Dirkzwager bestaat 135 jaar! We nodigen onze oud-medewerkers uit voor een feestelijke borrel. Aanmelden kan via de eventpagina. Aanmelden reünie.

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De agentuurrichtlijn en de elektronische levering van software

De agentuurrichtlijn en de elektronische levering van software

In dit blog wordt antwoord gegeven op de vraag of de elektronische levering van software gezien kan worden als de verkoop van goederen.
Leestijd 
Auteur artikel Lorena van den Berg
Gepubliceerd 06 oktober 2021
Laatst gewijzigd 06 oktober 2021
 

Software kan op verschillende manieren in de markt worden gebracht. De softwareontwikkelaar kan er voor kiezen om zelf zijn product op de markt te brengen. Maar soms wordt ook gebruik gemaakt van een handelsagent en wordt er een (handels)agentuurovereenkomst opgesteld.

Agentuurrichtlijn

De wettelijke grondslag voor agentuur is te vinden in de agentuurrichtlijn 86/653 die is omgezet in nationale regelgeving. In Nederland is deze richtlijn omgezet in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikelen 428 – 468.

In de agentuurrichtlijn wordt een handelsagent als volgt gedefinieerd: “hij die als zelfstandige tussenpersoon permanent is belast met het tot stand brengen van de verkoop of de aankoop van goederen voor een ander, hierna te noemen "principaal", of met het tot stand brengen en afsluiten van de verkoop of aankoop van goederen voor rekening en in naam van de principaal.
Handelsagenten zijn zelfstandige tussenpersonen die belast worden met de verkoop goederen in naam en voor rekening van een ander, de zogeheten principaal.”

Handelsagenten zijn dus belast met de verkoop van goederen. De vraag is echter wat onder het begrip “verkoop van goederen” moet worden verstaan. Zijn dit enkel ‘fysieke goederen’ of kunnen dit ook ‘digitale goederen’ zijn? Naar Nederlands recht worden ‘goederen’ veelal zaken genoemd (artikelen 3:1). Zaken worden gedefinieerd als de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (artikel 3:2 BW).

Elektronische levering van software als goed

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 16 september 2021 antwoord gegeven op die vraag. Het Hof werd namelijk de volgende vraag gesteld: kan het begrip “verkoop van goederen” betrekking hebben op de elektronische levering van computersoftware aan een klant tegen betaling van een prijs, wanneer deze levering gepaard gaat met het leveren van een permanente licentie voor het gebruik van die software?

Voor de beantwoording van die vraag staat het Hof stil bij de begrippen “verkoop” en “goederen”.

Allereerst het begrip “goederen”. Dit moet worden uitgelegd als waren die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen. Uit deze algemene definitie volgt dat dit betrekking kan hebben op computersoftware, aangezien computersoftware een commerciële waarde heeft en het voorwerp kan uitmaken van een handelstransactie. Software kan bovendien als “goed” worden aangemerkt, ongeacht of het op een materiële drager of elektronisch wordt verstrekt via een download. Daarnaast heeft het Hof eerder in het UsedSoft-arrest geoordeeld dat economisch gezien de verkoop van een computerprogramma op cd-rom of dvd en de verkoop van een computerprogramma door download van internet vergelijkbaar zijn. Het woord “goederen” kan dus betrekking hebben op computersoftware, ongeacht de wijze waarop de software wordt geleverd. Dit is voor Nederlandse juristen wel even wennen, want wij zien goederen juist als stoffelijke objecten die voor menselijke beheersing vatbaar zijn.

Vervolgens kijkt het Hof naar het begrip “verkoop”. De algemeen aanvaarde definitie van “verkoop” is een overeenkomst waarbij een persoon tegen betaling van een prijs zijn eigendomsrecht op een hem toebehorende lichamelijk of onlichamelijk zaak aan een ander overdraagt.

In het UsedSoft-arrest heeft het Hof geoordeeld dat downloaden van een kopie van een computerprogramma en het sluiten van een licentieovereenkomst voor het gebruik van die kopie tegen betaling een ondeelbaar geheel vormen.

Gelet hierop komt het Hof tot de conclusie dat de elektronische levering van computersoftware aan een klant tegen betaling van een prijs, wanneer deze levering gepaard gaat met het verlenen van een permanente licentie voor het gebruik van die software, kan vallen on het begrip “verkoop van goederen”.

Gevolgen

Deze uitspraak van het Hof kan gevolgen hebben voor de softwaremarkt. Het kan immers zo zijn dat meer partijen beschouwd zullen worden als agent. Namelijk niet alleen de partij die de software op de klassieke dragers verspreidt, maar ook de partij die aan online distributie doet. Dit kan gevolgen hebben voor de beëindiging van de overeenkomst. Indien een agentuurovereenkomst wordt beëindigd zonder de wettelijke opzegtermijn in acht te nemen, is de principaal aan de handelsagent schadevergoeding verschuldigd. Een tweede aandachtspunt is dat zelfs indien de agentuurovereenkomst is opgezegd met inachtneming van de juist opzegtermijn, kan de principaal een vergoeding verschuldigd zijn aan de handelsagent. Deze vergoeding wordt ook wel de ‘klantenvergoeding’ of ‘goodwillvergoeding’ genoemd.

Door deze uitspraak wordt het dus nog belangrijker om goed op papier te zetten welke afspraken er gelden tussen de softwareontwikkelaar en een derde die de software namens de softwareontwikkelaar verkoopt. Ook moeten deze afspraken worden getoetst aan de (deels dwingende) regels over agentuur.

Lorena van den Berg, advocaat IT-recht