen en (b) te controleren of de beoordeling de (voorlopige) gunningsbeslissing rechtvaardigt."

Bij toepassing van de zogenaamde onderhandse aanbestedingsprocedure doen aanbestedende diensten er goed aan om de hierboven genoemde vuistregels tijdens de gehele procedure in het achterhoofd te houden. Zolang bij de beoordeling van de kwalitatieve criteria aan de drie geformuleerde voorwaarden is voldaan, moet worden aangenomen dat een aanbestedende dienst niet in strijd met de aanbestedingsrechtelijke kernbeginselen heeft gehandeld.