De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Corona: overige fiscale tegemoetkomingen (update 20 mei 2020)

Corona: overige fiscale maatregelen en tegemoetkomingen (update 20 mei 2020)

Het kabinet heeft een groot aantal maatregelen ingevoerd om bij ondernemingen en instellingen tegemoet te komen tijdens de corona-crisis. In een afzonderlijke blog zijn concrete actie- en aandachtspunten genoemd om liquiditeiten zoveel mogelijk binnen de organisatie te houden. Dit artikel behandelt enkele belangrijke overige fiscale maatregelen en tegemoetkomingen.
Auteur artikelLex van Noordenburg
Gepubliceerd11 mei 2020
Laatst gewijzigd22 mei 2020
Leestijd 

Naast de invoering van directe stimuleringsmaatregelen in verband met het behoud van liquiditeiten, heeft het kabinet een aantal overige fiscale maatregelen getroffen om onderneming en instellingen tegemoet te komen tijdens de corona-crisis. Een aantal belangrijke maatregelen en tegemoetkomingen wordt in dit artikel behandeld.

Meer informatie treft u aan in besluiten van het Ministerie van Financiën: zie hiervoor de link naar 1 (algemene regelingen, 2 (eigen-woning-rente), 3  (NOW-regeling), 4 (Brief Ministerie EZ 20 mei 2020: Noodpakket 2.0).

