De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst ingeperkt?

De beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst ingeperkt?

De gemeente Rotterdam heeft een onderhandse aanbesteding aangekondigd voor het sluiten van concessieovereenkomst voor het sorteren van ingezamelde kleding. In het kader van de gehanteerde gunningssystematiek wordt gevraagd naar een plan van aanpak om de ingezamelde kleding aan te bieden aan kringloopwinkels en een plan van aanpak om het scheidingspercentage van het ingezamelde textiel te verhogen. Zowel Reshare (als onderdeel van het Leger des Heils) als KICI schrijven in. Reshare krijgt de c...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd27 maart 2014
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De gemeente Rotterdam heeft een onderhandse aanbesteding aangekondigd voor het sluiten van concessieovereenkomst voor het sorteren van ingezamelde kleding. In het kader van de gehanteerde gunningssystematiek wordt gevraagd naar een plan van aanpak om de ingezamelde kleding aan te bieden aan kringloopwinkels en een plan van aanpak om het scheidingspercentage van het ingezamelde textiel te verhogen. Zowel Reshare (als onderdeel van het Leger des Heils) als KICI schrijven in. Reshare krijgt de concessie (voorlopig) gegund. KICI is op de derde plaats geëindigd en heeft van de gemeente de bijbehorende motivering gekregen van de door haar behaalde punten (ook op de plannen van aanpak). KICI kan zich echter met deze beslissing niet verenigen en start een kort geding.

KICI stelt in dat kort geding allereerst dat Reshare niet over het geëiste CBF-keurmerk zou beschikken, hetgeen reden zou moeten zijn om de inschrijving van Reshare ongeldig te verklaren. Verder stelt KICI dat de gemeente tot herbeoordelingde inschrijvingen (van de ingediende plannen van aanpak) moet overgaan omdat niet duidelijk genoeg zou zijn omschreven hoe de plannen van aanpak zouden worden beoordeeld.

Allereerst constateert de rechter dat Reshare een beroep op haar moeder (stichting Leger des Heils Dienstverlening) heeft gedaan met betrekking tot het CBF-keurmerk en dat een beroep op ‘derden’ voor het voldoen aan die eis is toegestaan indien aangetoond kan worden dat voor de uitvoering van de opdracht daadwerkelijk over de bekwaamheden van die derden kan worden beschikt. Nu Reshare de gemeente bij inschrijving een schriftelijke verklaring heeft verschaft  -waarin door de Stichting Leger des Heils is verklaard dat Reshare kan beschikken over de kennis, ervaring en middelen van de Stichting Leger des Heil die dienstig zijn aan het CBF keurmerk – kan de inschrijving van Reshare op dit punt niet worden ongeldig worden verklaard.

Vervolgens komt de rechter toe aan de vraag of de puntentoekenning op de plannen van aanpak al dan niet deugdelijk tot stand is gekomen. Ook hier oordeelt de rechter in het nadeel van de klagende partij (KICI). De rechter stelt namelijk voorop dat bij de gekozen gunningssystematiek de aanbestende dienst een eigen beoordelingsvrijheid heeft zodat voor de rechter een beperkt toetsende rol is weggelegd. Dit zou slechts anders zijn als de aanbestedende dienst geen objectieve en transparante criteria zou hebben gehanteerd (of indien er evidente fouten zijn gemaakt bij de beoordeling). De voornoemde beoordelingsvrijheid die de gemeente Rotterdam in dezen toekomt  wordt bovendien nog eens tot uitdrukking gebracht in de vraagstelling volgens de rechter:

“De onder 4.4 genoemde beoordelingsvrijheid komt in de onderhavige aanbesteding met name tot uiting bij subgunningscriteria/onderdelen waarbij de vraagstelling/opdracht luidt ‘geef uw zienswijze’ of ‘u wordt verzocht uw visie te geven’. Een bepaald antwoord kan immers in meer of mindere mate specifiek of concreet zijn. Dat betekent dat een inschrijver niet zonder meer het maximaal aantal punten verdient op grond van het feit dat zij alle vragen heeft beantwoord en op alle aspecten daarvan is ingegaan of indien zij meent dat zij zeer uitgebreid is geweest in haar antwoord.

Een inschrijver die in zijn offerte ervan blijk geeft op een bepaald onderdeel betere kwaliteit te kunnen leveren dan gevraagd, of concreter/specifieker in haar inschrijving is, zal dus hoger scoren dan de inschrijver die zich alleen heeft gehouden aan de in de aanbestedingsstukken neergelegde (minimum)eisen of minder concreet de vragen van de gemeente heeft beantwoord. De geformuleerde subgunningscriteria geven daar aan de inschrijvers ook ruimte voor en van een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver mag verwacht worden dat dat duidelijk is.”

Op grond van de bovenstaande rechtsoverweging in combinatie met het feit dat niet aannemelijk is geworden dat er fouten in de beoordeling zijn gemaakt worden de vorderingen van KICI afgewezen. Het hier besproken vonnis onderstreept nog maar eens dat aanbestedende diensten een (behoorlijke) eigen beoordelingsvrijheid toekomt en dat die beoordelingsvrijheid alleen wordt beperkt door het transparantie- en objectiviteitsbeginsel. Hoewel het aanbestedingsrecht bekend staat om haar (soms te) formele benadering / te strikte toepassing bewijst dit vonnis dat er voor aanbestedende diensten genoeg ruimte is om eigen keuzes te kunnen/mogen maken.