Zoeken
  1. Contracteren in varkens(Neder)land

Contracteren in varkens(Neder)land

Op 17 juli 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden arrest gewezen in een procedure tussen Varkenshandel Dijk, hierna: “Varkenshandel”, en een eigenaar van een zeugfokbedrijf en varkenshouderij, hierna: “Boer X”. Partijen hebben langere tijd zaken met elkaar gedaan en hebben daarbij afspraken gemaakt over het financieren van een zeugenstapel voor het zeugfokbedrijf. Tussen partijen is discussie ontstaan over de te betalen prijs voor geleverde biggen, een eigendomsvoorbehoud en in het verlengde daarvan de rechtmatigheid van een gelegd beslag.
Artikel | 31 juli 2018 | José Jochemsen-Vernooij

Casus

Begin 2012 was Boer X op zoek naar een nieuwe zeugenstapel voor één van zijn twee locaties. Op 22 februari 2012 is een koopovereenkomst gesloten met een stoppende boer. Nu de aankoop van de zeugenstapel niet met eigen middelen kon worden gefinancierd, heeft Boer X de Varkenshandel bereid gevonden de aankoop te financieren met een eigendomsvoorbehoud voor de Varkenshandel. De afspraken over het eigendomsvoorbehoud, maar ook de prijs, zijn na levering op 15 juni 2012 voor een groot deel van de 578 zeugen overeengekomen, wat uiteindelijk voor problemen heeft gezorgd tussen partijen. De schriftelijke vastlegging in twee koopovereenkomsten heeft pas op 1 oktober 2012 plaatsgevonden. Dit was één koopovereenkomst tussen Van Nuland V.O.F. en de Varkenshandel voor de aankoop van de zeugenstapel en één tussen de Varkenshandel en Boer X voor het vervolgens verkopen van de zeugenstapel voor een bedrag van € 175.940,14. In deze laatste koopovereenkomst is opgenomen dat tot zekerheid van de juiste en volledige nakoming van de verplichtingen van Boer X de eigendom voorbehouden is aan de Varkenshandel tot op het moment waarop Boer X aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

Discussie ontstaat over de overeengekomen prijs voor (mest)biggen en slachtzeugen. Boer X verzoekt op 24 mei 2013 en op 6 juni 2013 de Varkenshandel de in de koopovereenkomst vastgelegde marktconforme prijs te voldoen. Dit zou volgens Boer X de “North West Preis” zijn met een vaste opslag van € 6,- per big voor vestiging A en € 4,- voor vestiging B. Op 7 juni 2013 heeft de Varkenshandel Boer X in gebreke gesteld met betrekking tot de nakoming van de koopovereenkomst. Daarbij beroept de Varkenshandel zich op haar eigendomsvoorbehoud en op het recht op de geleverde zeugen terug te nemen. Hierop is conservatoir beslag gelegd op de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zeugen met aanwijzing van AB Oost als ruraal bewaarder voor de verzorging van de zeugen. Uiteindelijk is een bodemprocedure gestart om duidelijkheid te verkrijgen over de positie van partijen.

Oordeel rechtbank

Bij tussenvonnis van 2 december 2015 heeft de rechtbank geoordeeld dat de Varkenshandel geen rechtsgeldig beroep op een eigendomsvoorbehoud toekomt. In het verlengde hiervan heeft de rechtbank geoordeeld dat het door de Varkenshandel gelegde beslag onrechtmatig was, zodat een deel van de gevorderde schade toewijsbaar is van € 35.000,00. Tenslotte heeft de rechtbank de Varkenshandel bewijs opgedragen van de stelling dat zij de biggen van Boer X steeds heeft afgenomen voor een prijs die door de onderhandelingen tot stand is gekomen.

De Varkenshandel heeft hoger beroep ingesteld waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 juli 2018 een tussenuitspraak heeft gewezen.

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof overweegt in het tussenarrest van 17 juli 2018 dat het geschil tussen partijen in de kern draait om de vraag wat partijen overeen zijn gekomen met betrekking tot de door de Varkenshandel aan Boer X te betalen prijs voor de geleverde biggen. Maar ook of de Varkenshandel een beroep op een eigendomsvoorbehoud toekomt en in het verlengde daarvan de rechtmatigheid van het gelegde beslag.

Marktconforme prijs
Het gerechtshof stelt voorop dat niet uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de bepaling van het contract aan de orde is voor het antwoord op de vraag welke prijs is overeengekomen. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-norm). Alle omstandigheden van het concrete geval zijn hier van beslissende betekenis. Ook komt betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en de gedetailleerdheid van de contractbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan – waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door juridisch deskundige raadslieden – en de overige bepalingen ervan (HR 29 juni 2007, LJN:BA4909 en HR 19 januari 2007, LJN:AZ3178).