1. Loonheffingen / grensoverschrijdende arbeid / loonkostensubsidie 

  • Aanvraag van een tegemoetkoming in de loonkosten via het UWV bij een omzetdaling van tenminste 20% op basis van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW). De aanvraag kan bij het UWV worden ingediend vanaf 6 april 2020. De aanvraag moet uiterlijk zijn ingediend op 31 mei 2020. De omzetdaling wordt in beginsel getoetst op concernniveau van de onderneming.
  • Op 22 april 2020 heeft het Ministerie van SZW een verruiming van de NOW-regeling aangekondigd, waardoor toepassing van de regeling op werkmaatschappijniveau binnen een concern onder voorwaarden mogelijk wordt. Alleen concerns met op concernniveau minder dan 20% omzetverlies kunnen van deze verruiming gebruik maken. Voor andere gevallen blijft de hoofdregel gelden. Door individuele werkmaatschappijen kan door de verruiming NOW-subsidie worden aangevraagd op basis van de omzetdaling van die werkmaatschappij. De volgende extra voorwaarden zijn van toepassing (gewijzigd per 1 mei 2020):
    • De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben.
    • Het concern moet verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te  kopen tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
    • De werkmaatschappij (de werkgever) moet een overeenkomst met de betrokken vakbonden of de personeelsvertegenwoordiging hebben over het behoud van werkgelegenheid bij de werkmaatschappij.
    • Een personeel-BV mag de regeling niet aanvragen, andere werkmaatschappijen wel.
    • De accountant moet controleren dat binnen het concern niet geschoven wordt met omzet, personeel, interne doorbelastingen (transfer-pricing) en voorraad gereed product, met als doel de NOW-subsidie te maximaliseren. In de nog uit te werken standaarden van accountants wordt dit nog nader gedefinieerd.
    • De subsidie-aanvrager stemt automatisch in met het eventueel openbaar maken van informatie die wordt verstrekt aan het UWV bij de aanvraag en van de gegevens uit het subsidie-dossier (i.v.m. de Wet Openbaarheid van Bestuur). In principe zal geen bedrijfsgevoelige informatie worden vrijgegeven.
    • Werkgevers met een niet-Nederlandse SEPA-bankrekeningnummer hoeven geen Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren.
    • Dubbele financiering van loonkosten voor mensen met een arbeidsbeperking worden onder de huidige bijzondere omstandigheden geaccepteerd (verrekening is te ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar).
  • De oorspronkelijke NOW-regeling loopt per 31 mei 2020 af. De regeling is door het Kabinet verlengd tot 1 september 2020. Gestreefd wordt naar een openstelling van het aanvraagtijdvak per 6 juli 2020 waarin een tegemoetkoming voor de periode juni, juli en augustus 2020 kan worden aangevraagd. De hoogte van de correctie van de subsidie bij ontslag wordt verlaagd van 150% naar 100% van de loonsom. In de verlengende regeling zal als voorwaarde worden opgenomen dat de onderneming over 2020 geen dividend of bonussen (aan directie of bestuurders) zal uitkeren en ook geen eigen aandelen zal inkopen (brief EZ 20 mei 2020).  
  • De Belastingdienst roept inhoudingsplichtigen op aangiften loonheffing zoveel mogelijk binnen de wettelijke termijn in te dienen omdat het UWV actuele gegevens nodig heeft in verband met een voorspoedige en correcte uitvoering van de loonkostensubsidie volgens de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW).
  • Als tijdige indiening van de aangifte loonheffing niet mogelijk is dan kan een schriftelijk verzoek tot uitstel van het doen van de aangifte worden ingediend via Belastingdienst, postbus 8738, 4820 BA Breda.
  • S&O-verklaring 2019: tot en met 15 juni 2020 kan aan RVO nog mededeling worden gedaan van gerealiseerde S&O-uren eventueel gemaakte kosten en uitgaven (uiterste datum was 31 maart 2020).
  • Als door de coronamaatregelen thuis wordt gewerkt, dan mag toch de onbelaste reiskostenvergoeding woning – werk worden betaald. De reiskostenvergoeding hoeft niet aangepast worden door het thuiswerken. Dit geldt ook voor reiskostenvergoeding met nacalculatie. De dagen waarop door de corona maatregelen thuis wordt gewerkt, worden voor de reiskosten toch als reisdagen gezien waarvoor een onbelaste reiskostenvergoeding mag worden betaald.
  • Versoepeling van administratieve verplichtingen. Bij het in dienst treden van een werknemer moet deze geïdentificeerd worden aan de hand van een origineel identiteitsbewijs, meestal paspoort of identiteitskaart. Mocht deze identificatie achterwege blijven dan moet de werknemer als anonieme werknemer worden beschouwd waarbij de in te houden loonheffing wordt vastgesteld op een vast percentage van 52. Tevens zijn alle verzekeringspremies zonder rekening te houden met een grens, verschuldigd. Een ander voorbeeld is dat een in het buitenland wonende werknemer door de corona maatregelen geen BSN kan aanvragen. Ook in dat geval geldt het anoniementarief van 52%. De staatssecretaris heeft de Belastingdienst opgedragen coulant te zijn met deze verplichtingen indien deze verplichtingen door de corona maatregelen niet kunnen worden nagekomen. Zodra dit weer mogelijk is, moeten deze administratieve verplichtingen direct worden ingehaald.
  • Met Duitsland heeft Nederland de afspraak gemaakt dat voor de toepassing van het belastingverdrag thuiswerkdagen door de corona maatregelen toch mogen worden aangemerkt als dagen gewerkt in de andere staat waar normaal gesproken gewerkt zou zijn zonder corona-crisis. Deze toezegging gaat tegen de letterlijke tekst van het belastingverdrag in. Het andere land, waar niet wordt gewerkt, moet het salaris wel aanmerken als te belasten loon in dat land. Deze toezegging is van toepassing op thuiswerkdagen in de periode 11 maart tot en met 30 april en kan steeds met een maand worden verlengd. Uiteraard mag ook worden gekozen voor het letterlijk toepassen van de verdragstekst. In dat geval is de beloning belast in het land waar feitelijk wordt gewerkt. Met België is Nederland in onderhandeling over een soortgelijke regeling, echter deze is er nog niet.
  • Nederland, België en Duitsland hebben bij niet werken wel een eensluidend standpunt. Wordt door de Corona maatregelen helemaal niet gewerkt, ook niet thuis, dan vindt belastingheffing over het loon plaats in het land waar gewerkt zou zijn zonder de corona maatregelen.
  • Formeel kan een werknemer eerder dan vijf jaar voor zijn AOW-leeftijd pensioen opnemen, maar dan moet de werknemer bij de aanvraag van het pensioen verklaren voor het deel dat hij pensioen opneemt niet meer te gaan werken. Deze verklaring kan in de weg staan als deze werknemer gehoor wil geven aan een oproep om bij te springen tijdens de corona-crisis. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft aangegeven dat gepensioneerde zorgmedewerkers, die hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd hebben laten ingaan, nu zonder fiscale gevolgen voor hun pensioen weer aan het werk kunnen gaan. Door de bijzondere omstandigheden gaat de belastingdienst er van uit dat de betrokken nog steeds bij het vervroegd ingaan van het pensioen niet de intentie had te gaan werken.
  • Nederland heeft besloten bepaalde Duitse inkomensuitkeringen in verband met de corona-crisis vrij te stellen. Inwoners van Nederland die normaal in Duitsland werken kunnen in aanmerking komen voor Duitse socialezekerheidsuitkeringen. De Duitse uitkeringen zijn op het nettoloon afgestemd en zijn in Duitsland belastingvrij. Als deze uitkeringen (tezamen met bepaalde andere) Duitse (sociale zekerheids-)uitkeringen in een kalenderjaar € 15.000 of minder bedragen, wijst het belastingverdrag met Duitsland het heffingsrecht over deze Duitse netto-uitkeringen toe aan Nederland. Het gevolg zou dan zijn dat Nederland heft over een door Duitsland betaalde netto-uitkering van een grensarbeider die normaal in Duitsland had gewerkt en daar zou zijn belast voor zijn salaris. Besloten is om zogenoemd ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvenzgeld’ of ‘Arbeitslosengeld’, voor zover dat op of na 11 maart 2020 voor het eerst wordt ontvangen door corona(maatregelen) vrij te stellen van belastingheffing. Deze vrijstelling houdt in dat de in Nederland wonende ontvanger van deze uitkering(en) nog steeds moet opgeven in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar dat Nederland voorkoming van dubbele belastingheffing toekent ook al is de uitkering in Duitsland niet belast. De vrijstelling geldt voor de periode van 11 maart 2020 tot en met 31 december 2020.
  • Aanpassing werkkostenregeling (8 mei 2020)
    Staatssecretaris Vijlbrief heeft aangekondigd dat het percentage van de vrije ruimte in de werkkostenregeling voor de eerste Euro 400.000 loonsom per werkgever voor het jaar 2020 eenmalig en tijdelijk wordt verhoogd van 1,7% (maximaal Euro 6.800) naar 3% (maximaal Euro 12.000). Dit geeft werkgevers extra ruimte voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers in deze moeilijke corona-tijd. Het percentage van de vrije ruimte voor loonsommen boven Euro 400.000 blijft voor 2020 ongewijzigd (1,2%). 
  • Verlaging gebruikelijk loon DGA (8 mei 2020)
    Voor DGA's en andere aanmerkelijkbelanghouders (hierna: AB-werknemer) die werkzaamheden verrichten voor hun vennootschap gelden wettelijke regels voor de vaststelling van hun (minimum) jaarlijkse arbeidsbeloning, het zogenoemde gebruikelijk loon. De beloning bedraagt het hoogste van 75% van de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het hoogste loon van een werknemer binnen de onderneming. De minimale jaarbeloning bedraagt voor 2020 Euro 46.000. Voor ondernemers die door de coronacrisis in 2020 te maken krijgen met een omzetdaling wordt voor het jaar 2020 een tijdelijke verlaging van het gebruikelijk loon toegestaan die evenredig is met de omzetdaling. Het gebruikelijk loon 2020 mag volgens de volgende formule worden bepaald: gebruikelijk loon 2019 x de verhouding omzet januari t/m april 2020 gedeeld door omzet januari t/m april 2019. Het gaat om de omzet exclusief btw. Het loon 2020 kan daardoor lager zijn dan de hiervoor genoemde wettelijke minima. De verlaging kan zonder vooroverleg met de Belastingdienst worden toegepast. Er gelden drie voorwaarden voor toepassing van de tegemoetkoming:
    a) de rekeningcourantschuld of het dividend mag niet toenemen door de verlaging van het gebruikelijk loon;
    b) als de AB-werknemer (niet-DGA) feitelijk meer loon heeft genoten in 2020 dan volgens de berekening dan geldt voor 2020 het hogere loon (bijvoorbeeld door de toepassing NOW-regeling);
    c) de omzet mag niet beïnvloed zijn door andere bijzondere oorzaken dan de coronacrisis.
    In bijzondere en bijkomende omstandigheden (o.a. verliessituaties) kan in overleg met de Belastingdienst tot een nog lager gebruikelijk loon worden gekomen dan volgens de bovenstaande formule. Er zal dan moeten worden gekeken naar maatwerkoplossingen.

2. Omzetbelasting (btw)

  • Btw terugvragen ingeval van annulering, verbreking, ontbinding, gehele of gedeeltelijke niet-betaling of naderhand verleende prijsvermindering. In beginsel ontstaat recht op teruggaaf van btw op het moment waarop de annulering, verbreking, ontbinding, gehele of gedeeltelijke niet-betaling of naderhand verleende prijsvermindering komt vast te staan. De btw dient in de aangifte voor dat tijdvak te worden teruggevraagd.
  • Mogelijk geen btw over annuleringsvergoedingen. Over een zuivere schadevergoeding is geen btw-verschuldigd. Bij annuleringsvergoedingen en soortgelijke vergoedingen dient vastgesteld te worden of sprake is van een schadevergoeding of een vergoeding voor een btw-belaste prestatie. Afhankelijk van de tussen partijen gemaakte afspraken en de aftrekbaarheid van eventuele btw op de annuleringsvergoeding, kan kwalificatie als schadevergoeding een btw-voordeel opleveren.
  • Ondernemingen die kwartaalaangiften indienen en structureel in een teruggavepositie zitten of verwachten te zullen zitten, kunnen de Belastingdienst verzoeken om op maandbasis aangiften in te dienen. Hierdoor zal de btw eerder door de Belastingdienst worden terugbetaald.
  • Ondernemingen die maandaangiften indienen en structureel in een betaalpositie zitten of verwachten te zullen zitten, kunnen de Belastingdienst verzoeken om op kwartaalbasis aangiften in te dienen. Hierdoor hoeft de verschuldigde btw pas na afloop van het kwartaal aan de Belastingdienst te worden voldaan.
  • Facturen kunnen in een later aangiftetijdvak worden uitgereikt, zodat de btw pas op een later moment aan de Belastingdienst hoeft te worden voldaan. Of het op een later moment uitreiken van facturen wenselijk is, hangt uiteraard ook af van andere factoren. Wij merken op dat facturen uiterlijk dienen te worden uitgereikt de 15e dag van de maand volgend op de maand waarin de goederenlevering of dienst heeft plaatsgehad.
  • In overleg met de Belastingdienst kan het recht op btw-teruggaaf van een afnemer worden overgedragen aan de leverancier. De leverancier mag de btw-teruggaaf dan met de te betalen btw verrekenen, zodat hij per saldo geen btw over de levering aan de Belastingdienst hoeft te voldoen. Het voordeel is dat de afnemer deze btw dan ook niet hoeft te betalen aan de leverancier, zodat voorfinanciering van btw wordt voorkomen. De cessie van btw-teruggaven is in de praktijk alleen zinvol indien het btw-belang (voldoende) groot is.
  • Het ter beschikking stellen van zorgpersoneel aan ziekenhuizen en een aantal andere inrichtingen/instellingen (zoals bejaardentehuizen) mag in de periode vanaf 16 maart tot 16 juni 2020 zonder heffing van btw plaatsvinden. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat op de factuur wordt vermeld dat gebruik wordt gemaakt van de goedkeuring en dat de vergoeding niet meer bedraagt dan de brutoloonkosten (eventueel vermeerderd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal 5%; in geen geval mag winst worden beoogd of gemaakt). De terbeschikkingstelling blijft bij de uitlener buiten beschouwing voor het vaststellen van het recht op aftrek van inkoop-btw.
  • Het gratis (om niet) verstrekken van een aantal specifieke medische hulpgoederen/apparatuur heeft in de periode vanaf 16 maart tot 16 juni 2020 geen nadelige btw-gevolgen bij degene die de goederen verstrekt. Aan de goedkeuring zijn nadere voorwaarden verbonden.
  • Sportscholen en dergelijke ondernemers mogen het verlaagde btw-tarief (9%) toepassen op sportlessen die gedurende de verplichte sluiting online aan hun afnemers worden aangeboden.

3. Vennootschapsbelasting

  • Fiscale coronareserve 2019 (8 mei 2020)
    In de aangifte vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 mag een zogenoemde fiscale coronareserve worden opgenomen voor corona gerelateerde verliezen van het boekjaar 2020. Dit verlies kan niet hoger zijn dan het te verwachten totale verlies over 2020. De coronareserve bedraagt maximaal het bedrag van de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met de coronareserve. De toevoeging aan de reserve mag ten laste van de fiscale winst over 2019 worden gebracht. Hierdoor kan teruggave van eerder op een voorlopige aanslag 2019 betaalde vennootschapsbelasting worden gevraagd of is minder vennootschapsbelasting verschuldigd als de aangifte 2019 wordt ingediend. Als de aangifte al is ingediend dan kan een aanvulling op de aangifte worden gedaan. De reserve wordt in de aangifte opgenomen onder de rubriek overige fiscale reserves. De coronareserve valt uiterlijk vrij in het boekjaar 2020 en wordt dan in de fiscale winst opgenomen. In de boekjaren 2019 en 2020 moeten dezelfde winstbepalingen van toepassing zijn om incidenteel fiscaal voordeel te voorkomen. De vorming van een coronareserve in 2019 kan gevolgen hebben voor de toepassing van andere fiscale regelingen die afhankelijk zijn van de omvang van de fiscale winst of de vermogenspositie van de vennootschap in 2019 en 2020. Hiervoor zullen geen compenserende maatregelen worden getroffen. Fraude, misbruik en evident oneigenlijk gebruik van de coronareserve zal door de Belastingdienst zoveel mogelijk worden bestreden. De regeling van de coronareserve is een tegemoetkoming omdat de bestaande regeling van (voorlopige) carry-back van een fiscaal verlies over 2020 vereist dat de aangifte over 2020 is ingediend en de definitieve aanslag over 2019 is opgelegd. Dit zou betekenen dat een verzoek om vermindering van vennootschapsbelasting over 2019 niet eerder dan begin 2021 kan plaatsvinden. 

4. Inkomstenbelasting

  • Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen bij eigen BV (24 april 2020)
    Staatssecretaris Vijlbrief heeft op 24 april 2020 aangekondigd de inwerkingtreding van het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen BV met één jaar uit te stellen en pas per 1 januari 2023 in te laten gaan. Op grond van dit wetsvoorstel wordt een schuld aan de eigen BV van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) en overige aanmerkelijkbelanghouders via box 2 als fictief dividend in de belastingheffing betrokken als die schuld aan het einde van het kalenderjaar (peildatum) hoger is dan Euro 500.000. Schulden die verband houden met de eigen woning zijn hiervan uitgesloten. De wetgeving had oorspronkelijk op 1 januari 2022 in moeten gaan.
  • Versoepeling urencriterium ondernemers (8 mei 2020)
    Op 24 april 2020 heeft staatssecretaris Vijlbrief aangekondigd tijdelijk soepeler te willen omgaan met het urencriterium voor toepassing van ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek, en oudedagsreserve). Het aantal uren dat de ondernemer volgens de huidige wetgeving aan zijn onderneming moet besteden bedraagt 1225 uren per kalenderjaar. Deze uren moeten worden gedocumenteerd. De versoepeling komt erop neer dat ondernemers voor de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geen bewijs hoeven te leveren van het daadwerkelijk aantal uren en geacht worden per week tenminste 24 uren aan de onderneming te hebben besteed. In lijn met deze regeling wordt het verlaagde urencriterium bij arbeidsongeschiktheid (thans 800 uren per jaar) voor die periode aangepast naar 16 uren per week. Voor seizoensgebonden (piek)werkzaamheden mag voor de aangepaste normuren (resp. 24 en 16) worden gekeken naar het aantal uren besteed in dezelfde tijdsperiode in 2019.
  • Betaalpauze rente en aflossing hypotheek eigen woning (8 mei 2020)
    In een afzonderlijk besluit is een regeling opgenomen waarin een betaalpauze van de rente en annuïtaire aflossing mogelijk is op een hypothecaire geldlening in verband met de eigen woning verstrekt door kredietverstrekkers zonder dat dit gevolgen heeft voor de fiscale aftrek van hypotheekrente. Het gaat om annuïtaire geldleningen die met ingang van 1 januari 2013 zijn afgesloten onder het nieuwe fiscale regime. Onder deze wetgeving is een betaalpauze zonder gevolgen voor de fiscale aftrek in 2020 al mogelijk mits de betalingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 is ingelopen. Als de betalingsachterstand niet is ingelopen dan dient per 1 januari 2022 contractueel een nieuw annuïtair aflosschema te zijn overeengekomen. Deze regeling is gezien de huidige coronacrisis te beperkt. De regeling zal neerkomen op het uitsmeren van de achterstand in betaling over de looptijd van de bestaande annuïtaire geldlening of het opsplitsen in twee annuïtaire geldleningen, de bestaande geldlening en een nieuwe annuïtaire geldlening voor het gedeelte van de betalingsachterstand. De regeling geldt voor alle verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden die belastingplichtigen bij hun kredietverstrekker hebben ingediend gedurende de periode 12 maart tot en met 30 juni 2020. De betaalpauze moet uiterlijk ingaan op 1 juli 2020. Het beleid geldt onder voorwaarden ook voor een al overeengekomen betaalpauze. Voor geldleningen van niet-commerciële geldverstrekkers gelden nog de volgende aanvullende voorwaarden: als gevolg van de coronacrisis moet de belastingplichtige een onderbouwde (verwachte) terugval in arbeidsinkomen hebben van tenminste 20% gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden die moet aanvangen tussen 1 maart 2020 en 1 juli 2020. De terugval wordt bepaald op basis van 1/4-deel van het totale arbeidsinkomen over 2019 of het arbeidsinkomen in het tijdvak 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020. In het besluit zijn bepalingen opgenomen over het moment van fiscale aftrek van de rente.

 

Neem gerust contact op met uw fiscalist bij Dirkzwager, die kan u nader informeren over de mogelijkheden in uw situatie.

Beoordeel dit artikel