Het gerechtshof oordeelt tegen de achtergrond van deze maatstaven als volgt. De door Boer X gegeven uitleg aan het begrip marktconforme prijzen in die zin dat sprake is van de North West Preis met een vaste toeslag van € 6,- of € 4,- is niet komen vast te staan. Wel dat partijen de North West Preis-notering zijn overeengekomen.

Eigendomsvoorbehoud en beslag
Het eigendomsvoorbehoud strekt ertoe dat ondanks levering van een zaak aan de koper de eigendom niet eerder overgaat dan op het tijdstip dat de verkoper voldoening verkrijgt van de koopprijs (artikel 3:92 lid 1 BW). Boer X vordert schadevergoeding, welke gebaseerd is op de stelling dat door de Varkenshandel onrechtmatig beslag tot afgifte is gelegd, omdat zij geen eigenaresse van de zeugen en biggen was en dus geen eigendomsvoorbehoud toekwam.

Op grond van artikel 150 Rv rust op Boer X de stelplicht en bewijslast van de stelling dat de Varkenshandel onrechtmatig beslag tot afgifte heeft gelegd. Gelet op artikel 3:109 juncto 3:119 BW wordt Boer X als degene die de feitelijke macht over de varkens uitoefende, vermoed rechthebbende te zijn geweest, behoudens tegenbewijs. Voor dit tegenbewijs, dat geleverd kan worden door de Varkenshandel, kan niet worden volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden maar zal tegendeelbewijs moeten worden geleverd (vergelijk HR 17 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1398).

Het gerechtshof overweegt dienaangaande als volgt. De koopovereenkomst dateert van 1 oktober 2012, terwijl de levering van de zeugenstapel op 14 juni 2012, 9 augustus 2012 en 23 augustus 2012 heeft plaatsgevonden. Gelet op artikel 3:92 lid 1 BW dient het beding waarbij de eigendom wordt voorbehouden voorafgaand aan en uiterlijk bij aflevering te worden gemaakt. Dit kan niet achteraf ongedaan worden gemaakt door alsnog een eigendomsvoorbehoud overeen te komen. De koopovereenkomst had op dit punt geen effect meer. Daarbij verliest de Varkenshandel uit het oog dat voor het kunnen voorbehouden van eigendom men eigenaar van die zaak dient te zijn op het moment van aflevering. Daarvoor was nodig dat de zeugenstapel, voordat deze aan Boer X werden verkocht en geleverd, door Van Nuland V.O.F. aan de Varkenshandel in eigendom waren overgedragen. Door de Varkenshandel is niet concreet gesteld dat en wanneer de zeugenstapel door Van Nuland V.O.F. aan de Varkenshandel is overgedragen. Dit heeft tot gevolg dat de Varkenshandel op eigen risico heeft gehandeld door toch beslag te leggen. Zij dient, bijzondere omstandigheden daargelaten, de door het beslag geleden schade te vergoeden.

Dit oordeel brengt met zich dat de door de Varkenshandel gevorderde schade in verband met de verzorging van de zeugen tijdens de beslagperiode niet voor vergoeding in aanmerking komt. Voor de schade die Boer X stelt te hebben geleden, is van belang dat de Varkenshandel onvoldoende betwist heeft dat de dieren niet goed verzorgd zijn tijdens de beslagperiode. De vorderingen van Boer X van € 35.000,- is op grond van het voorstaande toewijsbaar.

Conclusie

Uit het arrest volgt dat een eigendomsvoorbehoud een sterk middel is, indien dit op de juiste wijze wordt gevestigd. Bij onderhandelingen moeten duidelijke afspraken over de prijs gemaakt worden, omdat bij een geschil een en ander bewezen moet kunnen worden. In onderhavige procedure zijn de schriftelijke stukken aanleiding geweest om aan te nemen dat geen vaste toeslag, maar een variabele toeslag was overeengekomen, aldus in het voordeel van de Varkenshandel. Echter, ook dat de zeugen al geleverd waren voordat overeenstemming was bereikt over het eigendomsvoorbehoud, aldus in het voordeel van Boer X. Het belang van een goede schriftelijke vastlegging van gemaakte afspraken blijkt des temeer, net als het op juiste wijze overeenkomen van een eigendomsvoorbehoud.

Heeft u vragen met betrekking tot vastleggen van contractuele afspraken of andere juridische zaken in agrarisch gerelateerde zaken, neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij.